Shield
Eutin, Schleswig-Holstein / Ostholstein

De verzonken kapel van de Ukleisee

Tier 0+ - Publiek 4 min Sage
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

Niet ver van Eutin, in het hart van Ostholstein, ligt tussen dichte beuken een klein en donker meer: de Ukleisee, in oude bronnen de Uglei-See genoemd. Het water is stil, de oevers hellen steil, en wie er in de avondschemering langs wandelt, meent soms een zacht klokgerinkel uit de diepte te horen. De Holsteiners weten waarom. Waar vandaag het laatbarokke jachtslotje over het meer uitkijkt, stond volgens de sage ooit een burcht, en onder de waterspiegel ligt een verzonken kapel die haar klokje nog altijd luidt. Sielbeck, het gehucht aan de oever, is vandaag een van de stadsdelen van Eutin, de stad die men in de achttiende eeuw het Weimar van het noorden noemde.

HW HW

1 De ridder en het meisje van Sielbeck

Op de hoogte boven het dal woonde lang geleden een jonge, knappe ridder. Elke ochtend reed hij vroeg het bos in om te jagen, en telkens weer kruiste hij het pad van de dochter van een arme boer uit Sielbeck, die de paarden van haar vader naar de weiden bracht. De ridder was betoverd door haar schoonheid. Hij overlaadde haar met vriendelijke woorden en geschenken, maar het meisje weerstond hem. Zij zei dat zij nooit zijn vrouw kon worden, want zij was slechts de dochter van een arme man. De ridder lachte om haar bezwaren en zei dat rang en stand voor hem niets betekenden zolang hij haar maar aan zijn zijde wist. En toch had zij haar hart al onherroepelijk aan hem verloren.

Op een morgen, toen hij opnieuw aandrong, kwamen zij bij een kleine kapel diep in het woud. De ridder leidde het meisje naar het altaar en sprak: hier, voor Gods aangezicht, neem ik u tot mijn gemalin, en de hemel mag mij verdelgen als ik mijn trouw niet houd. Het meisje geloofde zijn eed. Van toen af ontmoette zij hem elke ochtend in het bos, gelukkig en zonder achterdocht. Zij vertelde niemand van hun ontmoetingen en droomde stil van de dag waarop hij haar voor de wereld tot vrouw zou nemen.

2 De gebroken eed

Maar de bezoeken van de ridder werden schaarser. Hij kwam later, kwam minder, en op het laatst kwam hij helemaal niet meer. In het geheim had hij zich verloofd met een rijke gravin, en het arme meisje uit Sielbeck paste niet langer in zijn plannen. Een verbintenis met adellijk bloed en grote landerijen woog voor hem zwaarder dan een eed die niemand had gehoord. Zij voelde zich verlaten en bedrogen. Zij droeg voortaan enkel nog een zwart kleed, sprak met niemand meer, en kwijnde weg van verdriet tot zij op een grauwe herfstdag stierf. Men begroef haar stil, zonder dat de ridder het zelfs vernam.

Hem deerde het weinig. De bruiloft met de gravin werd voorbereid, en men koos daarvoor uitgerekend hetzelfde kapelletje in het woud waar hij ooit zijn valse eed had gezworen. De gasten kwamen in vol ornaat, de klok luidde over de bomen, en niemand leek te denken aan het meisje dat men zo kort tevoren had begraven.

3 Hoe het meer ontstond

Toen de pastoor na zijn preek het bruidspaar wilde samenvoegen, verscheen plotseling de geest van het ongelukkige meisje. Haar vinger wees dreigend naar de bruidegom, die in doodsangst neerviel. Op hetzelfde ogenblik barstte een vreselijk onweer los. De kapel, met allen die erin stonden, zonk in de grond, en op die plek verrees het donkere meer zoals wij het vandaag kennen. Alleen de pastoor, de bruid en een klein kind op de houten treden naar het altaar werden gered. Het water sloot zich boven de gasten, de bomen bogen in de storm, en tegen de ochtend lag er een spiegelglad meer waar even tevoren nog een dal met een kapel was geweest.

Sindsdien, zeggen de mensen, klinkt bij stil weer in de schemering het klokje van de verzonken kapel uit het water op, maar je moet zelf heel stil zijn om het te horen. Geologen noemen de Ukleisee nuchter een doodijsmeer uit de ijstijd, en het meer dankt zijn naam aan de ukelei, een klein visje dat in zijn water leeft. Toch bleef de sage sterker dan de aardrijkskunde. De dichter Emanuel Geibel bezong de Uglei, schilders trokken vanaf 1800 naar zijn oevers, en sinds Karl Müllenhoff het verhaal in 1845 optekende, wordt het rond Eutin doorverteld.

Bron: Karl Müllenhoff, Sagen, Märchen und Lieder der Herzogtümer Schleswig, Holstein und Lauenburg (Kiel 1845), nr. 257 Der Uglei; regionale overlevering rond Eutin en Sielbeck.
Wist je dat? De Ukleisee is een zogenaamd doodijsmeer, ontstaan tijdens de laatste ijstijd toen een afgesplitst blok gletsjerijs langzaam wegsmolt. Het meer dankt zijn naam aan de ukelei, een klein zilverkleurig visje dat er leeft; in oude bronnen heet het de Uglei-See. Aan de oever lag in de middeleeuwen een Slavische nederzetting. Het laatbarokke jachtslotje uit 1776, gebouwd door Georg Greggenhofer, brandde in 2007 tot op de dakstoel af en werd binnen een jaar hersteld. Vanaf omstreeks 1800 trok het meer talrijke landschapsschilders naar zijn oevers.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard