Shield
Hasselt, Limburg

De katten van de beemden

Tier 0+ - Publiek 3 min Volksverhaal
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

In het Limburgse dorp Stevoort, achter de kerk waar de nacht zich zwart uitstrekt, liggen de beemden – vochtige weilanden waar het gras zacht als zijde groeit. Dit is het verhaal van een man die wakker werd op het verkeerde moment, en wat hij daar ontmoette in het duister.

HW HW

1 De nacht van de maanlicht

De grootvader van de verteller – een flinke, nuchtere man die meer van het grondwerk hield dan van sprookjes – had besloten om op een bepaalde nacht de beemden achter de kerk te maaien. Het was hoodseizoen, en de gras groeiden rank in de warmte. Hij had afgesproken met de buurtmannen dat ze ’s ochtends vroeg zouden beginnen, bij zonsopgang, wanneer het koeler was en het gras nog vochtig van de dauw.

Dus in wat hij dacht dat vier uur ’s ochtends was, trok hij zijn werkkleren aan en pakte zijn zeis. Het licht was helder – ongewoon helder, zei hij later – maar hij was slaperig en dacht niet na over hoe eigenaardig het was. De maan stond hoog en vol aan de hemel, en deze bezorgde genoeg licht om te werken, hoewel het hem vreemd voorkwam dat er zoveel licht was.

Met zijn zeis op zijn schouder liep hij naar de beemden achter de kerk. De nacht was stil, geen geluid van andere mannen, geen geluid van werktuigen. Alleen zijn voetsstappen op het pad, en voorbij het stille dorp het zwarte bos. Maar hij dacht niet veel na. Mannen van het platteland denken niet veel na. Ze handelen.

2 Het grasveld van vreemden

Zodra hij op het veld aankwam, haalde hij zijn zeis uit. Het gras was inderdaad hoog, hoog genoeg om moeilijk doorheen te lopen. Hij begon te maaien in zijn gebruikelijke ritueel – de zeis naar rechts, de zeis naar links, in een ritme dat generaties voor hem hadden uitgevoerd. Het gras viel stil en glad.

Maar na enkele minuten hoorde hij achter zich een geluid. Een miauw. Een kat. Hij draaide zich om, maar zag alleen gras dat zich in de nacht strekte. ’Wat doet een kat hier?’ vroeg hij zich af. Katten hoorden in dorpen, bij huizen, niet in weilanden midden in de nacht.

Toen hoorde hij weer: miauw, miauw. Maar deze keer waren het twee katten. En toen drie. En meer. En meer. Binnen slechts enkele minuten – misschien vijf, zei hij – was hij volledig omgeven door katten. Ze zaten in een ring om hem heen, misschien drie tot vier meter weg, allemaal zittend op hun achterpooten, allemaal naar hem kijkend.

3 De wachting

De katten deden niets. Ze zaten daar maar, met hun ogen als groene en gele gloeilampen in het donker. Ze maakten geen geluid meer – geen enkel geluid – ze staarden alleen. En de man voelde iets kouds langs zijn rug gaan, iets dat niet was gebonden aan de normale keuzes van een sterfelijk mens.

Hij durfte zijn zeis niet laten vallen, uit angst dat hij zijn voeten zou snijden. Maar hij durfte ook niet verder te maaien – want hij kon niet langs de katten maaien zonder hun poten te raken. En hij had een soort instinct, het instinct van iemand die niet veel nadenkt maar veel voelt, dat hij hun poten niet mocht snijden.

Dus stond hij daar, de zeis in beide handen, te wachten. De katten staarden. De uren gingen voorbij – minuten voelden als uren. De man ’s hart bonsde als een trommel. Zijn rug werd nat van zweet, hoewel de nacht koud was. Waarom waren deze katten hier? Waar kwamen ze vandaan? En waarom – waarom – voelde het alsof de wereld was veranderd?

4 De klok slaat

De man was niet zeker hoelang hij daar stond. Een uur? Twee? In het duister verliezen mannen het gevoel voor tijd. Maar toen, plotseling, hoorde hij het geluid dat zijn hart tot stilstand bracht: de klok van de kerk sloeg. Eenmaal. Tweemaal. Driemaal. En verder – één uur ’s ochtends.

En op dat moment, op het moment waarop de klok voor het laatst sloeg, gebeurde iets merkwaarigs. De katten – allemaal tegelijk, zonder enig teken – begonnen weg te gaan. Ze stonden op, een voor een, langzaam en stilzwijgend, en liepen weg het donker in. Geen haast, geen paniek. Gewoon weg.

De man zag ze verdwijnen in het duister van de beemden, als een golf die zich terugtrok. Binnen enkele ogenblikken waren ze weg, allemaal weg, en hij stond alleen op het veld met zijn zeis. De maanlicht scheen nog steeds hetzelfde, het gras groeide nog steeds hetzelfde, maar de wereld voelde anders. Hij was wakker geworden op het verkeerde moment. Vier uur, had hij gedacht. Maar het was pas middernacht geweest.

Hij ging naar huis, zeiden ze later, en sprak niet veel meer over die nacht. Maar hij maaiden nooit meer alleen in het duister.

Bron: VVB (Verhalenbank ID:3576), Limburgs mondeling overgeleverd
Wist je dat? Stevoort is een deelgemeente van Hasselt en staat bekend om zijn vochtige weilanden. Deze landen werden lange tijd geploegd met de hand, en vele folklore-verhalen ontstonden in de nacht wanneer mannen hier werkten.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard