Shield
Goslar, Niedersachsen / Harz

Het paard van ridder Ramm en het zilver van de Rammelsberg

Tier 0+ - Publiek 4 min Legende
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

Aan de zuidrand van de oude keizerstad Goslar, waar de beboste hellingen van de Harz beginnen, rijst de Rammelsberg op. Ruim duizend jaar lang, van omstreeks 968 tot de sluiting in 1988, werd hier vrijwel onafgebroken erts gedolven — koper, lood en vooral zilver. Maar volgens de overlevering was het geen mijnwerker die de schat ontdekte, maar een paard. De legende van ridder Ramm en zijn ongeduldige ros, opgetekend door de gebroeders Grimm, vertelt hoe de berg aan zijn naam kwam en hoe rond het erts een van de rijkste steden van het Heilige Roomse Rijk groeide.

HW HW

1 Het paard van ridder Ramm

Omstreeks het jaar 968 hield keizer Otto de Grote jacht in de dichte wouden van de Harz. In zijn gevolg reed een ridder met de naam Ramm, een van zijn beste jagers. Toen het wild een steile, rotsige helling op vluchtte, kon Ramm te paard niet volgen. Hij steeg af, bond zijn ros aan een boom en zette de achtervolging te voet door het struikgewas voort.

Het paard bleef alleen achter en werd ongeduldig. Het stampte en schraapte met de voorhoef in de bergbodem, dieper en dieper, tot er onder het mos en de stenen iets begon te glanzen. Toen Ramm tegen de avond terugkeerde, zag hij in het opengewoelde gat een brede ader van zwaar, glinsterend erts liggen. Hij brak enkele brokken los en bracht ze naar de keizer.

Otto liet het gesteente onderzoeken en de uitkomst was duidelijk: zilver, in een overvloed zoals men in Saksen nog nooit had gezien. De keizer beval terstond mijnwerkers naar de berg te sturen. Als dank voor de wonderlijke vondst gaf hij de berg de naam van zijn jager: de Rammelsberg.

2 Gosa en de naam van Goslar

Ook de stad aan de voet van de berg dankt volgens de legende haar naam aan deze geschiedenis. De gemalin van ridder Ramm heette Gosa, en om ook haar te eren zou de nederzetting bij de nieuwe mijn Goslar zijn genoemd. Andere vertellers houden het op het riviertje de Gose, dat van de Harz door de stad stroomt en later zijn naam gaf aan het beroemde Goslarse Gose-bier.

Historisch staat vast dat de kroniekschrijver Widukind van Corvey al rond 968 meldde dat keizer Otto in Saksen zilveraders liet openen. Het erts maakte Goslar rijk en machtig. In de elfde eeuw bouwden de keizers er hun Kaiserpfalz, een van de grootste paleizen van hun tijd, en eeuwenlang hielden zij er rijksdagen. Men noemde de stad het «Rome van het Noorden»; haar kerken, torens en vakwerkhuizen werden betaald met het zilver dat het paard van Ramm had blootgelegd.

3 Berggeesten en duizend jaar mijnbouw

Wie duizend jaar in een berg graaft, deelt hem met zijn geesten. De mijnwerkers van de Rammelsberg vertelden over een berggeest die als een grauwe monnik met gloeiende ogen door de gangen dwaalde. Waar hij verscheen, lag rijk erts verborgen — maar wie hem bespotte of in de mijn floot, riep instortingen en ongeluk over zich af. Ook hoorden de mannen soms een kloppen diep in het gesteente, als van onzichtbare kameraden; zij groetten de geesten eerbiedig met hun oude groet «Glück auf» en lieten op verborgen plaatsen een stuk brood achter.

De mijn zelf bleek onuitputtelijker dan enige sage. Van de tiende eeuw tot 30 juni 1988 werd er vrijwel zonder onderbreking koper, lood, zink en zilver gewonnen — meer dan duizend jaar, een record in de wereldgeschiedenis van de mijnbouw. In 1992 werden het ertsbergwerk Rammelsberg en de oude binnenstad van Goslar samen ingeschreven op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

Vandaag rijden bezoekers met de mijntrein de koude gangen in waar ooit de berggeest waakte. En wie boven op de helling staat, waar volgens de legende ooit een ongeduldig paard bij een boom stond te stampen, weet dat een enkele hoefslag genoeg kan zijn om duizend jaar geschiedenis open te leggen.

Bron: Gebroeders Grimm, «Deutsche Sagen» (1816); Harzer mijnwerkersoverlevering; Widukind van Corvey, «Res gestae Saxonicae» (ca. 968).
Wist je dat? De Rammelsberg was meer dan duizend jaar vrijwel onafgebroken in bedrijf, langer dan enige andere mijn ter wereld. En het zurige Gose-bier, tegenwoordig vooral bekend uit Leipzig, dankt zijn naam aan het Goslarse riviertje de Gose, waarvan de brouwers eeuwenlang het licht zoute Harzwater gebruikten.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard