Shield
Wilrijk, Antwerpen

Het geitendorp

Tier 0+ - Publiek 3 min Volksverhaal
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

Wie in Wilrijk iemand een geitenkop noemt, krijgt geen klap maar een handdruk. Want wat ooit als scheldwoord bedoeld was, werd met de jaren een eretitel — en het verhaal erachter zegt alles over de Wilrijkse ziel.

HW HW

1 De koe van de armen

In de negentiende eeuw was Wilrijk twee dorpen in één. Aan de ene kant stonden de kastelen en landhuizen van de welgestelden, omringd door parken en hagen. Aan de andere kant, langs de onverharde wegen en achter de akkers, woonden de arbeiders — mannen en vrouwen die van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat werkten voor een hongerloon.

Een koe konden zij zich niet veroorloven. Een koe kostte meer dan een half jaar loon en at meer dan een gezin. Maar een geit — die was betaalbaar. Een geit at alles: onkruid, boomschors, koolbladeren, zelfs de was van het lijntje als je niet oppaste. En een geit gaf melk, genoeg om de kinderen te voeden en kaas van te maken voor de winter.

Zo werd de geit de redding van de armen in Wilrijk. Bijna elk arbeidersgezin had er een, vastgebonden aan een paaltje in de voortuin of loslopend op het veldje achter het huis. De rijken keken er op neer. Geiten waren vies, zeiden zij. Geiten stonken. Geiten waren voor mensen die het niet beter konden.

Maar de arbeiders wisten beter. Zonder die geit hadden hun kinderen honger geleden.

2 De verkiezingen van 1895

Het woord ’geitenkop’ viel voor het eerst in 1895, tijdens de gemeenteraadsverkiezingen die Wilrijk in twee kampen splitsten. Katholieken en liberalen stonden tegenover elkaar als haan en kip, en de strijd was bitter.

De liberalen hadden alles geprobeerd om de katholieke kiezers te overtuigen: vlugschriften, toespraken op het marktplein, beloften van betere wegen en lagere belastingen. Maar de Wilrijkenaren bleven onwrikbaar. Zij stemden zoals zij altijd hadden gestemd, en geen argument ter wereld kon hen van gedachten veranderen.

Woedend over deze koppigheid grepen de liberalen naar het enige wapen dat hun restte: spot. ’Geitenkoppen!’ riepen zij. ’Dat zijn jullie! Koppig als geiten, dom als bokken, en net zo eigenwijs!’ Het was bedoeld als belediging — een trap na van een verliezer.

Maar de Wilrijkenaren trokken zich er niets van aan. Sterker nog: zij vonden het wel grappig. Geitenkoppen? Waarom niet? Zij hadden tenslotte altijd al geiten gehad. Het hoorde bij hen, zoals de klei hoorde bij de Schelde.

3 Van scheldwoord tot eretitel

In de jaren die volgden, gebeurde er iets dat de liberalen niet hadden voorzien. De spotnaam bleef hangen — maar veranderde van betekenis. ’Geitenkop’ betekende niet langer dom of koppig. Het betekende: vasthoudend. Trouw. Iemand die weet waar hij vandaan komt en zich daar niet voor schaamt.

De geiten verdwenen langzaam uit de tuinen naarmate Wilrijk groeide en de akkers plaatsmaakten voor straten. Maar de naam bleef. In 1965, bij de viering van het 1200-jarig bestaan van Wilrijk, werd de eerste Geitestoet gehouden — een optocht door de straten met praalwagens, muzikanten en honderden deelnemers, allemaal in het teken van de geit.

Sindsdien trekt de Geitestoet om de vijf jaar door Wilrijk, en wie erbij is, ziet iets bijzonders: een heel dorp dat feest viert rond een dier dat ooit het symbool was van armoede, maar dat in de handen van gewone mensen een symbool werd van overleven, van doorzetten, van met weinig veel maken.

En als iemand een Wilrijkenaar vandaag een geitenkop noemt, dan glimlacht die en zegt: ’Dat klopt. En daar ben ik trots op.’

Bron: Volksoverlevering, Wilrijk (Antwerpen) / Geitestoet (sinds 1965)
Wist je dat? Wilrijk bleef een zelfstandige gemeente tot 1 januari 1983, toen het samenging met Antwerpen. De Geitestoet, een folkloristisch spektakel ter ere van de spotnaam, trekt sinds 1965 om de vijf jaar door de straten.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard