Shield
Bad Buchau, Baden-Württemberg / Oberschwaben

De verzonken stad in de Federsee

Tier 0+ - Publiek 4 min Sage
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

Aan de Federsee in Oberschwaben, het op een na grootste meer van Baden-Württemberg, vertelt men dat diep onder het water en het veen een hele stad slaapt. Waar vandaag riet en moeras de spiegel omzomen, zou ooit een rijke eilandstad met zeven torens hebben gestaan. Ze verzonk in een enkele nacht. Bij laag water en helder weer, zeggen de ouden, ziet de oplettende nog de spits van de kerktoren, en uitverkorenen horen op bepaalde uren uit de diepte de klokken luiden, de hanen kraaien en de honden blaffen.

HW HW

1 De rijke stad op het eiland

De Federsee is maar een rest. Na de laatste ijstijd besloeg hij bijna vijftig vierkante kilometer, vandaag amper anderhalf, ingebed in het grootste aaneengesloten veengebied van Zuidwest-Duitsland. Uit dat water rees een eiland van vast morenegesteente, en daarop ligt tot vandaag Buchau, het latere Bad Buchau. Omstreeks het jaar 770 stichtten graaf Warin en zijn gemalin Adelindis hier een klooster, dat uitgroeide tot een vrijwereldlijk damesstift waarvan de abdis als rijksvorstin zetel en stem had op de rijksdagen. In 1320 werd Buchau vrije rijksstad, klein maar alleen aan de keizer onderworpen, en dankzij zijn eilandligging zonder muren en torens.

De sage maakt van dat eiland een nog oudere, prachtiger stad. Ze had, zo heet het, zeven torens en hoge muren, en haar bewoners waren goede christenen die God ter ere een kerkje hadden gebouwd. In de loop der jaren nam hun welvaart toe. Omdat ze niemand kwaad deden, hadden ze ook geen vijanden, en zo lag de stad zorgeloos in haar meer, omringd door water in plaats van door weermuren.

2 De nacht waarin het eiland zonk

Op een dag verschenen vele boten op de Federsee. De eilandbewoners herkenden met schrik een vijandige krijgsschare, heidenen, van wier bloeddaden men al vaak met afgrijzen had gehoord. De strijd was hevig, maar de vreedzame bewoners bezweken voor de vreemden. Tussen de brandende puinen van de veroverde stad zwelgden en dronken de overwinnaars tot diep in de nacht.

Toch zouden zij hun daad met het leven bekopen. Terwijl de dronken heidenen in diepe slaap lagen, begon het eiland te zinken. Geluidloos trok het water de stad de diepte in, met torens, muren en slapende mannen. De volgende morgen zagen de weinige vluchtelingen die zich naar de oever hadden gered, enkel nog de spits van de kerktoren uit het meer steken.

Sindsdien slaapt de verzonken stad in het veen. In een oudere, strengere versie leidden de bewoners zelf een goddeloos leven, en de stad ging ten onder als straf; bij helder weer en laag water ziet men de kerktorenspits, en menigeen wil de klokken hebben horen luiden. Enkel uitverkorenen echter horen op bepaalde uren diep beneden de hanen kraaien en de honden blaffen, alsof het leven daar onder gewoon doorgaat.

3 Wat het veen bewaart

Achter de sage schuilt een natte waarheid. Tweemaal, in 1787 en 1808, verlaagde men de spiegel van de Federsee met telkens twee meter om land te winnen. Buchau verloor daarmee zijn eilandligging, maar de verhoopte winst bleef uit, en het vochtige veen gaf in plaats van akker iets anders prijs: de resten van eeuwenoude nederzettingen. Sinds de negentiende eeuw graven archeologen in het moeras de palen, houten en werktuigen van verzonken dorpen op. Hier vond men de oudste houten wielen van Europa, en de paalwoningen aan de Federsee behoren vandaag tot het UNESCO-werelderfgoed.

Een van die nederzettingen, de bronstijdburcht Wasserburg Buchau, was beschermd door een palissade van vijftienduizend dennenstaken en werd omstreeks het midden van de negende eeuw voor Christus verlaten, toen het stijgende meer haar verzwolg. Onderzoekers vermoeden dat juist zulke werkelijk ondergegane plaatsen in de herinnering voortleefden en tot de sage van de verzonken stad werden. In donkere tijden verhief de nationaalsocialistische oudheidkundige Hans Reinerth de Wasserburg zelfs tot een Zwabisch Troje, een misbruik dat tot vandaag nagalmt.

Wie vandaag naar Bad Buchau komt, gaat over de Federseesteg uit 1911 het moeras in, voelt in het Wackelwald de verende veenbodem onder de voeten en ziet in het Federseemuseum wat het water bewaard heeft. De stad met de zeven torens vindt hij niet. Maar het veen houdt zijn doden en zijn houten langer vast dan enige steen, en wie op een stille avond aan de oever staat, begrijpt hoe uit het zwijgen van het meer een geluid van klokken kan worden.

Bron: Sage van de stad in het meer, in meerdere versies overgeleverd; Federsee en Bad Buchau, de.wikipedia.org; regionale Oberschwabische sagenoverlevering.
Wist je dat? De Federsee is vandaag nog maar een rest van een meer dat na de laatste ijstijd zowat vijftig vierkante kilometer besloeg; in 1787 en 1808 verlaagde men de waterspiegel telkens met twee meter, waardoor Buchau zijn eilandligging verloor en in het veen de resten van steentijd- en bronstijdpaalwoningen tevoorschijn kwamen, nu UNESCO-werelderfgoed.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard