Het spookkindje en de hond zonder poten
Op een mistige herfstochtend wandelde een boomkweker uit Alken door de velden richting Stevoort. Hij kende deze route al jaren, maar deze dag zou alles veranderen. Niet voor hem, maar voor een klein jongetje dat hij onderweg zou ontmoeten. De jongen zag iets wat de volwassene niet kon zien: een bleek, fluweelachtig verschijning bij een dik, gnarrige eikenboom die al eeuwenlang zijn wortels in de grond had geslagen.
1 De eerste verschijning
Op een mistige herfstochtend wandelde een boomkweker uit Alken door de velden richting Stevoort. Hij kende deze route al jaren, maar deze dag zou alles veranderen. Niet voor hem, maar voor een klein jongetje dat hij onderweg zou ontmoeten.
De jongen, niet ouder dan zeven of acht jaar oud, speelde rond een dik, gnarrige eikenboom die al eeuwenlang zijn wortels in de grond had geslagen. Toen de boomkweker naderbij kwam, zag het kind iets wat de volwassene niet kon zien. Een bleek, fluweelachtig verschijning, als een echo van iets wat eens was geweest.
“Ziet u hem ook niet?” riep het jongetje opgewonden naar de boomkweker. “De jongen in de witte kleren! Hij staat vlak bij de eik!” De boomkweker zag alleen maar lege lucht, maar het enthousiasme van het kind ontging hem niet. Langzaam verspreidden de geruchten zich door Stevoort: er was iets merkwaardigs aan de hand bij de oude eik.
2 De onzichtbare prul
Binnen enkele weken kwamen nieuwsgierige dorpsgenoten van heinde en ver om het spookkindje met eigen ogen te zien. Maar steeds opnieuw werden zij teleurgesteld: alleen het jongetje kon het bleek schijnsel waarnemen. Ze stonden met z’n allen rond de eikenboom en zagen slechts bladeren en schaduw.
Toen arriveerde de boomkweker opnieuw. Deze keer was hij vastbesloten. “Wat houdt het spookkindje vast?” vroeg hij aan de jongen. “Een boek,” antwoordde het kind zonder aarzeling. “Een dik, oud boek met gouden letters op de omslag.”
De boomkweker voelde zich geroepen tot actie. “Luister goed,” zei hij tegen het jongetje. “Als jij dat boek van het spookkindje aanneemt en het mij toont, zal ik je een gouden horloge geven. Een prachtig horloge dat je hele leven meegaat.” Het jongetje schudde echter beslist zijn hoofd. Hij durfde niet, of wilde niet. De boomkweker begreep dat hij het zelf zou moeten doen.
3 De straffen der onzichtbare wereld
Enkele dagen later vertelde het jongetje dat het spookkindje had bevolen hem te zeggen dat de boomkweker het boek moest nemen. De volgende avond liep hij naar de eik in het licht van de maan. Zijn handen grepen naar lucht, maar voelden... iets. Iets ondefinieerbaars. Het voelde als zijde, als papier, maar tegelijkertijd als niets. Uren lang probeerde hij het onzichtbare voorwerp vast te houden, maar zijn vingers gleden telkens door het niets heen.
Acht dagen later raasde een felle storm over Stevoort. De boomkweker, onderweg door de regen, passeerde wederom de eikenboom. Wat hij zag, bevroor het bloed in zijn aderen: een hond, groot en donker, verscheen uit het niets. Maar deze hond had geen poten. Het dier leek voort te zweven op de wind zelf, zijn kale lichaam dreiging uitstralend. In paniek sloeg de boomkweker naar het schepsel. Het verdween in rook.
Sindsdien hoorde hij nog lang ritselen in de hagen rond de eik, maar niets verscheen meer aan zijn ogen. De boomkweker was voorgoed overtuigd: de onzichtbare wereld had hem gestraft voor zijn hebzucht. Hij zou nooit meer proberen de schatten van het spookkindje in handen te krijgen.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


