Shield
Hoboken, Antwerpen

De Beerscheppers

Tier 0+ - Publiek 3 min Volksverhaal
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

Elk dorp heeft zijn bijnaam, maar weinig dorpen dragen die met zoveel trots als Hoboken. Dit is het verhaal van mest, spot en een gevat weerwoord dat eeuwen overleefde.

HW HW

1 Het dorp aan de Schelde

Vóór de fabrieksschoorstenen en de woonblokken was Hoboken een dorp van akkers en tuinen. Het lag ingeklemd tussen de Schelde en de polders, een handvol straten waar iedereen elkaar kende en waar het ritme van het leven bepaald werd door de seizoenen.

De mannen en vrouwen van Hoboken waren boeren en tuiniers, generatie na generatie. Zij bewerkten de vruchtbare grond langs de rivier en voedden daarmee niet alleen zichzelf, maar ook de groeiende stad ten noorden van hen: Antwerpen.

Maar land bewerken vergt meer dan zaad en zweet. Het vergt mest. En mest, dat had Antwerpen in overvloed.

2 De beer en de stad

In de tijd vóór riolering en waterzuivering stroomde het afval van de stad door open grachten en beerputten. Wat de Antwerpenaren liefst zo ver mogelijk van hun neus hielden, was voor de Hobokense boeren zwart goud. Menselijke mest — beer in het dialect — was de beste bemesting die een akker zich kon wensen.

En dus trokken zij dag na dag met handkarren en mesttonnen naar de stad. Zij schepten de beerputten leeg, laadden de stinkende vracht op hun wagens en reden ermee terug naar hun velden. Het was smerig werk, maar het werkte. De tuinen van Hoboken leverden de mooiste groenten van de regio.

De Antwerpenaren keken neer op die boeren met hun vieze karren en hun penetrante geur. En zoals stedelingen overal ter wereld doen, gaven zij hun buren een spotnaam: de Beerscheppers. Hoboken, waar de boeren stront koken, zo luidde het rijmpje dat van kroeg tot kroeg ging.

3 Spot en trots

De Hobokenaren hadden kunnen zwijgen. Zij hadden hun hoofd kunnen buigen en de spot kunnen slikken zoals zoveel dorpen vóór hen. Maar dat deden zij niet.

In plaats daarvan sloegen zij terug met een weerwoord dat zo raak was dat het eeuwen zou overleven: «Als die van Hoboken niet gescheten hadden, hadden die van Antwerpen niets te eten gehad.»

Het was grof, het was direct, en het was — in de kern — waar. Zonder de mest van de stad zouden de akkers verschralen. Zonder de groenten van Hoboken zou de markt van Antwerpen leeg blijven. De spot draaide als een boemerang terug naar de afzender.

Zo werd de scheldnaam een eretitel. De Beerscheppers droegen hun naam niet langer als een last, maar als een badge van nuchterheid en werklust. Zij waren de mensen die hun handen vuil maakten zodat anderen konden eten.

4 Den Hobokenaar

De tijd ging verder. De akkers verdwenen onder fabrieken en woonwijken. De Umicore-smelterij verving de tuinderijen en het dorp werd een district van Antwerpen. Maar de naam bleef.

Op de rand van de Kioskplaats — genoemd naar een kiosk van de Wereldtentoonstelling van 1895 — staat een beeld dat alles samenvat. Den Hobokenaar, gemaakt door beeldhouwster Yvonne Bastiaens, toont een figuur met kruiwagen en mestkuip. Geen held op een paard, geen generaal met een zwaard. Gewoon een werkman met zijn gereedschap.

En dat is misschien wel de mooiste les die Hoboken de wereld leert: dat trots niet begint bij glorie, maar bij eerlijk werk. Dat een spotnaam een kroon kan worden. En dat degene die de beer schept, uiteindelijk altijd het laatste woord heeft.

Bron: Volksverhaal uit district Hoboken, Antwerpen, België
Wist je dat? Op de Kioskplaats in Hoboken staat het beeld Den Hobokenaar van Yvonne Bastiaens, met kruiwagen en mestkuip als eerbetoon aan de Beerscheppers.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard