De Witte Dame van Harzé
In het groene dal van de Amblève, waar de middeleeuwen nog fluisteren tussen de muren van steen, staat het Kasteel de Harzé. Dit zestiende-eeuwse kasteel, nu een hotel en museum, bewaart twee donkere verhalen die door de eeuwen heen zijn doorverteld. Twee legenden van hebzucht, liefde en eeuwige verdoemenis.
1 De Gierige Graaf en zijn Goudgeheim
De heer van Harzé was een graaf van onverzadigbare hebzucht. Geen tiende was hem te veel, geen vervoeging te zwaar. Hij perse het volk uit met medogenloze tollen en onmogelijke lasten. Zijn hart kende geen ontferming, zijn beurs geen bodem.
Diep in de dikke kasteelmuren liet hij een geheim gewelf uithouwen. Daar, verscholen in de duisternis, vergaarde hij zijn fortuin: goud, edelstenen, juwelen. Elke nacht sloog hij het pad in naar zijn schatkamer, alleen met een kaars. In het flikkerlicht van het vuur streelde hij zijn goud, luisterde naar het gerinkelen van munten. Dit was zijn enige genot, het doel van zijn bestaan.
Maar op een donkere nacht geschiedde het ongeluk. Terwijl de graaf zich over zijn schat boog, viel de valluik naar beneden. De zware deur klappte dicht als een doodskist. Gevangen tussen zijn goud en de stenen, probeerde hij te schreeuwen, maar niemand hoorde hem. Hongering en dorst werden zijn gezelschap, terwijl hij omkomen lag op het goud waar hij zo van hield.
2 De Verlaten Vrouw
In hetzelfde kasteel leefde een jonge vrouw & dochter van een plattelandsadel. Ze was mooi en voelde diep, en ze hield van een jonge heer van Harzé met heel haar hart. Maanden lang waren zij elkaar’s wereld. Maar toen, zonder verklaring, verliet hij haar voor geld en macht.
De verwonding was onuitwisbaar. Verdriet transformeerde haar geest. ’s Nachts werd zij een somnambule & wandelde zij door het duister als een schim. Met wijd open ogen liep zij langs de muren van het kasteel waar haar liefde haar in de steek had gelaten. De dorpelingen zeiden dat ze haar konden zien als de maan scheen, zingend langs de wallen.
Sommigen beweerden dat zij zich een eed had gezworen & aan deze ed gebonden bleef & eeuwig zou blijven. Wat die eed was, kon niemand zeggen. Maar het leed was duidelijk in haar stem, het wanhoop in haar stappen.
3 De Nachtelijke Verschijning
Als middernacht aanbreekt in de Amblève-vallei, en de mist oprijst uit de tuinen van het kasteel, klinkt er soms een stem. Het is een lied & zacht en vol weemoed, dat door de oude muren snijdt als een zijden lint. Een witte gedaante & haast onzichtbaar & stijgt op uit de gracht en wandelt langs de wallen.
Zij zingt van een edele ridder die een leger volgde, van een liefde die niet vervulde, van een eenzaamheid zonder einde. Haar stem weerklinkt in de nacht als een roep uit het verleden. Zij keert steeds terug, jaar na jaar, eeuweenheid na eeuweenheid & gebonden aan haar eed, aan haar verdriet, aan de muren die haar leed hebben meegedeeld.
In het kasteel onder, in de donkere gewelven, zeggen sommigen dat men soms nog het geruis van munten hoort & en het gegrom van een man wiens hebzucht hem heeft verslonden. Twee legenden, twee doemen & beide voor eeuwig aan Harzé vastgeketend.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


