Het hobbelpaard van Veurne
Het verhaal dat volgt, werd mij verteld door iemand wiens woorden waarheid atmen. Iemand die als kind door Veurne en Nieuwpoort wandelde, in de tijd toen het huis van meneer Lacluse nog stond, met zijn stallen vol geheimen. Het gaat over een paard van hout, maar niet zomaar een dood voorwerp — iets wat een eigen leven leek te hebben.
1 De stallen van meneer Lacluse
In Nieuwpoort, niet ver van Veurne, bezat een zekere meneer Lacluse een groot huis met prachtige stallen. Dit was geen gewone mannege, maar een plaats waar dieren en dingen anders waren. In die stallen stond een hobbelpaard — een schommelpaard — waarvan gezegd werd dat het al twee generaties in het gezin was.
Het paard was geen klein speelgoed voor kleine kinderen, maar een flinke houten constructie, sterk en degelijk gemaakt. Het had zich door tientallen jaren heen staande gehouden, wat getuigde van de zorg waarmee het was gemaakt. Maar het was ook al heel oud, en zoals alle dingen oud worden, begon ook dit paard te lijden. Het was gespleten — letterlijk in tweeën — door de jaren heen. Meneer Lacluse, een joviale man, vertelde aan de kinderen die kwamen spelen: "Het is niets, hoor. Je mag elke dag hier komen spelen. Dit paard heeft nog veel kracht in zich."
2 De verwondering van het kind
Een jong kind uit de buurt — het kind van de verteller van dit verhaal — kwam op een donderdag middag naar de stallen. Wat een opwinding! Zijn zus werkte voor meneer Lacluse, dus hij werd altijd warm welkom geheten. Hij rende naar de hoek waar het hobbelpaard stond, en keek vol bewondering naar dit grote, gebroken speelgoed.
Dag na dag kwam het kind teruggekomen om met ’Morries’ te spelen, zoals het paard werd genoemd. Het kind klom op zijn rug, voelde de houten schommelende beweging, en vergat de wereld om zich heen. Toch kon het kind niet voorbij gaan aan de breuk in het paard — de twee delen leken slechts losjes aan elkaar vast te zitten. Meneer Lacluse haalde zijn schouders op: "Maak je geen zorgen. Gewoon doorgaan met spelen." Het kind vertrouwde hem.
3 Het wonder in de nacht
Weken gingen voorbij. Het kind speelde en speelde, en toch groeiden zijn argwaan en verbazing. Hoe kon dit paard, dat zo gebroken was, toch zo sterk blijven? Elke dag kwam het kind en elke dag was het paard er nog, bereid om geschommeld te worden, niet ineenstortend onder zijn gewicht.
Tot op een bepaalde dag, toen het kind terugkwam na een lange afwezigheid van vele dagen. Het kind duwde de staldeuren open met bonzend hart. Daar stond het hobbelpaard — volkomen heel. Geen spleten meer, geen breuken zichtbaar. Het was alsof iemand het in de duisternis had hersteld, alsof onzichtbare handen het hadden gerepareerd in de nacht. Meneer Lacluse glimlachte alleen maar: "Ik zei je toch dat het nog veel kracht had?" En het kind begreep plotseling dat sommige dingen in de wereld hun eigen geheimen hebben, hun eigen leven, buiten ons begrip. Het hobbelpaard van Veurne bleef voorgoed een wonder.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


