Shield
Villers-la-Ville, Waals-Brabant

De abdij van Villers

Tier 0+ - Publiek 5 min Legende
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

In het glooiende dal van de Thyle, verscholen tussen de heuvels van Waals-Brabant, verrijzen de ruïnes van een van de machtigste abdijen die de Lage Landen ooit hebben gekend. Hier begon het verhaal van Villers – met twaalf monniken, drie lekenbroeders en een wandelstok.

HW HW

1 De wandelstok van Bernardus

Het was in het jaar 1146 dat twaalf cisterciënzer monniken en drie lekenbroeders vertrokken vanuit de abdij van Clairvaux in Bourgondië. Ze reisden naar het noorden, geleid door het visioen van hun geestelijk vader Bernardus, die een vallei had gezien waar het woord van God wortel kon schieten.

De monniken vonden het land dat Gauthier de Marbais hun had geschonken – een dal met vruchtbare grond, stromend water en stilte. Bernardus zelf kwam een jaar later, in 1147, om de jonge gemeenschap te bezoeken. Bij zijn aankomst plantte hij zijn wandelstok in de grond naast de kapel.

De volgende ochtend stond de stok niet meer rechtop. Hij had wortels geschoten. Binnen een jaar was de stok uitgegroeid tot een machtige eik – de quercus Bernardi, de eik van Bernardus. De monniken zagen het als een teken: hun abdij zou hier groeien zoals de eik, diep geworteld en breed vertakt.

2 De gouden eeuwen

En de abdij groeide. Binnen twee eeuwen was Villers uitgegroeid tot een van de rijkste en machtigste kloosters van het Heilige Roomse Rijk. Meer dan honderd monniken en driehonderd lekenbroeders leefden en werkten er. Ze brouwden bier, maakten kaas, bewerkten de velden en ontvingen pelgrims in hun hospitium – het gastenverblijf dat al sinds 1212 zijn deuren opende.

De refter werd in 1267 voltooid – een kathedraal op zich, met hoge gewelven die het licht van buiten vingen en de stilte van het gebed bewaarden. De kerk rees op in de zuiverste gotische stijl. De abdij bezat landerijen tot ver voorbij de horizon, van de Thyle tot aan de Dijle.

Maar de eik van Bernardus herinnerde de monniken eraan dat al deze rijkdom een geschenk was, geen recht. Elke ochtend liepen ze langs de boom op weg naar de metten, en elke avond keerden ze terug onder zijn takken. De eik was hun kompas, hun geweten.

3 De val en de herinnering

De zestiende eeuw bracht oorlog. Spaanse troepen trokken door het dal, en de abdij leed onder plundering en geweld. De monniken werden minder, de inkomsten slonken. Toen de Franse Revolutie in 1796 de abdij ophief, waren er nog maar een handvol broeders over. Ze vertrokken in stilte, met niets dan hun habijt en hun gebeden.

De abdij verviel. Regen en wind deden hun werk. Daken stortten in, muren brokkelden af, en de natuur nam bezit van wat de mens had gebouwd. Maar de eik van Bernardus bleef staan. In 1715 had men een kapel gebouwd rond de plek waar de wandelstok wortel had geschoten – een klein heiligdom dat de herinnering bewaarde aan het begin.

Vandaag wandelen bezoekers door de ruïnes van Villers en zien de contouren van wat ooit was – de refter met zijn lege vensters, de kloostergang waar ooit alleen het ritme van sandalen klonk, de kerk die nu de hemel als dak heeft. En wie goed luistert, hoort in de wind door de bogen misschien nog het gefluister van twaalf monniken die in 1146 een vallei vonden en besloten te blijven.

Bron: Stichtingslegende abdij van Villers-la-Ville, kroniek van de cisterciënzers van Clairvaux
Wist je dat? De abdij van Villers werd in 1146 gesticht door monniken uit de abdij van Clairvaux. Op haar hoogtepunt in de dertiende eeuw telde ze meer dan honderd monniken en driehonderd lekenbroeders en beheerde ze een domein van ruim honderd vierkante kilometer.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard