De Witte Vrouw van de Plassenburg
Boven de daken van Kulmbach ligt de Plassenburg op haar rots. Sinds 1135 wordt zij genoemd, eerst als zetel van de graven van Andechs, later van de graven van Orlamünde, en vanaf 1340 van de burggraven van Neurenberg. Wie vandaag door de arcaden van de Schöner Hof loopt, ziet renaissance. Maar onder die renaissance ligt puin: in 1553 en 1554 werden stad en burcht in de Bundesständische Krieg tot as herleid. En door de gangen, zeggen de Kulmbachers, loopt nog altijd een vrouw in het wit.
1 De vier ogen
De bekendste sage van Oberfranken begint op de Plassenburg. Kunigunde, weduwe van graaf Otto van Orlamünde en vrouwe van de burcht, had haar hart verloren aan Albrecht de Schone, zoon van de Neurenbergse burggraaf Friedrich IV. Albrecht liet rondvertellen dat hij haar zou huwen, als er niet vier ogen in de weg stonden. Hij bedoelde zijn ouders, die niets van de verbintenis wilden weten.
Kunigunde verstond het anders. Zij had twee kinderen, een meisje van twee en een jongen van drie: vier ogen. In de nacht stak zij hun een naald door het hoofd. De pastoor Johann Löer van Melkendorf berijmde het in 1559 nog, hoe zij het deed met naalden in hun hoofd, in de schedel die overal zacht en teer was.
Albrecht wendde zich van haar af. Kunigunde trok naar Rome en kreeg vergiffenis van de paus, op voorwaarde dat zij een klooster zou stichten en er zelf zou intreden. Tot boete gleed zij op haar knieën van de Plassenburg naar het dal bij Berneck, en stichtte het klooster Himmelkron, waar zij als abdis stierf. Een Himmelkroner variant laat haar sterven van uitputting op een heuvel tussen Trebgast en Himmelkron, in het zicht van het klooster.
2 De Konraditag van 1553
Wat de sage vertelt is geen geschiedenis: de echte Kunigunde van Orlamünde stierf kinderloos. Wat in 1553 gebeurde is dat wel, en het is erger. Markgraaf Albrecht Alcibiades van Brandenburg-Kulmbach wilde van Franken een hertogdom maken en kreeg de bisdommen Bamberg en Würzburg en de rijksstad Neurenberg tegen zich. In de Bundesständische Krieg sloot de belegeringsring zich op 22 november 1553 rond zijn residentiestad.
Op 26 november, de dag van de heilige Konrad van Konstanz, bestormde het leger van hertog Heinrich van Braunschweig-Wolfenbüttel de stad. De markgrafelijke soldaten staken Kulmbach zelf in brand en trokken zich terug op de Plassenburg; de burgers werden aan de poort geweigerd en moesten door de bossen vluchten. De hertog, die drie zonen in de strijd tegen Albrecht had verloren, beval geen mannelijke inwoner in leven te laten. Een houtsnede van de Neurenberger Hans Glaser toont de brandende stad.
De burcht hield stand. Zeven maanden weerstond zij het beleg, mede dankzij drie moderne Italiaanse bastions die Albrecht rond 1550 in de grachten had laten bouwen. Pas in juni 1554 gaf de bezetting onder Joachim von Zedtwitz zich over. Op 21 oktober 1554 begonnen de bondgenoten met de vernieling: de vestingwerken werden opgeblazen of met de Neurenbergse schroef omgetrokken, de gebouwen aangestoken, de putten vergiftigd. Kulmbach herdenkt de Konraditag tot vandaag.
3 De Schöner Hof en de razende vrouw
In 1557 kregen de Hohenzollern Kulmbach terug. Markgraaf Georg Friedrich liet de puinhoop opruimen en de burcht herbouwen; de plannen voor de renaissance-architectuur kwamen van Caspar Vischer. Rond 1575 stonden de woonvleugels rond de Schöner Hof er weer, met hun arcadengangen en de rij reliëfborstbeelden tussen de bogen. Aan de vestingwerken werd nog tot 1607 gewerkt.
En toen, zegt de overlevering, wilde de markgraaf zijn nieuwe burcht betrekken. De Witte Vrouw duldde het niet. Zij rammelde met kettingen, raasde door de gangen, joeg de hofdames de stuipen op het lijf en wurgde ten slotte de kok en de foerier van de markgraaf. Georg Friedrich verliet de Plassenburg en resideerde voortaan meestal in Ansbach. Al in 1486 hadden hovelingen haar op de burcht laten verschijnen om hun vorst tot een verhuizing te bewegen; sindsdien gold zij bij de Hohenzollern als voorbode van sterfgevallen. In het Berlijnse stadsslot zag men haar voor het eerst op 1 januari 1598.
De stad beneden bouwde zich in renaissancestijl weer op en vond een andere roem. De spoorlijn van 1846 bracht het bier de wereld in; tegen 1882 telde Kulmbach zesentwintig brouwerijen. Wie nu in de Schöner Hof staat, staat op de plek waar een moordende gravin, een brandende stad en een spookvrouw elkaar raken.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


