Keizer Karel en de rijstpap
Soms is het niet de kunst die ons doet lachen, maar het ongeluk. En soms is het ongeluk de grootste kunst van allemaal. Dat bewezen de Olenaren op de dag dat zij Keizer Karel wilden vermaken.
1 De sombere keizer
Het was in het voorjaar, en Keizer Karel was op doorreis door de Kempen. Maar iets knaagde aan zijn gemoed. De grote oorlogen, de eindeloze vergaderingen met zijn raadsheren, de last van een wereldrijk op zijn schouders — het had zijn tol geëist. De keizer lachte niet meer. Zijn hofnarren hadden al hun trucs uitgeput. De Italiaanse jongleurs, de Spaanse muzikanten, de Franse dichters — niemand kon een glimlach op zijn gelaat toveren.
Het nieuws verspreidde zich als een lopend vuurtje: de keizer was somber, en niets kon hem opvrolijken. Toen de burgemeester van Olen hoorde dat Karel door zijn dorp zou trekken, riep hij de gemeenteraad bijeen. ’Mannen,’ zei hij, ’de keizer is ongelukkig. Als wij hem kunnen doen lachen, zal hij ons dorp voor eeuwig in zijn hart sluiten.’
De raadsleden keken elkaar aan. Hoe maak je de machtigste man ter wereld aan het lachen?
2 De rijstpap
’Waar in heel het land,’ vroeg de burgemeester, ’wordt de beste rijstpap gemaakt?’ De raadsleden wisten het antwoord. In Olen, natuurlijk. Nergens was de rijstpap zo romig, zo zoet, zo volmaakt gekruid met kaneel en saffraan als in hun eigen dorp. Dat was geen grootspraak — het was een feit waar niemand omheen kon.
Het plan was snel gesmeed. Elke raadslid zou thuis zijn allerbeste rijstpap bereiden. Op de dag van Karels bezoek zouden zij de schalen presenteren aan de keizer en zijn gevolg. Een eenvoudig gerecht, maar met zoveel liefde bereid dat zelfs een koninklijk hart ervoor zou smelten.
De vrouwen van Olen stonden dagen in de keuken. De melk werd langzaam verwarmd, de rijst geduldig geroerd, de suiker met zorg afgemeten. De geur van kaneel en saffraan hing als een wolk boven het dorp. Op de ochtend van het bezoek stonden de schalen in een rij klaar — glinsterend en dampend, een feest voor de zintuigen.
3 De struikelpartij
De keizer arriveerde met zijn gevolg. Zijn gezicht stond strak als een masker. De burgemeester, gekleed in zijn beste pak en met de grootste schaal rijstpap in zijn handen, liep naar voren. Zijn hart bonsde. Dit was het moment. Dit was zijn kans om Olen op de kaart te zetten.
Maar de drempel van de herberg had andere plannen. De burgemeester, zijn ogen gericht op de keizer in plaats van op zijn voeten, stootte met zijn teen tegen de stenen rand. Hij wankelde. De schaal kantelde. En toen — in een moment dat zich uitrekte tot een eeuwigheid — viel hij voorover, en de rijstpap vloog in een boog door de lucht, recht op de laarzen en benen van Keizer Karel.
Een verschrikkelijke stilte. De raadsleden verstijfden. De hofdames hapten naar adem. En toen — een geluid dat niemand meer verwacht had. Karel begon te lachen. Niet een beleefd glimlachje, maar een diepe, onbedwingbare lach die vanuit zijn buik opborrelde. Hij lachte tot de tranen over zijn wangen liepen, tot hij zich aan de tafel moest vasthouden.
’Burgemeester,’ hijgde hij, ’al mijn narren samen konden niet bereiken wat gij zojuist hebt gedaan!’ En hij trakteerde heel Olen op een feestmaal dat drie dagen duurde.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


