De Graaf met de Hulstlaarzen
In het dal van de Viroin heerste eeuwen geleden een gruwelijke graaf wiens naam in de plaatselijke overleveringen werd gefluisterd met angst en afschuw. Zij zeiden dat hij laarzen droeg gemaakt van heilige hulst—glanzend, hard en waarin een vervloekte magie woonde. Deze laarzen gaven hem onnatuurlijke krachten: hij kon sneller rennen dan enig paard, hij voelde geen pijn, en zijn voeten lieten brandwonden op de grond na waar hij liep.
1 De Geboorte van de Verschrikking
De Graaf van Olloy was beroemd en gevreesd in heel de vallei. Hij was ruwbouwig van lichaam, wreed van aard, en zijn dorsten naar macht kon nooit gelest worden. Volgens de verhalen sloot hij op midwinter een onheilspellend akkoord: een boze heks zou voor hem laarzen scheppen van de hardste hulsthouten, bezegeld met duisternis. In ruil zou hij zijn meest dierbare bezitting—zijn eigen hart—als onderpand geven.
Wanneer hij die laarzen voor het eerst aantrok, schreeuwde hij van pijn. Zijn voeten werden zwart als verbrande kool, en vlammen leckten omhoog langs zijn benen. Maar toen verdween de pijn, en een akelige kracht vulde zijn lichaam. De hulstlaarzen waren nu vergroeid met zijn vlees, eeuwig aan zijn voeten vastgekleefd.
2 De Jaren van de Tyrannie
Met deze bovenaardse krachten werd de Graaf onoverwinbaar. Geen ridder kon hem in het gevecht verslaan—hij was te snel, te sterk, en voelde geen verwonding. De vallei van Viroin werd zijn koninkrijk van terreur. Boeren dienden hem ongelimiteerd, en wie zich verzette, voelde zijn hakken op hun ruggen. Men zei dat waar hij liep, het gras niet meer groeide. Dieren vluchtten bij zijn nadering.
De jaren verstreken, en de Graaf verouderde niet. Zijn gezicht bleef wreed en jong, maar zijn ogen werden leeg. ’s Nachts riepen arbeiders dat zij hem hoorden lachen in de bergen—een hol, pijnlijk gelach dat in de wind verdween.
3 De Straf van de Hulst
Op een regenachtige nacht verdween de Graaf. Ruiters vonden hem drie dagen later bij de Viroin-rivier, dood en koud, zijn lijf versteend. Zijn laarzen waren nog aan zijn voeten, maar ze waren niet langer zwart—ze gloeidden in een hel licht, alsof er vuur in zat. Zij zeiden dat zijn hart nooit is teruggewonnen, dat het nog steeds elders slaat, gevangen in het duister.
Tot heden fluisteren de mensen van Viroinval over de Graaf met de Hulstlaarzen. In de koude nacht, wanneer de wind door de vallei blaast, horen ouderen het geluid van voeten die voorbij rennen—snel, onzichtbaar, brandend.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


