De Allgäu-bedevaart
In de Allgäu staan zeven bergkapellen rond de Grünten, vroeger verbonden door een traditionele nachtbedevaart — van zonsondergang tot zonsopgang. In de 19e eeuw raakte de traditie bijna vergeten. Een bergwachtster, Theres Geißler, hield ze bijna alleen in stand tot 1902.
1 De zeven kapellen
De zeven kapellen: Maria-Hilf am Rangen, Sint-Georg boven Untermaiselstein, Sint-Magnus te Burgberg, Maria-Schutz bij Tiefenbach, Sint-Anna te Sonthofen, Maria-Trost am Sonneck, Sint-Wendelin op de Salober. De bedevaart gaat rechtsom rond de Grünten. Bij zonsondergang start aan Maria-Hilf; bij zonsopgang thuiskomst aldaar.
2 Wat Theres deed
Theres, geboren 1834, weduwe sinds 1862, kinderloos, leefde alleen aan de Rangen. Zij hield de nachtbedevaart elk jaar op 14 september (Kruisverheffing). Alleen. Bij elke kapel drie Onze-Vaders, een kaars, verder. Acht uur in totaal, over de berghellingen.
3 Wat zij zag
Bij de derde kapel, Sint-Magnus, merkte Theres elk jaar een schaduw naast haar. Niet bedreigend. Een wandelaar in oude kleren, die meeging. Bij Sint-Anna stond hij rechts; bij Sint-Wendelin links. Bij thuiskomst aan Maria-Hilf verdween hij. Zesenveertig keer zag Theres hem. In 1899 vroeg zij hem eindelijk: «Wie ben je?»
De wandelaar zei: «Ik ben de eerste die deze bedevaart liep in 1623, het pestjaar. Ik stierf bij de terugkeer aan Maria-Hilf, aan pest, met de laatste kaars. Ik wist dat ik zou sterven. Ik ging toch. Zolang iemand de bedevaart loopt, loop ik mee. Als niemand meer loopt, loop ik ook niet. Theres, je bent de laatste. Wie komt na jou?» Theres: «Niemand. Ik ben alleen.» De wandelaar: «Dan is dit de laatste. Ga in vrede.» Theres liep de laatste in 1902. Zij stierf op 15 september 1902. In de Allgäu loopt vandaag niemand meer. De kroniek zegt: niet omdat de traditie verloren ging, maar omdat de eerste wandelaar in vrede gaat.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


