De bedevaart van Lendersdorf naar Sint-Hubertus
Elk jaar na Hemelvaartsdag vertrekken pelgrims te voet vanuit het Duitse Lendersdorf. Acht dagen lang lopen zij driehonderd kilometer door de Eifel, Luxemburg en de Ardennen, tot aan de basiliek van Sint-Hubertus. Het is de laatste grote internationale loopbedevaart van Europa.
1 De gelofte van 1720
In het begin van de achttiende eeuw teisterde hondsdolheid de streek rond Lendersdorf in het Rijnland. De ziekte verspreidde zich via beten van besmette honden en was vrijwel altijd dodelijk. De bewoners leefden in angst.
Het Sint-Hubertusbroederschap, dat al sinds 1518 bestond, besloot een pelgrimstocht te organiseren naar het graf van hun patroonheilige in de Ardennen. De aartsbisschop van Keulen gaf zijn zegen. Als God de plaag zou wegnemen, zouden zij elk jaar terugkeren. In 1720 vertrokken zo’n dertig pelgrims voor het eerst.
2 Driehonderd kilometer te voet
De route voert door drie landen. Vanuit Lendersdorf trekken de pelgrims door de Duitse Eifel, steken Luxemburg over via het Oesling en dalen af naar de Belgische Ardennen. Acht dagen lang lopen zij over paden die nauwelijks zijn veranderd sinds de eerste processie.
Onderweg volgen zij gedeeltelijk het tracé van een oude Romeinse heerweg. Elke avond worden de pelgrims opgevangen door lokale gemeenschappen. Er wordt gebeden, gezongen en samen gegeten. De tocht is zwaar, maar de gemeenschap draagt iedereen.
3 Aankomst in Sint-Hubertus
Op de achtste dag bereiken de pelgrims de basiliek van Sint-Hubertus. De klokken luiden als zij de stad binnentrekken. In de crypte bidden zij bij het graf van de heilige die volgens de overlevering werd bekeerd na een ontmoeting met een hert dat een kruis droeg tussen zijn gewei.
Meer dan driehonderd jaar na de eerste tocht komen de pelgrims nog steeds. De hondsdolheid is verdwenen, maar de bedevaart leeft voort — een levend monument van geloof, volharding en de band tussen drie landen.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


