De dwergen van Cornouaille
De dwergen van Cornouaille — poulpicans in het Bretons — wonen onder de dolmens van Finistère. Kleiner dan korrigans, sluwer. Hun specialiteit: de wissel. ’s Nachts nemen zij een mensenbaby uit de wieg en leggen er een van hun eigen kleintjes, al oud, in.
1 De wissel
Je hebt een baby. Op een nacht word je wakker: het kind huilt met een oude, vreemde stem. Het gezicht is rimpelig; de ogen zijn diep; het weigert de borst. Het is een poulpican. Het jouwe ligt onder de dolmen. Je hebt veertig dagen om het terug te halen. Daarna is de wissel definitief.
2 De eierschaal-test
De methode om een poulpican te ontmaskeren: leg twaalf lege eierschalen in een kring in de kamer. Steek ze als kaarsjes aan. De echte baby reageert niet. De poulpican barst in lachen uit (omdat hij duizend keer het einde van de wereld heeft gezien en de twaalf schalen absurd vindt). Lacht hij, zeg dan: «Lach je, dan ben jij mijn kind niet. Ga. Geef me het mijne terug.» In 1819 te Plogonnec deed Marie Quemener de test op haar kind Job dat al drie nachten huilde. De poulpican lachte. Marie sprak de formule. ’s Morgens lag de echte Job rustig in de wieg. Marie ging naar de dolmen, legde er twaalf eierschalen als dank. Job werd tweeentachtig jaar. De familie bewaart de twaalf schalen nog ongeschonden.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


