De kwade hand van Maaseik
In de steegjes van Maaseik vertelden ze zich eeuwenlang het verhaal van een jonge vrouw wier lichaam werd geteisterd door een mysterieuze, niet-genezende wonde. Een wonde waarvan velen fluisterden dat zij het werk was van iemand’s boze bedoelingen – een vloek, een kwade hand, waarvan de herkomst nooit volledig zou worden onthuld.
1 De reizende koopman
Het was op een herfstavond in Maaseik toen de reizende koopman voor het eerst oog kreeg op het meisje in de winkel van haar vader. Haar gezicht was bleek, nauwelijks zichtbaar onder de donkere krullen die rond haar schouders vielen. Maar wat hem het meest opviel, was de manier waarop zij voorzichtig haar rug hield, alsof zelfs de zachte stof van haar jurk pijn deed. Toen hij naar de reden vroeg, aarzelde de vader lang voordat hij het verschrikkelijke waarheid uitsprak: zijn dochter had een wonde in haar rug – een diepe, grote wonde – waarvan de genezing zich leek te weigeren. Met ontsteltenis realiseerde de koopman dat hij zijn vingers in die afgrond kon steken, zo diep en zo leeg was zij.
2 Vergeefse hulp
De dokters uit de omgeving hadden hun best gedaan, maar hun middelen bleken ontoereikend. Zalven en verbanden, kruiden en gebeden – niets scheen effect te hebben. De wonde bleef open, rood, ontstoken, alsof zij zelf leefde en groeide met een wil van haar eigen. In zijn wanhoop wendte de koopman zich tot de geleerden van Antwerpen, stadigen waarvan gezegd werd dat zij kennis van zaken hadden die buiten het bereik van gewone mortelen lagen. Hij stuurde boodschappers, hij schreef brieven, hij smeekte om hulp.
3 De bezoekers uit Antwerpen
Toen, op een donkere nacht in september, arriveerden zij: een heer en een dame uit Antwerpen, gekleed in elegante gewaden die met mysterie omgeven leken. Zij onderzochten het meisje met doordringende blikken en ernstige gezichten. Na hun inspectie spraken zij de verschrikkelijke waarheid uit: dit was het werk van een kwade hand, een vloek, opgesteld door iemand die jaloers of boos was op dit kind. Zij bereidden zich voor op wat moest volgen – een ritueel dat precies op het moment van middernacht zou plaatsvinden, wanneer de grens tussen twee werelden het dunst is.
4 De breking van de vloek
Toen de klokken van de Sint-Bartholomeuskerk twaalf slagen klokken, voerden de twee Antwerpenaren hun geheimzinnige werkingen uit. Woorden werden gesproken in talen die weinigen verstonden, symbolen werden getrokken, en een macht – onzichtbaar maar voelbaar – vulde de kamer. En toen, net zo plotseling als het begonnen was, voelde het meisje iets veranderen. De pijn verdween. De vloek was verbroken. In de dagen daarna begon de wonde, eindelijk en wonderwel, te genezen. De identiteit van degene die de kwade hand had gezonden, bleef altijd een mysterie, hoewel in Maaseik iedereen heimelijk flusterde over de naam van een jaloerse buurvrouw.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging Heksen en processen
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


