Stien en Lies
In Kalken, een dorp ten zuidoosten van Gent, staan twee reuzen klaar wanneer de kermis begint. Zij heten Stien en Lies, naar een herbergiersechtpaar dat in 1959 zo grondig voor de gek werd gehouden dat het dorp er een traditie van maakte.
1 De herberg
In de Kruisenstraat in Kalken, op het punt waar de weg naar Laarne afbuigt en de huizen plaats maken voor velden, stond de herberg van Stien en Lies. Henri «Stien» Dook Verschraegen en zijn vrouw Alice «Lies» Middernacht runden er een zaak zoals honderden zaken werden gerund in de Vlaamse dorpen van de jaren vijftig: met bruine tafels, een kachel in de hoek, kaarten op donderdagavond en jenever aan de toog.
Stien was een man van weinig woorden en veel gewoonten. Lies was een vrouw van veel woorden en één grote zorg: hun zoon Hendrik was ongetrouwd. Hij was geen jongen meer — in de ogen van het dorp was hij rijp voor een vrouw, een huis en kinderen. Maar Hendrik had geen haast. Hij werkte, dronk zijn pintje met zijn kameraden en ging ’s avonds naar huis zonder dat er ooit sprake was van een meisje. Lies sprak er dagelijks over. Stien zweeg, zoals Stien altijd zweeg.
2 De grap
Op maandag 21 september 1959 — kermismaandag in Kalken — besloten Hendriks vrienden dat het tijd was. Een van hen, Gaston Poelman, liet zich verkleden als vrouw: een jurk, een hoofddoek, lippenstift en een stem die een octaaf hoger werd gezet. Hij noemde zich Mergrietje en hing aan Hendriks arm toen die de herberg binnenstapte.
Lies zag het meteen. Haar ogen werden groot. Haar mond viel open. En toen — de vreugde. Zij omhelsde Mergrietje, kuste haar op beide wangen, riep Stien erbij die vanachter de toog kwam geschuifeld met een gezicht dat meer uitdrukte dan hij in tien jaar had gezegd. Er werd jenever geschonken, er werden handen geschud, er werd gepraat over de bruiloft die er zou komen.
Toen Gaston zijn hoofddoek afzette en de hele kroeg in lachen uitbarstte, begreep Lies het niet meteen. Stien begreep het sneller — hij draaide zich om en ging terug achter zijn toog, zonder een woord. Lies had tranen in haar ogen, maar niet lang. Tegen middernacht lachte zij het hardst van iedereen, en het verhaal van Mergrietje ging het dorp rond als een lopend vuurtje.
3 De reuzen
In Vlaanderen maken ze reuzen van hun verhalen. Houten geraamtes met papier-machéhoofden, drie meter hoog, gekleed in de kledij van de figuren die zij voorstellen — koningen, heiligen, ambachtslieden, of gewone mensen die iets deden wat het dorp niet vergat. Op 10 april 1960, een half jaar na de grap, werden Stien en Lies onthuld in de wijk De Kruisen: twee reuzenfiguren die sprekend leken op het herbergiersechtpaar, hij met zijn zwijgende blik, zij met haar brede lach.
Sindsdien lopen Stien en Lies mee in elke kermisstoet van Kalken. Zij dansen door de straten, gedragen door mannen die onder het houten geraamte zweten en lachen tegelijk. De Kalkenkermis valt in het derde weekend van september, en wie er komt ziet de reuzen boven de menigte uittorenen — groter dan het leven, zoals goede verhalen groter worden naarmate ze vaker worden verteld.
In 2008 erkende UNESCO de Vlaamse reuzentraditie als immaterieel cultureel erfgoed van de mensheid. Stien en Lies staan niet in de lijst — zij zijn dorpsreuzen, geen kathedraalreuzen. Maar in Kalken maakt dat niet uit. Zij zijn van het dorp, geboren uit een grap op een kermismaandag, en zij zullen blijven zolang er iemand is die het verhaal vertelt van een moeder die zo graag wilde dat haar zoon trouwde dat zij een man in een jurk voor een bruid aanzag.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


