De Pootsteerters
In Limburg zijn vele bijnamen door de eeuwen heen ontstaan, maar weinig zijn zo eigenwillig en luidruchtig als die van Bilzen. De Bilzenaren zijn de Pootsteerters — en dat betekent kikkerpotensjouwers, kikkerpotentreksers. Een naam die doet vermoeden dat er meer achter steekt dan alleen maar fruitteelt en ambacht.
1 De kikkerplage
Eeuwen geleden, toen de Gete nog wilder zijn loop had en de moeraslanden rond Bilzen zich uitstrekten zover het oog reikte, was er één ding dat de inwoners meer lastig viel dan wat ook: kikkers. Niet zomaar kikkers, maar kikkers zover als men kon zien, kikkers in het water, kikkers in de akkers, kikkers op daken.
De nacht werd geen nacht meer, omdat het geqaak nooit ophield. De dag was belaagd door springende beesten die tegen je aan sprongen wanneer je aan het werk was. In de schuren zaten ze, in de putten, in de weiden. Ieder dorp in Limburg had zijn ergenissen — maar Bilzen leek het epicentrum van de kikkerplaag te zijn.
Toen gebeurde het. De Bilzenaren zeiden niet ’we moeten iets doen’ op de zachtmoedige manier van andere dorpen. Nee, zij pakten het aan op hun eigen, eigenaardige Bilzense manier: zij begonnen de kikkers gewoon mee te nemen. Met hun blote handen, zonder schrik, zonder de fijngevoeligheid van voorbijgangers.
2 De ontdekking van de kunst
Op een zonnige middag, toen de kikkers bijzonder voortvarend waren, bedacht iemand — historici weten niet wie — een nieuwe techniek. In plaats van de kikkers zomaar te pakken en weg te dragen, kon je ze bij hun achterpoten vatten en ze, met een snelle beweging van je pols, uit het water of uit het gras trekken.
En zo ontstond de kunst van de Pootstertrekking. Het was geen werk meer, het was een kunstvorm. De Bilzenaren wedijverden met elkaar wie het snelste kon trekken, wie de meeste kikkers kon grijpen, wie het meest natuurlijke gebaar kon beheersen. Vaders leerden hun zonen hoe je met drie vingers aan een poot kon trekken zonder die af te breken.
Binnen enkele jaren was de kikkerplaag opgelost. De Gete was schoon, de akkers bevrijdd, de schuren leeg. En de Bilzenaren? Zij waren beroemd geworden als de grootste pootsterrters van de hele regio. Een voorbijganger die uit een ander dorp kwam, had maar één vraag: ’Ben jij uit Bilzen? Dan kun je zeker heel goed kikkers vangen.’
3 Een naam die voortleeft
Vandaag de dag zijn de kikkers lang niet meer het probleem dat ze eens waren. Maar de naam — de Pootsteerters — zij hangt als een gouden medaille rond de hals van Bilzen. Geen schande, geen schande is hier sprake van, maar een onderscheiding. Want wie immers kan zeggen dat hij zich de kunst van het kikkerpotenrijken meester heeft gemaakt?
En op Carnaval, wanneer Bilzen zich in het groen en wit hullt, buldert er geen groep uitbundiger dan de ’Pootsteertersgroep’. Met hun eigen liederen, hun eigen dansen, hun eigen grappen — hoe konden zij anders? Zij zijn voortekomen uit kikkers en Limburgse eigenzinnigheid, en dat is iets wat geen stad zomaar kan stelen.
Dus als je ooit naar Bilzen gaat en iemand je met een knipoog ’Pootstertrekker’ noemt, weet je wat er aan de hand is. Je bent welkom in het dorp van de grootste kikkervangers die ooit hebben geleefd — mannen, vrouwen, kinderen en al, generatie na generatie, voortbouwend op de roem van hun voorgangers.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


