Het mirakel van Diever
Op de brink van Diever, in het zuidwesten van Drenthe, staat de Sint-Pancratiuskerk, die hier weleens de kathedraal van Drenthe wordt genoemd. Het dorp is oud: in 1181 duikt het in de bronnen op als Devere, en in de middeleeuwen was het de hoofdplaats van het Dieverderdingspel, dat vrijwel heel Zuidwest-Drenthe besloeg. Maar het merkwaardigste dat ooit over Diever is opgeschreven, staat niet in een Drents archief. Het staat in het Latijn, in het wonderboek van een monnik uit het Zevengebergte bij Bonn. Caesarius van Heisterbach tekende er het verhaal op van een twijfelende dorpspriester, van een hostie die een venster werd, en van vijftig mannen die het kruis opnamen. Het is het enige middeleeuwse mirakel dat uit Drenthe bekend is.
1 Een priester die twijfelde
Rond het jaar 1200 was Diever een kerkdorp van betekenis. De houten zaalkerk van de vroege middeleeuwen was toen al vervangen door een romaans godshuis van tufsteen, en de kerk behoort daarmee tot de oudste van Drenthe. Hier woonde en werkte in het begin van de dertiende eeuw een priester die Adolphus heette. Over hem vertelt de overlevering twee dingen, en geen van beide strookte met zijn ambt. Hij leefde samen met een vrouw, alsof het celibaat niet voor hem gold. En hij twijfelde aan de kern van zijn eigen geloof: of Christus werkelijk aanwezig was in de hostie die hij dag na dag op het altaar ophief.
Die twijfel was in zijn tijd geen kleinigheid. In november 1215 had het Vierde Lateraans Concilie in Rome juist plechtig vastgelegd dat brood en wijn in de mis werkelijk veranderen in het lichaam en bloed van Christus. Een priester die daaraan twijfelde en bovendien in concubinaat leefde, stond met beide benen buiten de orde van zijn kerk. Adolphus deed niettemin zijn werk, jaar in jaar uit, en niemand in Diever zal vermoed hebben wat er in hem omging. Tot de zomer waarin de mis hem antwoord gaf.
2 Het octaaf van Petrus en Paulus
Het gebeurde in de eerste week van juli, op het octaaf van het feest van Petrus en Paulus, naar alle waarschijnlijkheid in het jaar 1216. Adolphus droeg de mis op in de kerk van Diever. Vlak voor het Agnus Dei hief hij de hostie op om haar te breken, zoals hij duizend keer had gedaan. Maar ditmaal zag hij in de hostie Maria, met het Kind Jezus op haar schoot. Hij draaide de hostie om en zag op de keerzijde een lam. In sommige lezingen van het verhaal draaide hij haar nog een keer om en zag hij, wazig als door een venster, Christus aan het kruis, met het hoofd naar beneden.
Door schrik overmand wist Adolphus niet of hij zo moest blijven staan of de dienst moest voortzetten. Toen verdween de verschijning en kon hij de mis ten einde brengen. Het kerkvolk had gezien dat er iets vreemds gebeurde op het altaar en roerde zich. Daarop besteeg de priester de preekstoel en vertelde wat hem was overkomen. De indruk was zo groot dat vijftig mannen zich ter plekke aanboden voor de kruistocht; historisch onderzoek wijst uit dat alleen de tocht die in 1217 uit de noordelijke gewesten vertrok daarvoor in aanmerking komt. Adolphus zelf kwam tot inkeer en beterde zijn leven. De vrouw met wie hij samenleefde, vertrok naar het klooster van Ruinen om voor haar zonden te boeten.
3 Het Lourdes dat Drenthe nooit kreeg
Dat wij dit alles kennen, danken we aan Caesarius van Heisterbach, een cisterciënzer monnik uit de abdij van Heisterbach bij Bonn, die leefde van omstreeks 1180 tot 1240. In zijn Dialogus Miraculorum verzamelde hij honderden wonderverhalen uit heel Noordwest-Europa, ook uit de Lage Landen. Het Drentse dorp verschijnt bij hem in verbasterde vorm, als Deyferne, maar onderzoekers zijn het erover eens dat Diever bedoeld is. Daarmee is het sacramentswonder het enige middeleeuwse mirakel uit Drenthe dat schriftelijk bewaard bleef.
Men zou verwachten dat uit zulk een driedubbele verschijning een bedevaart was gegroeid, en misschien is dat ooit ook gebeurd, maar daarover is niets opgetekend. De historicus Paul Brood wijt dat aan de nuchtere bescheidenheid van de Drenten: er zijn plaatsen waar veel minder is voorgevallen en waar de pelgrims tot op de dag van vandaag in drommen naartoe trekken. Diever had het Lourdes van Nederland kunnen zijn, zei hij, maar het werd het niet.
De kerk zelf ging in 1598 met de Reformatie over naar de hervormde eredienst. Van de acht altaren die zij in de katholieke eeuwen telde, waaronder een altaar van het Heilig Sacrament, bleef niets bewaard. Wie er tegenwoordig binnenloopt, vindt er niettemin een Mariabeeld, dat herinnert aan wat hier in de dertiende eeuw zou zijn gebeurd. En wie in juli over de brink loopt, wanneer duizenden bezoekers naar Diever komen voor Shakespeare in het openluchttheater, mag bedenken dat het oudste verhaal van het dorp op diezelfde plek begon: bij een priester die niet geloofde wat hij in zijn handen hield, tot hij het zag.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


