De schaper die de hofstee vasttoverde
In het Proven bij Poperinge deed een merkwaardig verhaal de ronde over een weesjongen die als boerenknecht werkte. Toen hij onterecht ontslagen werd, greep hij naar een buitengewoon middel: toverkunst.
Deze sage vertelt hoe de jongen met de spreuk ‘Hou vast!’ de hele boerderij op stelten zette en uiteindelijk zijn gelijk haalde.
1 De weesjongen en de boer
In het dorpje Proven, verscholen in het groene hinterland van Poperinge, woonde een jongen wiens vader en moeder reeds overleden waren. Hij werkte als knecht bij een plaatselijke boer, maar op een dag deed hij iets wat de boer niet aanstond. Zonder pardon werd de jongen op straat gezet.
Wanhopig zocht hij troost bij een andere knecht op de boerderij. ‘Ik heb geen vader of moeder meer,’ klaagde hij. ‘Ik heb nog één kans: als ik morgen tegen half twaalf een potje-ritje gemaakt heb, mag ik misschien blijven.’ De andere knecht keek hem verbaasd aan, maar de weesjongen had een plan.
2 Het toverpotje
De jongen ging naar een Duitse schaper die bekend stond om zijn kennis van oude spreuken en kruiden. De schaper leerde hem een machtig woord: ‘Hou vast!’ Wie dit woord hoorde terwijl hij iets of iemand aanraakte, kon niet meer loslaten tot de spreker hem bevrijdde.
Gewapend met deze toverspreuk keerde de jongen terug naar de boerderij. Hij wachtte geduldig tot de boer zijn hond op hem afstuurde. ‘Hou vast!’ riep de jongen, en de hond plakte vast aan de grond. De kat die langs kwam lopen, raakte de hond aan — en zat ook muurvast. Een koe die nieuwsgierig kwam snuffelen, kleefde aan de kat vast.
3 De vastgeplakte stoet
Al snel ontstond er een belachelijke optocht. De meid die de koe wilde losmaken, plakte aan het beest vast. De knecht die de meid wilde helpen, bleef aan haar kleven. De boerin die kwam kijken wat al dat kabaal te betekenen had, raakte de knecht aan en zat eveneens vast. Zelfs de pastoor, die op de herrie afkwam met zijn wijwaterkwast, ontsnapte niet aan de betovering.
Uiteindelijk stond de halve boerderij als een menselijke ketting op het erf, jammerend en roepend. De boer zelf kwam als laatste aangerend. ‘Stop dit onmiddellijk!’ schreeuwde hij. De jongen antwoordde kalm: ‘Alleen als ik mijn werk terugkrijg.’ De boer, die niets liever wilde dan zijn huishouding weer normaal zien functioneren, stemde onmiddellijk toe. De jongen sprak het bevrijdingswoord en iedereen viel van elkaar los. Vanaf die dag durfde niemand op de boerderij de weesjongen nog lastig te vallen.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


