De heks van Tongeren
Tongeren, de oudste stad van België, heeft een donker verleden vol strijd en bovennatuurlijke verhalen. In het jaar 1683 woonde in een arme buurtje nabij de Basiliek van Onze-Lieve-Vrouw een oude vrouw genaamd Aldegunde. Zij zou eeuwig herinnerd worden als één van de meest gevreesde personen in de geschiedenis van de stad — niet alleen vanwege haar vermeende krachten, maar omdat haar lot de gevaren van marginalisering en collectieve angst zou aantonen.
1 Het begin der verschrikkingen
Tongeren, de oudste stad van België, heeft een donker verleden vol strijd en bovennatuurlijke verhalen. In het jaar 1683 woonde in een arme buurtje nabij de Basiliek van Onze-Lieve-Vrouw een oude vrouw genaamd Aldegunde. Zij was niet altijd arm geweest — haar man was destijds een brouwer van enige naam — maar na zijn dood was zij in vergetelheid geraakt. Haar dochter, die goed had gehuwd, wilde niets meer van haar weten. De dorpsbevolking zei dat Aldegunde op deze afwijzing reageerde met wraak — een wraak niet van woorden, maar van verwoesting.
Het begon met de runderen van Pieter Goyvaerts, een welgestelde landbouwer uit de Molenhoek. Zijn vijf koeien, voorheen gezonde en voornaam, begonnen plotseling bloedend melk te geven. Hun ubbers zwollen op tot het formaat van watermeloenen, paars van kleur en brandend van de koorts. Goyvaerts riep de dierenarts, maar deze kon alleen zijn hoofd schudden. Binnen drie weken waren alle vijf dieren dood. Dezelfde vloek trof kort daarna de schapen van buurman Hendrik Nils — twaalf stuks, alle bevangen door een mysterieuze ziekte waarbij zij in kringen liepen tot zij bezweken.
Toen begon het geruchtencircuit te draaien. Aldegunde was gezien — door wie, dat zei niemand precies — bij middernacht rond de weiden van Goyvaerts, mutterend in een vreemde taal, harken door de lucht. Zij droeg aan haar riem kleine poppetjes van lood en linnen, zeiden de angstigen. Haar ogen gloeidden als vuurvliegjes in het donker. En steeds wanneer zij een boerderij bezocht om eten te bedelen, en steeds wanneer zij werd afgewezen met grove woorden, volgde binnen dagen het sterven van dieren.
2 De jacht op de heks
De angst van de bevolking groeide als gistend deeg. Gezinnen hielden hun deuren gesloten wanneer Aldegunde naderde. Moeders waarschuwden hun kinderen voor haar gezicht, dat gerimpeld was als verdroogd fruit en waaruit enkele tanden ontbraken. De schout werd ingeschakeld. Toen men Aldegunde ondervroeg, bekende zij niets, maar haar woorden waren vreemd en soms onsamenhangend. Zij sprak van stemmen die haar ’s nachts commands gaven, van een “Meester” die haar machten schonk en van veel groter kwade werk dan het doden van enkele runderen.
De priester van de Basiliek, pater Theodoor, besloot een exorcisme uit te voeren. Met groepje gelovigen — onder wie wethouders en notabelen — drong hij Aldegunde’s kleine hutje binnen. Toen het wijwater werd gesprenkt, zou zij hebben geschreeuwd als een bezeten dier, had zich vastgeklampt aan de wanden, en waren vreemde geluiden uit haar mond gekomen. Pater Theodoor’s handen zouden hebben getrild terwijl hij de gebeden reciteerde. Toen het voorbij was, lag Aldegunde uitgeput op haar stroozak, en zij zei zachtjes: “Het is voorbij. De demon verlaat mij nu.”
Maar de dierensterfte stopte niet. Sterker nog: het breidde zich uit naar nieuwe huizen. Enkele slimme vrouwen uit de streek brachten hun kennis in. Zij raadden geroosterde urine, omgekeerde schoenen onder bedden, en zout gestrooid in kringetjes rond de stallen. Zij hakten wilgentwijgen in kruisen en spijkerden die boven de stalddeuren. Maar het meest effectieve middel, zeiden zij, was “de heks uitdrijven” — door haar het dorp uit te jagen.
3 De verlossing en het einde
Op een mistige ochtend in januari 1684 werden Aldegunde en haar schaarse bezittingen uit Tongeren verdreven. Men gaf haar brood en een mantel, maar dreigde dat indien zij ooit zou terugkeren, zij zou worden ertoe gezet om door het vuur te wandelen. De oude vrouw verliet de stad voet voor voet, en keek niet om. Binnen weken stopte de dierensterfte op. Geen enkele nieuwe koe, schaap of paard werd meer getroffen. De boeren waggelden zich in hun stallen en voelden zich verlost uit een nachtmerrie.
Jahren verstreek, en het verhaal van de heks van Tongeren werd een waarschuwing voor de jeugd. Sommigen zeiden dat Aldegunde naar Maaseik trok, anderen dat zij op een miezerige dag in een dorp te Duitsland werd opgebrandt. Wat waar was, werd nooit vastgesteld. Maar in Tongeren zelf leefde het verhaal voort als een verhaal van duisternis en verlossing — een herinnering aan de kracht van gemeenschappelijke geloof, aan de gevoeligheid voor het bovennatuurlijke, en aan de gevaren van marginalisering.
Tot op heden kunnen oude Tongerenaren wijzen naar de stenen huizen langs de Tongersestraat en zeggen: “Daar woonde zij. Daar gebeurde het.” De naam Aldegunde wordt nog altijd gefluisterd met enige angst, en de moeders waarschuwen eigenzinnige kinderen nog steeds: “Wees voorzichtig, of anders zal de heks je komen halen — zoals zij de runderen haalde van Tongeren.”
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


