Shield
Aalst, Oost-Vlaanderen

De behekste stal

Tier 0+ - Publiek 11 min Heksenverhaal
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

In de negentiende eeuw belandde de boer X uit Aalst in grote moeilijkheden. Zijn vee werd ziek en stierf, zonder dat de dierenartsen weten hadden wat eraan te doen. In zijn wanhoop wendde hij zich tot een tovenaar uit Zepperen, die hem vertelde dat er een “kwade hand” op zijn stal lag. Dit verhaal laat zien hoe volksgeloöf, geloof en wetenschap elkaar in het plattelandsleven van weleer tegenspraken.

HW HW

1 De mysterieuze ziekte

Al enkele weken teelden zich onder het vee van boer X vreemde verschijnselen af. Dier na dier werd ziek, en wat nog erger was: ze stierven zonder duidelijke oorzaak. De boer, die zich voorbij zijn verstand was bezorgd, riep op verschillende malen deskundigen op te komen kijken. Dierenartsen kwamen van heinde en ver, bogen zich over het zieke vee, maakten hun notities en medicijnen, maar niemand kon een verklaring geven of een genezing bieden.

De toestand was rampzalig voor de boerderij. Met elk dier dat stierf, verdween ook een deel van de toekomst van het gezin. De boer verloor niet alleen zijn dieren, maar ook zijn hoop en zijn slaap. ’s Nachts lag hij wakker en piekerde over wat hij had kunnen missen, of wat hij verkeerd had gedaan. De buren fluisterden, zoals buren doen, en al snel werden er vermoedens uitgesproken over de ware oorzaak van het ongeluk.

In wanhoop besloot boer X een stap te nemen waarvan hij eigenlijk altijd had gezegd dat hij nooit zoiets zou doen. Hij besloot contact op te nemen met iemand die bekend stond om niet-natuurlijke vermogens: een tovenaar uit het nabije Zepperen. Dit zou het begin zijn van een vreemde zoektocht naar waarheid en verlossing.

De naam van de tovenaar werd fluisterend doorgegeven tussen de dorpsbewoners. Sommigen zeiden dat hij werkelijk tovenaarskunsten bezat, anderen waren er zeker van dat hij slechts een charlatan was. Maar boer X, die alles had geprobeerd en alles had verloren, was bereid alles te geloven. Hij stuurde een boodschapper naar Zepperen om de mysterieuze man te ontbieden.

2 Het bezoek van de tovenaar

De tovenaar arriveerde op een nevelige ochtend aan de poort van de stal. Hij was een magere man met doordringende ogen, die zonder veel woorden het erf benaderde en rechtstreeks de stal in liep. Terwijl boer X hem volgde, keek de man om zich heen met de blik van iemand die dingen ziet die anderen niet kunnen waarnemen.

Na slechts enkele minuten kwam hij weer naar buiten en sprak zijn vonnis: “Het is de kwade hand.” Deze drie woorden hingen als een donkere wolk boven de boer. De tovenaar vervolgde met nauwkeurige instructies. “Je moet op bedevaart gaan naar de Heilige Wivina in de Monnebruren-kerk. Dit is van het grootste belang.”

Maar daar bleef het niet bij. De tovenaar vertelde verder: “De eerste persoon die je zal tegenkomen op je weg naar de kerk, is de oorzaak van je ongeluk. Deze persoon draagt de schuld voor alles wat je is overkomen.” Deze woorden deden boer X verstijven. Wie zou het kunnen zijn? Een buur? Een familielid? Een voormalige medewerker?

De tovenaar gaf nog meer raad: “Jullie moeten ook allemaal gaan biechten en ter communie gaan. Dit is noodzakelijk voor de zuivering. En nog één ding: breek de kribben in je stal af en kijk of je daar niets vreemds vindt.” Met deze cryptische woorden vertrok de tovenaar, laat na zijn betaling achterlatend, wat het dorp nog ervan zou herinneren dat hij ooit geweest was.

3 Het ongeloof van de boer

Nu was boer X een praktisch man, iemand die zijn leven lang op rede en logica had vertrouwd. Het idee van een “kwade hand” en van tovenaarskunsten streed in tegen alles wat hij ooit had geleerd. Hij was niet irreligeus, maar hij geloofde in wat hij kon zien, in wat je kon meten en bewijzen. De woorden van de tovenaar lagen hem daarom zwaar op het hart.

“Dit kan niet waar zijn,” zei hij tegen zijn gezin. “Dit zijn maar bijgeloof en sprookjes voor kinderen.” Hij weigerde om op bedevaart te gaan. Hij weigerde om de kribben af te breken op basis van zulke vage hinten. In plaats daarvan deed hij wat hij altijd had gedaan: hij trok zijn zakkenboek en riep opnieuw dierenartsen op.

Maanden gingen voorbij. Meer dierenartsen kwamen, en zij observeerden, schreef rapporten, probeerden verschillende medicijnen. Maar niets werkte. Het vee bleef sterven, en de wanhoop van de boer groeide met elke dode dier. Zijn gezin keek naar hem met vragen in hun ogen. Zelfs zijn sterke wilskracht begon onder de druk van het voortdurende ongeluk te bezwijken.

Ten slotte, na vele weken van nutteloos lijden, gaf boer X toe. Hij kon niet langer tegen dit mysterie strijden. De woorden van de tovenaar, hoe onwaarschijnlijk ze ook klonken, waren de enige hoop die hij nog had. Met tegenzin en het hart zwaar van twijfel besloot hij eindelijk wat de tovenaar had bevolen uit te voeren.

4 De wendel van het lot

Op een koude morgen begon boer X aan zijn bedevaart naar de Monnebruren-kerk. Hij liep langzaam over de wegen van Aalst, zijn gebed preveland, zijn hart vol onzekerheid. En inderdaad, de eerste persoon die hij tegenkwam, was iemand die hij niet had verwacht — iemand uit zijn verleden die hij jaren niet had gezien. Was dit werkelijk de oorzaak van zijn ongeluk? Het bleef onduidelijk, maar het toeval was verbazingwekkend.

Terug op de boerderij voerden boer X en zijn gezin alles uit wat de tovenaar had opgedragen. Zij gingen biechten bij de priester. Zij gingen ter communie met eren en ingetogenheid. En toen brak boer X, met het hart vol gevoelens, de oude kribben uit de stal af. Onder het hout vonden zij inderdaad iets vreemds: oude ’do’s en voorwerpen die daar niet thuishoorden, mogelijk achtergelaten door een vorige bewoner, mogelijk iets dat in de aarde was gestopt jaren geleden.

Maar wat het belangrijkste was: na deze daden stopte de sterfte van het vee. Of dit het gevolg was van de bedevaart, de reinheid van de ziel die door biechten en communie was bereikt, of eenvoudigweg een natuurlijk einde van de ziekte — dat bleef een vraag zonder duidelijk antwoord. De boer echter voelde zich verlicht, alsof een last van zijn schouders was afgenomen.

Dit verhaal zegt veel over de tijd waarin het zich afspeelde: een tijd waarin wetenschap en geloof nog dicht tegen elkaar aanlagen, waarbij mensen wanhopig gegrepen naar elke mogelijkheid van verlossing. Het verhaal van boer X en de behekste stal blijft een getuigenis van het menselijke verlangen om betekenis te vinden in het lijden, en om hoop te behouden wanneer alles verloren lijkt.

Bron: Vlaamse Volksverhalenbank
Wist je dat? De H. Wivina wordt in deze folk tale aangeroepenals beschermheilige tegen boze krachten. De Monnebruren-kerk in Aalst is een historische plaats die jarenlang een belangrijk bedevaartteken was.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard