Shield
Aalst, Oost-Vlaanderen

De draaiers

Tier 0+ - Publiek 4 min Legende
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

Aalst heeft twee spotnamen. De eerste — ajuinen — kent iedereen. Maar de tweede is ouder en raadselachtiger: draaiers. De oorsprong ervan ligt in de zestiende eeuw, ergens tussen opstand en onderdanigheid, tussen Gent en de keizer.

HW HW

1 Gent in opstand

In 1539 stond Vlaanderen in brand. Niet letterlijk, maar politiek. Landvoogdes Maria van Hongarije, zuster van Keizer Karel V, eiste nieuwe belastingen van de Vlaamse steden om de oorlog tegen Frankrijk te financieren. De meeste steden betaalden morrend maar gehoorzaam. Gent niet.

Gent was trots, Gent was eigenwijs, en Gent weigerde. De Gentenaars beriepen zich op oude privileges die hen vrijstelden van belastingen zonder hun toestemming. Het was een gewaagde zet — je verzette je niet ongestraft tegen een Habsburger — maar de Gentenaars hadden een plan. Als zij de steun konden winnen van de andere Vlaamse steden, zou de keizer wel moeten luisteren.

En dus trokken de Gentse gezanten naar Aalst, de naburige stad aan de Dender, om bondgenoten te zoeken. De boodschap was simpel: steun ons, en samen staan we sterk tegen de kroon.

2 Aalst draait

De Aalstenaars luisterden beleefd naar de Gentse gezanten. Zij knikten, zij dronken mee, zij beloofden te overleggen. En toen de gezanten vertrokken waren, deden de Aalstenaars precies het tegenovergestelde van wat Gent had gehoopt.

In plaats van zich aan te sluiten bij de opstand, kozen zij de kant van de keizer. Sterker nog: zij betaalden extra belasting uit eigen beweging en boden Karel V zelfs artillerie aan als blijk van trouw. Het was een messcherpe berekening. De Aalstenaars wisten dat Gent zou verliezen — niemand won het van een Habsburger — en zij wilden aan de goede kant staan als de rekening werd opgemaakt.

De Gentenaars waren woedend. Zij hadden gerekend op Aalsterse steun en kregen in plaats daarvan een dolkstoot in de rug. ’Draaiers!’ riepen zij. ’Verraders! Windvanen die draaien met elke wind!’ Het was de eerste keer dat het woord viel, en het zou nooit meer verdwijnen.

Gent verloor. In 1540 kwam Karel V persoonlijk naar Gent om de stad te straffen. De privileges werden ingetrokken, de stadspoorten gesloopt, en de Gentenaars moesten op hun knieën vergiffenis smeken met een strop om hun nek — vandaar hun eigen spotnaam: stroppendragers. Aalst keek toe en zweeg.

3 Meester Deynoot

Maar er is nog een versie van het verhaal, en die is kleurrijker. Volgens de legende bezocht Karel V in 1540 ook Aalst, na zijn afrekening met Gent. De stad moest een verwelkomingsspeech voorbereiden, en de eer viel te beurt aan meester Laurens Deynoot, een gezien burger en bekwaam redenaar.

Deynoot had zijn toespraak dagenlang geoefend. Hij kende elke zin uit het hoofd, elke buiging, elk gebaar. Maar toen hij voor de keizer stond — met het hele stadsbestuur achter zich en duizenden toeschouwers op de Grote Markt — gebeurde het onvermijdelijke. Zijn hoofd werd leeg. De woorden waren weg.

Deynoot begon te stamelen. Hij herhaalde dezelfde zinnen, stopte, begon opnieuw, en draaide ondertussen letterlijk om zijn as — draaiend van links naar rechts, zoekend naar houvast die er niet was. Het publiek keek met open mond toe. De keizer, zo wil de legende, glimlachte breed en zei: ’Wat zijn jullie toch draaiers!’

Of Karel V dat werkelijk heeft gezegd, weet niemand. De gemeentelijke archieven tonen dat Deynoot na afloop rijkelijk werd beloond voor zijn toespraak, wat doet vermoeden dat het zo slecht niet was — of dat de stad hem troostte voor zijn vernedering. Maar het verhaal bleef hangen, en de spotnaam ook.

4 Draaien als levenskunst

Vandaag draagt Aalst de naam ’draaiers’ met dezelfde nonchalance als de naam ’ajuinen’. De twee spotnamen bestaan naast elkaar als een tweeling die nooit ruzie maakt. De ajuin staat voor de aardse kant van Aalst — de handel, de markt, het eerlijke werk. De draaier staat voor de slimme kant — de berekening, het overleven, het weten wanneer je moet buigen en wanneer je moet rechtstaan.

Want dat is wat de Aalstenaars in 1539 deden: zij draaiden. Niet uit lafheid, maar uit slimheid. Zij zagen welke kant de wind waaide en kozen de kant die hun stad zou redden. Dat de Gentenaars daar boos over werden, was begrijpelijk. Maar vijf eeuwen later staat Aalst er nog, ongeschonden, met zijn Grote Markt en zijn carnaval en zijn twee spotnamen als twee medailles op de borst.

En als je aan een Aalstenaar vraagt of hij liever een ajuin of een draaier is, haalt hij zijn schouders op en zegt: ’Allebei. Soms moet je schillen, en soms moet je draaien. Het hangt ervan af wie er voor je staat.’

Bron: Volksoverlevering, Aalst / Historisch Aalst / Gent en de Pacificatie (1539-1540)
Wist je dat? Het carnaval van Aalst is een van de oudste van België, met vermeldingen die teruggaan tot 1432. Het driedaagse feest trekt elk jaar meer dan honderdduizend bezoekers naar de stad.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard