De stenen man in de muur van de Dom van Verden
Verden ligt in Nedersaksen, waar de Aller de Weser nadert, een oude bisschopsstad die vandaag vooral als Reiterstadt bekendstaat. Boven de binnenhof van de Dom Sint-Maria en Cecilia steekt hoog aan de dakrand een verweerde stenen kop uit de muur, met open mond en lange haren, alsof hij midden in een schreeuw is gestold. De Verdenaren noemen hem de Steinerne Mann, de stenen man. Wie hem voor het eerst ziet, vraagt zich af wie daar in de baksteen gevangenzit. Het antwoord komt uit een sage die al eeuwen aan de voet van de Dom wordt verteld.
1 De ontrouwe rentmeester
Er was eens een koster, anderen zeggen een rentmeester, die de kas van de Dom beheerde. Jarenlang gingen de offergaven en de pachtgelden door zijn handen, en jarenlang hield hij er meer van achter dan hem toekwam. Wat voor het dak, de klokken en de armen bestemd was, verdween in zijn eigen beurs en werd er even snel weer doorgejaagd aan drank en vertoon. Niemand telde de munten na, want wie zou een man van de kerk verdenken.
Maar rekeningen die niet kloppen, blijven niet eeuwig verborgen. Op een dag werd de rentmeester voor de bisschop en het domkapittel geroepen om verantwoording af te leggen. De boeken lagen opengeslagen, de posten klopten niet, en aller ogen waren op hem gericht. In plaats van te bekennen koos de man de brutaalste uitweg die er is. Hij zwoer bij hoog en bij laag dat hij onschuldig was, en riep dat, als hij toch iets had ontvreemd, de duivel hem dan mocht halen.
Het was een eed die niemand lichtvaardig hoort uitspreken. In de gewelven werd het stil. De kanunniken sloegen een kruis, want een mens die de duivel als getuige aanroept, speelt met meer dan zijn goede naam. De rentmeester echter meende zich met die woorden vrij te pleiten, en hij verliet de vergadering met opgeheven hoofd, alsof de zaak daarmee was afgedaan.
2 Wat door de muur wilde
Hij was nog niet ver van de Dom of het begon. Rond de muren van de kerk steeg driemaal een afgrijselijk geluid op, een huilen en een lachen tegelijk, dat de omstanders het bloed deed stollen. Bij de derde maal stond de Boze zelf er, gekomen om te innen wat hem met een eed beloofd was. Hij greep de rentmeester beet voor die kon vluchten en wilde met zijn buit dwars door de muur van de Dom naar buiten varen, zoals alleen een duivel dat kan.
Maar de muur van de Dom was dik en oud, gemetseld om te blijven staan. Halverwege de steen bleef de buit steken. Hoe de duivel ook trok en rukte, de man kwam niet mee en kwam ook niet terug. Onder het huilen verstarde het lichaam, het vlees werd baksteen, en wat er van de rentmeester overbleef was een grauwe kop die voor altijd half in de muur en half erbuiten hing, de mond nog open van zijn laatste schreeuw.
Zo bleef hij hangen, zeggen de Verdenaren, als een waarschuwing die geen prediker in woorden kan vatten. Wie de kerk besteelt en dan de duivel te hulp roept, krijgt precies wat hij vraagt, niet meer en niet minder. De duivel hield zich aan de eed. Het was de rentmeester die zich in de prijs had vergist.
3 De steen die de gezellen zagen
Eeuwenlang hoorde de Steinerne Mann bij het leven van de stad. Toen handwerksgezellen op hun trektocht, de Walz, in Verden aankwamen om werk, onderdak en eten te vragen, moesten zij eerst met de oudste gezel naar de Dom en de stenen man met eigen ogen zien. Daar kregen zij een andere lezing te horen: het zou een dief zijn geweest die in de kerk wilde inbreken en op slag in steen veranderde. In hun wanderbuch drukte men een stempel dat zij de stenen man van Verden hadden gezien. Zo bewees een gezel dat hij in de aanzienlijke stad was geweest, en tegelijk kreeg hij een les in eerlijkheid mee voor de rest van zijn reis.
Wie vandaag naar boven kijkt, ziet geen betoverde dief en geen rentmeester, maar een oude waterspuwer die zijn taak heeft verloren. De verweerde kop leidde ooit het regenwater van het dak weg, en toen zijn oorspronkelijke doel vergeten raakte, groeide de sage eromheen om het vreemde gezicht te verklaren. Zo gaat het vaker: het verhaal komt nadat de steen er al hing.
Toch blijft de stenen man zich het liefst op de plek zelf verklaren. Wie in de binnenhof van de Dom Sint-Maria en Cecilia staat en de blik langs de dakrand laat glijden, vindt hem daar nog altijd, met open mond, half in de muur. En ergens tussen de baksteen en de sage klinkt de oude vermaning door: houd je handen thuis, en roep de duivel niet op als getuige.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


