Gustine Maka
In het heuvelachtige land van de Ardennen, waar de Salm zich slingerend door de bossen beweegt, leefde ooit een vrouw met een tragisch lot. Haar naam was Gustine Maka—Maria-Jozef Augustijn Lemoine—geboren in 1836 in Rencheux en verdoemd door het ongenade van de jaren. Dit is het verhaal van hoe zij een legende werd.
1 Hoofdstuk 1: Een vrouw vol verdriet
Gustine Maka was een vrouw die het leven alle slagen had uitgedeeld. Twee mannen had zij verloren—beiden haar echtgenoten—en twee zonen die zij ter wereld had gebracht stierven in hun wieg. Met gebogen rug en sleppend been liep zij door de smalle straatjes van Vielsalm, haar gezicht vertrokken van pijn en verdriet. De dorpelingen kenden haar wel: een oude vrouw die tegen zichzelf fluisterde en haar jammerklachten uitstortte over wie haar maar wilde horen.
In de herberg, op het marktplein, en langs de bosranden was zij altijd present—een schim van rouw in het groen van de Ardennische bossen. Sommigen zeiden dat zij gek geworden was van al die verliezen, anderen dat het verdriet haar was blijven eten. Niemand wist precies wanneer de verandering zich voltrok, wanneer het gewone verdriet van een oudere vrouw iets duisterders werd.
2 Hoofdstuk 2: De dag van de bosbessen
In de zomer van jeen bepaald jaar—de kroniekschrijvers hebben het jaar vergeten—trok een groep jonge mensen de bossen in om bosbessen te plukken. Het was een slechte oogst dat jaar; de bessen waren zeldzaam en schuw. Urenlang zochten de jongelui tussen de struiken en lage bramen, maar hun manden bleven leeg. Teleurgesteld en moe maakten zij zich op om naar huis te gaan.
Op het pad terug naar het dorp ontmoetten zij Gustine Maka. En wat zagen zij? De oude vrouw droeg een mand die afgeladen was met prachtige, donkere bosbessen—glimmend zwart als juwelen in de ondergaande zon. De jongelui konden hun ogen niet geloven. “Hoe hebt gij dit gedaan?” riepen zij uit. Gustine glimlachte—een glimlach die half tederheld, half kwaadaardigheid leek te bevatten.
3 Hoofdstuk 3: De verzoeking
“Kom” zei Gustine tegen de jongelui, “kom mee naar mijn hutje. Ik zal u genever geven en brood met de bessen’ wat ik heb. Gij hebt zware arbeid verricht, en gij verdient versterking.” De jongelui aarzelden. Iets in haar stem klonk niet helemaal vertrouwd, en toch was hun dorst groot en hun hongering groter. Bovendien, wie durft een oude vrouw af te slaan wanneer zij vriendelijkheid aanbiedt?
In het donkere hutje brandde een smeulend vuur. Gustine schonk glasen vol van kristalhelder genever in en legde de bosbessen voor hen uit. De jongelui aten en dronken, en de smaak was hemels—zoeter en richer dan enig fruit dat zij ooit hadden geproefd. Maar terwijl zij aten, voelden zij iets vreemds gebeuren in hun lichaam. Hun handen begonnen te kronkelen, hun gezicht te vervormen.
4 Hoofdstuk 4: De geboorte van de macralles
Voor de zon onderging, waren de jongelui niet meer jezelf. Hun neus werd puntig als een notekraker, hun ogen gingen gloeien als vuur, hun tanden verdwenen uit hun monden. Hun haren werden wild en ruw. Zij waren getransformeerd—zij waren macralles geworden, heksen van de Ardennen, net als Gustine zelf. De oude vrouw lachte een droog, ijzingwekkend lachje. “Gij bent nu zoals ik” zei zij, “gij voelt nu wat ik voel. Het verdriet dat ik heb gelijden, zal ook gij gelijden. Maar gij hebt ook kracht gekregen—de kracht van de nacht, van het bos, van de geheime plaatsen.”
Sindsdien zeggen de dorpelingen van Vielsalm dat op 20 juli, wanneer de nacht stil is en de sterren helder staan, de macralles samenkomen in het bos voor hun Sabbat. En aan het hoofd ervan staat altijd Gustine Maka, met haar wilde haren en haar nutekraker-neus, de eigenares van het duister en van de verloren harten. Zij die de bessen proeft, zeggen zij, wordt als zij—voor altijd getekend door verdriet, maar ook begiftigd met de kracht van de Ardennische magie.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


