Mareû des Chorchîles: De Heksenkring van Camp et Haïe
In het gehucht Camp et Haïe, dicht bij Ellezelles in het Waalse land, ligt een plek die de ouderen nog steeds vrezen. Mareû des Chorchîles noemen zij het in het Waals dialect — de vergadering der heksen. Het is een plaats zonder licht, waar de bomen wortels hebben die zich grepen als vingers, en waar het gras zich aansluit om voeten vast te houden. Hier kwamen zij bij elkaar, de vrouwen die in het donker huisden.
1 De nacht van samenzwering
Niemand kan precies zeggen wanneer het begon. Sommigen zeggen dat het teruggaat tot de tijd van de Kruistochten, toen magische kunsten nog verweven waren met het gewone leven. Anderen beweren dat het veel ouder is, voortkomend uit de tijd toen de eerste bewoners van Ellezelles zich bedreigd voelden door onbekende machten in de bossen. Wat zeker is: in de donkerste uren van de herfst- en wintermaanden verzamelden vrouwen zich in Camp et Haïe.
Zij kwamen niet vrijwillig. Minstens twee keer per jaar, op de nacht van de herfstequinox en op Walpurgisnacht, voelden zij een trek in hun borst, een onweerstaanbare drang die hen uit hun bedden deed opstaan en hun voeten voerde langs smalle paden die niemand anders kon zien. De families die achter waren gebleven, hielden hun deuren gesloten en spraken niet over de afwezigen. Dit was iets wat niet mocht worden genoemd.
De plek zelf lag verborgen, verscholen in een dal waar geen zon volledig doordrong. Daar, tussen oude haagbeuken en kronkelende wilgen, verzamelden zij zich. De vrouwen stelden zich op in een kring, en hun gezichten werden zichtbaar in het licht van een vuur dat niemand had aangestoken. Zij droegen niet altijd dezelfde gestalte; sommigen zeiden dat zij vogels waren, anderen dat zij schimmen. Maar hun stemmen waren altijd dezelfde — hard, zangerig, vol van verborgen kennis en immense droefheid.
2 De dorpsangst
De inwoners van Ellezelles leerden te leven met de Mareû. Zij accepteerden het zoals men regen accepteert: met weerzin, maar zonder illusies dat het kon worden tegengehouden. Toch was het een diepe angst die door de generaties heen groeide. Mannen die toevallig in die nachten buiten waren, spraken van vreemde lichten die tussen de bomen dansen, van stemmen die klonken als het breken van ijs in het donker. Er waren verhalen van dieren die werden gevonden — vogels met hun feathers in spiralen gedraaid, schapen waarvan de wol zwart was geworden in een enkele nacht.
Kinderen werden gewaarschuwd niet naar bepaalde plekken te gaan, vooral niet in de dalende schemering. Oude vrouwen op het dorp — vooral die welke geen echte bezigheid hadden en alleen dronken — werden verdacht van lidmaatschap in de kring. Niet dat iemand het hardop zei. Dat zou veel te gevaarlijk zijn geweest. Maar de blikken waren er, de fluisterende opmerkingen, de manier waarop families hun kinderen weghaaldden als zulke vrouwen voorbijkwamen.
De priesters van de kerk predikte tegen het kwaad en zegenden huizen, maar hun woorden leken te verdwijnen zodra zij de lippen verlaten. De Mareû des Chorchîles bleef, ondanks alle gebeden, ondanks alle wierook en heiligwater. De heksen bleven komen, en de dorpsgenoten bleven vrezen. Dit was het contract waaraan geen partij kon ontsnappen.
3 De stille erfenis
Vreemd genoeg, naarmate de eeuwen voorbijgingen en het land verlicht werd, verdween de Mareû niet. Integendeel: zij leek dieper in de ziel van de plaats in te groeien. In de negentiende en twintigste eeuw spraken minder mensen erover, maar dat was slechts omdat de angst dieper was geworden, meer privé. De nachtelijke verdwijningen houden op — geen vrouwen verdwenen meer op voorgeschreven nachten. Maar er bleef iets achter, iets wat niet kon worden benoemd.
Oude kastelen in de omgeving vertonen vreemde markering. Bomen in het dal van Camp et Haïe groeien in onnatuurlijke vormen, hun takken vervlochten als handen die bidden. Vogels vermijden het dal; niemand kan zeggen waarom, maar iedereen weet het. Soms, als het zeer donker is en de wind blaast, voelen voorbijgangers iets — iets dat voorbijschuift zonder adem, iets dat kijkt zonder ogen.
De legende van de Mareû des Chorchîles leeft voort in Ellezelles als een litteken dat niet heel is geworden. De jongeren lachen ermee, maar zij vermijden het dal. De priesters spreken erover als folklore, maar hun handen schudden wanneer zij de namen noemen. En diep in het hart van elke oude familie in de streek huist het vermoeden dat zij misschien, op een of andere plek in hun lijf, het bloed van de kring dragen — of dat ze minstens iemand hebben gekend die dat deed.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


