Hoe een schipper door de duivel werd gehaald
Schipper Knelis Bos voer met klompenhout van Doesburg naar Zutphen op één nacht in oktober 1808. Op het Doesburgsche veer stapte een passagier op zonder geld te tonen. De passagier was in zwart, droeg geen mantel, en gaf zijn naam niet. Knelis wist het.
1 De passagier
De passagier ging in het achterruim zitten, nam geen plaid, vroeg geen voedsel. Hij keek naar het water. Knelis liet hem zitten en stuurde de IJssel af. De wind stond goed; ze zouden in vier uur in Zutphen zijn.
2 De ruil
Halverwege de tocht stond de passagier op en zei: «Schipper, ik heb geen geld. Ik bied u dit: u geeft mij uw schip aan de bodem — precies zoals het hier ligt — en ik geef u tien jaar boven het water terug. U leeft tien jaar langer dan u zou hebben geleefd. Daarna kom ik u halen.» Knelis dacht. Hij was vierendertig, gezond, twee kinderen, vrouw zwanger. Tien jaar plus zijn natuurlijke leven was bijna een tweede leven.
3 Het einde
Knelis aanvaardde. De passagier nam de stuurpen. Het schip dook recht naar beneden, glad, zonder branding, zonder geluid. Knelis stond op de oever — hij wist niet hoe — droog, met zijn klompen aan, kijkend naar de plek waar het schip was. Hij liep naar Zutphen. Hij kocht een nieuwe boot. Hij voer nog tien jaar.
Op één september 1818, ’s avonds, kwam in Doesburg de passagier weer aan boord. Knelis stuurde hem naar het achterruim. Halverwege de tocht haalde de passagier hem. Het schip werd gevonden, leeg, op het Zutphense veer. Knelis was niet gevonden. In zijn testament, gedateerd 31 augustus 1818, stond één regel: «Ik heb gekregen wat ik heb gevraagd. Ik betaal wat ik heb beloofd. De duivel is geen oneerlijke tegenpartij — alleen een geduldige.»
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


