Doktor Eisenbart van Hann. Münden
In Hann. Münden, het stadje waar Werra en Fulda samenvloeien tot de Weser, ligt bij de St. Aegidienkirche een man begraven die heel Duitsland kent — maar dan verkeerd. «Ich bin der Doktor Eisenbart», zingen studenten en schoolkinderen al meer dan twee eeuwen: het lied van de kwakzalver die zijn patiënten geneest op zijn eigen wijze. De echte Johann Andreas Eisenbarth (1663-1727) was echter geen moordenaar met de hamer, maar een van de bekwaamste chirurgen van zijn tijd.
1 De wondarts met het grote gevolg
Johann Andreas Eisenbarth werd in 1663 geboren in Oberviechtach, een stadje in de Oberpfalz, in een familie van wondartsen en oogmeesters. Een universiteit heeft hij nooit vanbinnen gezien: zijn vak leerde hij in de praktijk, bij zijn zwager, een befaamd staaroperateur. Als rondtrekkend chirurg trok hij daarna tientallen jaren van stad naar stad en van jaarmarkt naar jaarmarkt, dwars door het Duitse rijk.
Wat hem van alle andere reizende heelmeesters onderscheidde, was de schaal van zijn optreden. Eisenbarth reisde met een gevolg dat in zijn beste jaren tot honderdtwintig man telde: muzikanten, komedianten, harlekijnen en marktschreeuwers. Op het marktplein liet hij een podium bouwen, de trompetten schalden, de potsenmaker vertelde grappen — en midden in dat lawaai opereerde de meester. Dat was geen ijdelheid alleen: verdoving bestond nog niet, en de muziek overstemde het schreeuwen van de patiënten. Hij stak staar, sneed blaasstenen, zette breuken en trok tanden, en de kermisdrukte was tegelijk zijn reclame en zijn wachtkamer.
2 Het spotlied en de werkelijkheid
Rond 1800, zo’n zeventig jaar na zijn dood, ontstond in de kringen van de Göttinger studenten een spotlied dat zijn naam onsterfelijk zou maken — en zijn eer zou breken. «Ich bin der Doktor Eisenbart», begint het, en dan gaat het van kwaad naar erger: de dokter geneest de mensen op zijn eigen wijze, hij maakt dat de lammen weer zien en de blinden weer lopen, en wie bij hem onder het mes komt, is van al zijn kwalen voorgoed verlost — omdat hij het niet overleeft. Vers na vers werd Eisenbarth zo de karikatuur van de kwakzalver, de moordende marktdokter met de veel te grote mond.
De werkelijkheid zag er anders uit. Eisenbarth voerde duizenden ingrepen uit, waaronder staaroperaties die voor die tijd opmerkelijk vaak slaagden, en hij verbeterde eigenhandig zijn instrumenten. Vorsten stonden in de rij om hem privileges te verlenen: tal van Duitse vorstendommen gaven hem het recht in hun landen te praktiseren, en de Pruisische koning Friedrich Wilhelm I verleende hem een koninklijk privilege, met de titel van koninklijk Pruisisch raad en hofoculist. Wie zulke titels draagt, is geen beunhaas. Het spotlied bezong niet de man, maar de markt waarop hij moest overleven.
3 Eerherstel in Hann. Münden
In het najaar van 1727 was Eisenbarth weer onderweg, ditmaal in het zuiden van het huidige Niedersachsen. In Hann. Münden, waar Werra en Fulda samenkomen, werd hij ziek. Hij nam zijn intrek in de herberg Zum Wilden Mann aan de Lange Straße en stierf daar in november 1727. Men begroef hem bij de St. Aegidienkirche, en de grafsteen die daar nog altijd staat, leest als een eerherstel in steen: hij noemt hem de hoogedele en wijdvermaarde heer Eisenbarth, koninklijk Pruisisch raad, met privileges van koningen en keurvorsten — geen woord over kwakzalverij.
Hann. Münden heeft zijn beroemdste dode nooit meer losgelaten. Het sterfhuis in de Lange Straße draagt zijn beeld, en elke zomer voeren burgers van het stadje de Dr.-Eisenbart-spelen op, waarin de dokter met veel spektakel over het marktplein trekt. Aan het oude raadhuis speelt bovendien driemaal per dag een glockenspel, waarbij een houten Eisenbart onder klokgelui een tand trekt bij zijn patiënt. Zo leven lied en grafsteen hier vreedzaam naast elkaar: de karikatuur voor de vrolijkheid, de werkelijkheid voor de eer — en wie aan het graf staat, mag zelf kiezen wie hij groet.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


