Shield
Bretten, Baden-Württemberg / Karlsruhe

Het Brettener Hundle

Tier 0+ - Publiek 4 min Sage
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

Bretten ligt in de Kraichgau, een goede twintig kilometer ten noordoosten van Karlsruhe. In 1504 hoorde het stadje bij de Kurpfalz, en dat werd het bijna noodlottig. Tijdens de Landshuter Erbfolgekrieg trok hertog Ulrich van Württemberg met een leger dat de kroniek op dertigduizend man schat voor de muren. Bretten hield stand. Waarom het stand hield, vertellen de Brettenaren tot op vandaag niet met een veldheer of een wonder, maar met een hondje.

HW HW

1 De ring om de stad

De vijand kwam in de zomer, zeggen de oude vertellers, en hij kwam met alles wat een leger meebrengt: ruiters, voetknechten, karren, kanonnen en een tros die zich als een tweede stad in de velden nestelde. Rond Bretten sloot zich een ring. Er ging niets meer naar binnen en niets meer naar buiten. Wie het waagde over de muur te klimmen, kwam niet ver.

De Brettenaren kenden hun stad. Ze kenden de torens, de poorten, de smalle gassen achter de wal. Ze wisten ook hoeveel er in de schuren lag, en dat was het punt. De eerste weken viel het mee. Men at zuinig, men deelde, men telde de zakken graan als geld. Daarna werden de molens stil. De laatste koeien gingen onder het mes, daarna de laatste geiten, daarna de duiven van de zolders.

Buiten de muren wisten ze dat allemaal. Een belegeraar hoeft niet te bestormen; hij hoeft alleen te wachten tot de honger het werk doet. En de mannen van de hertog wachtten geduldig, want geduld kost minder bloed dan een bestorming. Ze zagen de rook boven de daken dunner worden en ze rekenden uit hoeveel dagen Bretten nog had. Binnen rekende de raad hetzelfde uit en kwam op een kleiner getal.

2 Het laatste beetje meel

Toen kwam er, zo wil de sage, een raadsheer met een voorstel dat iedereen eerst belachelijk vond. Er liep nog een hond in de stad, een klein rond mopsje, het lievelingsdier van de burgemeester. Geef dat beest, zei de man, alles wat wij nog hebben. Het laatste meel, het laatste spek, de laatste kaas. Mest het vet tot het glanst. En laat het dan de poort uit.

Er werd geroepen in de raadzaal. Voedsel weggeven, nu, aan een hond? Maar de raadsheer hield vol. Wie honger heeft, zei hij, is mager. Wie mager is, geeft zich over. Als de vijand een dikke hond ziet, ziet hij geen honger; hij ziet volle schuren, en dan weet hij dat wachten hem niets oplevert.

Zo gebeurde het. Dagenlang at het hondje wat de mensen niet aten. Het werd rond, glad en traag, en het sliep tevreden bij de haard terwijl de burgers hun riem aanhaalden. Op de afgesproken ochtend ging een klein deurtje in de poort open. Het beestje werd naar buiten gezet en waggelde het niemandsland in, tussen de omgewoelde akkers, recht naar het kamp van de belegeraars toe, want daar rook het naar eten.

3 Het afgesneden staartje

De wachtposten grepen het dier en droegen het naar hun hoofdman. Ze betastten de zachte flanken en de dikke nek. Ze keken elkaar aan. In een stad waar men zo een hond kan houden, sprak iemand uit, is de honger nog niet begonnen. Wij liggen hier tot de winter en krijgen niets dan regen.

Het beleg werd opgebroken. Maar het leger wilde niet met helemaal lege handen wegtrekken, en daarom sneed men, uit woede, het hondje zijn staartje af. Kreupel en zonder staart trippelde het terug naar de poort, die voor hem openging. In de stad werd het gedragen als een held. De burgers, die niets meer te eten hadden, hadden alles gewonnen.

Zo vertelt Bretten het. De historici zijn voorzichtiger: van geen enkel beleg van de stad is bewezen dat een hond het beëindigde, en dezelfde list wordt ook elders verteld, onder meer in Lübeck en in Carcassonne. De stad houdt zich niet minder aan haar hondje. Het Brettener Hundle, een mops, zit op de Hundlesbrunnen in de Melanchthonstraße en geldt als wapenteken van de stad. Elk jaar, op het eerste weekend na het feest van Petrus en Paulus op 29 juni, speelt Bretten met meer dan drieduizend deelnemers in historisch gewaad het beleg van 1504 opnieuw. Wie er dan rondloopt, wandelt tussen de vakwerkhuizen van de geboortestad van Philipp Melanchthon — en over een marktplein dat ooit door een dik hondje gered zou zijn.

Bron: Brettener stadssage, mondeling overgeleverd en omstreeks 1800 in een lokale kroniek opgetekend; Peter Bahn, «Das Brettener Hundle: eine Spurensuche» (Karlsruhe 2011).
Wist je dat? De Hundlesbrunnen staat in de Melanchthonstraße. De put zelf gaat terug tot omstreeks 1400, maar de zuil met het hondje erop werd pas op 15 juni 1880 ingewijd; het beeld viel onderweg naar Bretten van de kar en moest opnieuw gehouwen worden. In maart 2007 kwam er een kopie in weerbestendige zandsteen. Een ouder stenen hondje zit op een sokkel aan de zuidkant van het koor van de Stiftskirche. Sinds december 2014 staat het Peter-und-Paul-Fest op de Duitse lijst van immaterieel cultureel erfgoed.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard