Truydeman en zijn wijf
Schipper Truydeman van Hoorn vertrok in maart 1607 voor twee jaar naar Oost-Indië. Hij liet zijn vrouw Truytje thuis met één instructie: «Doe niets dat je niet zou doen als ik thuis was.» Wat Truytje deed was niet verkeerd. Het was anders.
1 Twee jaar
Truytje, vierentwintig jaar, getrouwd vier jaar, geen kinderen, opende in juli 1607 in haar tuintje een «openhuis» voor weduwen en alleenstaande vrouwen van Hoorn. Vier middagen per week. Zij ontving naar schatting 200 vrouwen in twee jaar; zij gaf gratis maaltijden, gaf advies, hield gezelschap. Zij gebruikte daarvoor het maandgeld dat Truydeman haar liet (60 gulden per jaar). Niet voor luxe, niet voor kleren, niet voor reizen — voor «openhuis». Zij gaf elke gulden aan andere vrouwen.
2 De terugkeer
14 augustus 1609: Truydeman terug in Hoorn. Hij ging eerst naar de havenkroeg om met scheepsmatten te drinken; daar hoorde hij van Truytjes openhuis. Hij ging naar huis. Truytje had op die middag (donderdag) acht weduwen aan tafel. Truydeman ging mee aan tafel. Truytje stelde voor: «Mijn vrouwen, dit is mijn man, terug uit Indië. Hij zal voortaan ook eten met ons.» Truydeman zei niets. Hij at. Hij keek naar Truytje. Hij zag dat zij — in twee jaar — van een 24-jarige échte vrouw was geworden tot een 26-jarige vrouw die een halve weduwe-stichting leidde, met respect en liefde van 200 Hoornse vrouwen. Hij vroeg later, alleen met Truytje: «Mag ik je openhuis voortzetten met jou?» Truytje: «Ja, als je begrijpt dat het mijn werk is, niet jouw eigendom. Wij doen het samen, maar het blijft mijn werk.» Truydeman accepteerde. Het openhuis bestond tot Truytjes dood in 1659 (op haar zesenzeventigste). Sinds 1659 onderhoudt de Hoornse weduwe-stichting een «Truytje-tafel» voor alleenstaande vrouwen, één donderdag per maand, in het oude Truydeman-huis aan de Veermanskade.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


