Shield
Oudenaarde, Oost-Vlaanderen

Tist den Duivel

Tier 0+ - Publiek 6 min Sage
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

Meer dan honderd jaar geleden, in de donkere jaren toen Nederbrakel nog een klein, stillen dorp was vlakbij Oudenaarde, leefde daar een man die zich uit nood tot het ergste had gewendd.

HW HW

1 Het Duivelspact

Meer dan honderd jaar geleden, in de donkere jaren toen Nederbrakel nog een klein, stillen dorp was vlakbij Oudenaarde, leefde daar een man die zich uit nood tot het ergste had gewendd. Hij had zijn ziel aan de duivel verkocht. Waarom? Dit is niet bekend in het verhaal—misschien om rijkdom, misschien om liefde, misschien uit pure wanhoop. Maar de pact was gesloten, zwart op wit, en de duivel wachtte geduldig op het moment waarop hij zijn eigendom zou opeisen.

Deze man was een tafereel van verval geworden in het dorp. Zijn gezicht was grijs als winterregen, zijn ogen zonder glans. De mensen kenden hem, maar zij liepen hem voorbij, want er hing een rare geur om hem heen—niet alleen van zweet en drank, maar van iets ondefinieerbaars, iets dat je de rillingen bezorgde. Hij sleet zijn dagen in de herberg, waar hij met de andere drinkers zat en vol bitterheid zijn verhalen uiteen deelde, altijd met een bittere lach en handen die trilden van diepe angst.

De herbergier van Nederbrakel, een man met een ijzeren gezicht en handen als scholen, vond genoegen in zijn ellende. ‘Jij bent ten einde,’ spotte hij gruwelijk grijnzend. ‘Zelfs de duivel zou nog van je afzien.’ Maar de duivel zag niet af. Nee, hij zag niet af.

2 De Nacht van Verdoemenis

Op een zaterdagavond—of was het een zondagavond?—zat hij opnieuw in de herberg, wijn voor wijn lepelend. Zijn ogen waren leeg, zijn handen beefden. Na de zoveelste portie drank stond de herbergier op en zei hardop, zodat de hele zaal het kon horen: ‘Jij betaalt niet meer. Ik wil je niet meer zien. Je bent verdoemd, man. Ga weg.’ De man probeerde te protesteren, maar andere drinkers grepen hem vast en gooiden hem de deur uit in de nacht.

Buiten, onder de sterrenloze hemel van Nederbrakel, werd het verhaal rauw en vreemd. Die man herkende plotseling een figuur in de duisternis—of was het de duisternis zelf die zich manifesteerde als figuur? In het donker was het onmogelijk te zeggen. Wat hij voelde, was dit: sterke handen grepen hem. Niet menselijke handen, maar iets kouders, iets dat rook naar zwavel en verbrande veren.

Daarna werd hij opgetild, hoger en hoger, voorbij de kerk van Nederbrakel, voorbij de huizen en de akkers. De nacht stelde zich op tegen hem, de wind sloeg hem, sterren werden zwarte vlekken. De man schreeuwde, maar zijn schreeuw verdronk in het onweer dat zich rond hem vormde. Hij vecht zich los, maar het hielp niet. De duivel hield hem vast—of liever: de nacht hield hem vast—terwijl de uren voorbijgingen als eeuwen.

3 Gevonden in het Veld

Toen de zon opkwam—bleek en bevreesd, alsof ze niet durfte te schijnen over hetgeen de nacht had gedaan—werd hij gevonden. In een veld buiten het dorp lag hij, halverwakker, zijn lichaam bont en blauw van slagen. Zijn kleding was gescheurd, zijn gezicht bedekt met bloed en modder. De boeren die hem vonden, erkenden hem meteen, ondanks zijn ellendige staat. Ze droegen hem naar de dichtstbijzijnde boerderij, waar een vrouw zich met toewijding over hem ontfermde.

De dokter van Oudenaarde werd gehaald. Hij inspecteerde de man met verbazing. ‘Deze man zou dood moeten zijn,’ zei hij hoofdschuddend. ‘Ik heb nooit zoiets gezien. Niemand overleeft deze slagen.’ Maar de man overleefde. Langzaam, zeer langzaam, genezen zijn wonden. De ribben healden, de snijwonden sloten, de blauwe plekken verdwenen.

Maar de verandering die zich volledig afmaakte, was innerlijk. De man die uit het veld werd opgehaald, was niet dezelfde man die er was afgezet. De dronkaard was voorbij. De verbitterde ziel was volledig zwijgzaam geworden. Hij sprak niet meer over die nacht—geen woord, geen hint. Wanneer mensen het hem vroegen, keek hij naar beneden, zijn lippen stijf gesloten. Het was alsof de duivel hem niet alleen had geslagen, maar ook zijn tongen had gesneden.

4 Tist den Duivel

Voortaan werd hij ‘Tist den Duivel’ genoemd door de dorpelingen—Tist de Duivel, omdat hij door de duivel was getist, afgemaaid, naar beneden gehaald. Het was geen spottende naam, althans niet helemaal. Er zat ook ontzag in, respect. Want iedereen voelde dat er iets heiligs in de transformatie van de man zat, iets dat sterker was dan de duivel zelf.

Hij werd devoot. Elke ochtend kon men hem zien in de kerk van Nederbrakel, zijn hoofd gebogen in gebed. Zijn handen, die eens beefden van de drank en de angst, werden stil. Zijn leven werd stil. De woede verdween. De bitterheid vervluchtigde. In plaats daarvan kwam een soort vredige leegheid—niet het soort waarvoor je naar de wijn grijpt, maar het soort dat alleen voortkomt uit absolute afrekening met jezelf, uit volkomen vergeving.

Maar de duivel gaf niet op. Dat was wat men fluisterend zei in Nederbrakel, op donkere avonden, wanneer de wind door de straten joeg. Want soms, zeiden ze, hoorde men ’s nachts verschrikkelijke geschreeuw boven het dorp. Het klonk als een man in kwellingen, als iemand die wordt verscheurd. De schreeuw tolde door de hemel, spiraliserend, stijgend—een klank van verlies en verlangen. En iedereen wist het: het was de duivel, nog steeds op jacht naar de ziel die hem toebehoorde.

En Tist den Duivel lag dan wakker in zijn bed, hoorde het gejammer van de verdoemde nacht, en vergeef zichzelf steeds opnieuw—totdat de zon opkwam en het moment voorbij was. Hij leefde nog talloze jaren in Nederbrakel, een transformatie, een bewijs dat verlossing mogelijk is. De dorpelingen bespiedden hem soms wanneer hij in de kerk zat, en ze vroegen zich af wat hij gezien had die nacht, waar hij was geweest. Maar Tist sprak er nooit over. Hij bewaarde het geheim van de nacht, het geheim van de duivel, het geheim van verlossing.

Bron: Verhalenbank (ID:29953), Oost-Vlaams mondeling overgeleverd (Bevere/Oudenaarde)
Wist je dat? Oudenaarde staat bekend om zijn Renaissance-tapijten en ligt aan de Schelderivierbucht. In de middeleeuwen was het een belangrijk kunstzinnig centrum, wat de rijke folklore van de regio weerspiegelt.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard