Shield
Hildesheim, Niedersachsen

De duizendjarige rozenstruik van Hildesheim

Tier 0+ - Publiek 4 min Legende
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

Achter het koor van de Dom van Hildesheim, tegen de ronde muur van de apsis, groeit een wilde roos die ouder heet te zijn dan de stad zelf. De Hildesheimers noemen haar de Tausendjähriger Rosenstock, de duizendjarige rozenstruik, en volgens de overlevering staat zij daar sinds keizer Lodewijk de Vrome in het jaar 815 in het bos aan de Innerste ging jagen. De struik is het levende bewijsstuk van een stichtingslegende: hier, en nergens anders, wilde Maria haar heiligdom hebben.

HW HW

1 De jacht in het bos aan de Innerste

In het jaar 815 reed keizer Lodewijk de Vrome, de zoon van Karel de Grote, door de bossen langs de Innerste. Het was Saksenland, pas een generatie eerder gekerstend, en de keizer wilde er de kerkelijke ordening afmaken. De bisschopszetel lag toen nog in Elze, een halve dagreis westwaarts; Lodewijk zocht een plek die beter lag, dichter bij de rivierovergang waar de oude handelswegen elkaar kruisten.

Onderweg werd er gejaagd. De hofkapelaan droeg, zoals gebruikelijk bij een reizende keizer, een kleine reliekhouder mee met relieken van de heilige Maagd Maria — de kostbaarste bagage van het hele gevolg. Bij een bron aan de rand van het bos werd halt gehouden. Men las de mis, at, en rustte in de middagzon. De kapelaan hing het schrijn aan de takken van een wilde roos die daar tegen een helling groeide, om zijn handen vrij te hebben.

Zo vertelt de overlevering het althans. Toen het gevolg wilde opbreken, dacht niemand meer aan de struik. Pas toen de paarden al gezadeld stonden, schoot de kapelaan de reliekhouder te binnen en liep hij haastig terug.

2 Het schrijn dat niet meer losliet

Wat hij vond, is in alle versies van het verhaal hetzelfde: het schrijn hing er nog, maar het was niet meer los te maken. De takken van de roos hadden zich er in enkele uren omheen gesloten, alsof zij het vasthielden. Knechten trokken, de kapelaan trok; wie harder trok, kreeg alleen doornen. Men haalde de keizer erbij.

Lodewijk keek naar de struik en naar het schrijn dat erin gevangen zat, en trok de conclusie die een vroegmiddeleeuws vorst trok: dit was geen ongeluk maar een aanwijzing. Maria wilde hier blijven. Op deze plek, zo beval hij, zal haar kapel staan — en het altaar zo, dat de roos erachter verder mag groeien.

Rond die kapel ontstond de bisschopszetel. In 815 werd het bisdom van Elze naar Hildesheim overgebracht en Gunthar werd er de eerste bisschop. Dat deel is geen legende maar geschiedenis: 815 geldt tot op vandaag als het stichtingsjaar van bisdom en stad. De roos leverde er het beeld bij dat iedereen kon onthouden.

3 Vuur, wortels en vijfentwintig scheuten

De struik groeide mee met de Dom. Zij klom tegen de buitenmuur van de apsis omhoog, werd gestut, gesnoeid en telkens opnieuw vastgebonden, en overleefde branden, verbouwingen en oorlogen. In de negentiende eeuw was de Tausendjähriger Rosenstock al een bezienswaardigheid: bezoekers kwamen eind mei, wanneer de bleekroze bloemen enkele dagen lang opengaan.

Op 22 maart 1945 legde een bombardement de binnenstad van Hildesheim in puin. De Dom brandde uit, het gewelf stortte in, de apsis werd bedolven. Van de roos bleef boven de grond niets over dan verkoold hout onder het steengruis. Men hield haar voor verloren, zoals men de stad zelf voor verloren hield.

In de lente daarna, toen men het puin wegruimde, liepen uit de oude wortelstok vijfentwintig nieuwe scheuten uit. Voor de Hildesheimers was dat geen botanie maar een antwoord: als de roos terugkwam, kwam de stad terug. De Dom werd herbouwd en staat sinds 1985, samen met de Michaeliskirche, op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Wie eerlijk is, zegt erbij dat deskundigen de wortelstok op enkele honderden jaren schatten en dat «duizendjarig» een erenaam is en geen meting. Maar zij bloeit, tegen de apsis, elk jaar opnieuw.

Bron: Hildesheimer domtraditie; kroniek van het bisdom Hildesheim; documentatie van de Hildesheimer Dom.
Wist je dat? De Hildesheimer roos is botanisch een gewone hondsroos (Rosa canina) en geldt als de oudste levende rozenstruik ter wereld. Ze reikt ongeveer tien meter hoog tegen de apsis van de Dom en bloeit slechts enkele dagen eind mei, met bleekroze, vijfbladige bloemen die later oranjerode bottels geven. Dendrochronologen schatten de wortelstok op enkele honderden jaren — het getal duizend is een erenaam uit de domtraditie, geen meetresultaat.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard