De trommelslager en de Schwedenköpfe van Wismar
Wismar ligt aan een brede baai van de Oostzee, en wie er vanaf het water binnenvaart, wordt begroet door twee grote, felbeschilderde koppen. De Wismarders noemen ze de Schwedenköpfe. Ze herinneren aan de eeuwen waarin deze Hanzestad niet Duits maar Zweeds was: van de Vrede van Westfalen in 1648 tot 1803, en formeel zelfs tot 1903. Uit diezelfde Zweedse tijd stamt het verhaal van de trommelslager die onder de stad verdween en nooit meer bovenkwam.
1 De koppen aan de haveningang
Aan de Alte Hafen staat het Baumhaus, een barok gebouwtje uit het begin van de achttiende eeuw. De naam komt van de boom: eerst een echte drijvende stam, later een zware ketting, waarmee de havenwachters — de Bohmschlüters — ’s nachts en bij gevaar de toegang tot de haven afsloten. Voor dat huisje staan vandaag de twee koppen.
Oorspronkelijk stonden ze hier niet, maar verder naar buiten, op ducdalven in de Wismarbocht bij Wendorf, waar ze de vaargeul naar de haven markeerden. Het zijn geen Zweden. Het zijn Hercules-busten: elk draagt de huid van de Nemeese leeuw als kap, zodat elke kop twee paar ogen heeft — de eigen ogen en die van de leeuw, die over het water blijven waken.
Waar ze vandaan komen, weet niemand precies. Al in 1672 heet een grenspaal in de haven in de stadsboeken een «Schwede»; de busten zelf zijn vermoedelijk pas in het begin van de negentiende eeuw op die palen gezet, en waarschijnlijk waren het eerder scheepsversieringen, koppen van een roerhoofd. In het najaar van 1902 voer een Finse lichter ze aan stukken. Een jaar later, in mei 1903, kwamen er nauwkeurige afgietsels van ijzer voor in de plaats. De houten originelen staan sindsdien binnen, in het stadsgeschiedkundige museum Schabbell.
2 De Wasserkunst op de Markt
Wie van de haven de stad in loopt, komt op de grote Markt uit, en daar staat de Wasserkunst: een twaalfhoekig paviljoen van steen, met een koperen koepel en een zeskantige lantaarn, gebouwd in de stijl van de Nederlandse renaissance. De bouwmeester was Philipp Brandin uit Utrecht. Hij begon rond 1580 en stierf in 1594; de Lübeckse meester Heinrich Dammert voltooide het werk in 1602.
Het was geen sieraad, maar een machine. Vers water uit de bronnen bij Metelsdorf liep door houten buizen de stad in en voedde ongeveer 220 huizen en zestien openbare putten. Twee hoofdleidingen droegen namen die iedere Wismarder kende: het Mannrohr en het Weibsrohr, de mannenbuis en de vrouwenbuis. Ze eindigden bij twee bronzen figuren, een nikker en een nikkerin, man en vrouw.
Voor de mensen op de Markt was dat geen grap. Waterwezens leven in gezinnen, zei men, en waar een man en een vrouw zijn, zijn ook kinderen; onder de keien van de Markt woonde dus een heel klein volk dat het water door de buizen duwde. Wie een emmer vulde, deed dat met een klein knikje. In 1897 nam een nieuwe waterleiding het werk over en zweeg de Wasserkunst. Het paviljoen bleef staan en is het zinnebeeld van de stad geworden.
3 De trommelslager onder de stad
In de Zweedse tijd zat in Wismar een soldaat gevangen die ter dood was veroordeeld. Onder het Franciscanenklooster, het Grauwe Klooster, was een gang ontdekt waarvan niemand wist waar hij eindigde. De commandant bood de man genade aan: legde hij de gang af en kwam hij er levend uit, dan was hij vrij. Om hem van boven te kunnen volgen gaf men hem zijn trommel mee.
Hij daalde af en begon te slaan. De Wismarders liepen over de straatstenen met het geluid mee: door de ABC-Straße, door de Altböterstraße, langzaam maar gestaag richting de Markt. Bij de Wasserkunst hielden de slagen op. Men wachtte, men riep, men klopte op de stenen. Er kwam niets meer. De trommelslager is nooit meer boven de grond gezien.
De Zweedse commandant liet de ingang van de gang dichtmetselen. Sindsdien, zeggen de oude Wismarders, hoor je op stille nachten bij de Wasserkunst nog altijd een roffelen onder je voeten, alsof de man daar beneden nog steeds de weg naar buiten zoekt. Dezelfde trommelslager loopt trouwens ook onder Gadebusch en onder Dömitz; heel Mecklenburg heeft zijn gangen en zijn verdwenen soldaat. Alleen in Wismar zwijgt hij precies onder het waterhuis.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


