De heilige Fridolin en de dode getuige van Säckingen
Op een eiland in de Rijn, waar de rivier de grens tussen Duitsland en Zwitserland trekt, ligt de oude stad Bad Säckingen. Zij dankt haar bestaan aan een zwervende monnik uit de vroege middeleeuwen: Fridolin, volgens de overlevering van Ierse adel, die hier een klooster stichtte. Zijn gebeente rust nog altijd in een zilveren schrijn in het Fridolinsmünster, en boven de hoofdingang staat hij in steen gehouwen, naast een geraamte dat uit het graf oprijst. Dat beeld verwijst naar de vreemdste episode uit zijn legende: de dag waarop hij een dode man voor de rechter riep.
1 De monnik en de droom
Fridolin was een wandermonnik, zo vertelt de oudste levensbeschrijving, die de monnik Balther van Säckingen omstreeks de tiende eeuw optekende. Hij trok uit Ierland naar het vasteland en kwam eerst in Poitiers, in Gallië, waar de vergeten gebeenten van de heilige Hilarius begraven lagen. Fridolin liet ze opgraven en bouwde een kerk te zijner ere. In een droom, zo gaat het verhaal, verscheen Hilarius zelf aan hem en droeg hem op verder oostwaarts te reizen, tot aan een eiland in de Rijn, en daar een klooster te stichten.
De weg was lang en Fridolin liet overal sporen na. Onderweg richtte hij kerken op die hij telkens aan Hilarius wijdde, onder meer aan de Moezel en in Straatsburg. Zijn eerste stichting zou het plaatsje Helera zijn geweest, waarvan de naam van Hilarius is afgeleid. Volgens de vita reisde hij onder de bescherming van de Frankische koning, al plaatsen historici de werkelijke stichting van het klooster eerder in de zevende eeuw dan in de tijd die de legende noemt.
Toen hij eindelijk het eiland in de Rijn bereikte, stuitte hij op wantrouwen. De bewoners van de streek joegen hem eerst weg, want zij vreesden dat hij hun grond zou opeisen. Pas na verloop van tijd kon hij zich vestigen en bouwde hij zijn dubbelklooster, voor monniken en voor vrouwen. Rond dat sticht groeide de nederzetting die later Säckingen zou heten. De naam van de stad gaat mogelijk terug op een Romeinse benaming, maar in de volksmond is Fridolin de ware grondlegger gebleven.
2 De dode getuige
De beroemdste episode speelt zich niet in Säckingen af, maar in het verre Glarnerland, hoog in de Alpen. Daar leefde een rijke landheer, Urso genaamd, die Fridolin goed gezind was. Op zijn sterfbed schonk hij de monnik grote delen van zijn bezit, opdat het aan het klooster zou toevallen. Maar Urso had een broer, Landolf, en die weigerde de schenking te erkennen. Er was geen akte, geen zegel, alleen het woord van een monnik tegen dat van een erfgenaam.
De zaak kwam voor het gerecht. Landolf eiste een getuige die de laatste wil van de dode kon bevestigen, en meende zo Fridolin klem te zetten, want de enige getuige lag begraven. Toen deed Fridolin iets wat niemand had verwacht. Hij ging naar het graf van Urso, riep de dode bij zijn naam, en volgens de legende stond de gestorvene op en volgde hem naar de rechtszaal. Voor de ogen van de verzamelde rechters trad Urso binnen, reeds door de ontbinding getekend, en getuigde met eigen stem dat hij zijn land aan Fridolin had geschonken.
Landolf schrok zo hevig van zijn opgestane broer dat hij geen woord meer kon uitbrengen. Beschaamd gaf hij niet alleen toe, maar schonk hij bovendien zijn eigen deel van het Glarnerland aan het klooster van Säckingen. Zo kwam het hele gebied in handen van de stichting. Sindsdien geldt Fridolin als beschermheilige van het kanton Glarus, dat hem in zijn wapen draagt als pelgrim met staf en boek. En omdat hij een dode terugbracht, wordt hij in kerken vaak afgebeeld naast een geraamte.
3 Wat ervan bleef
De legende is in Säckingen in steen en zilver bewaard gebleven. Boven de hoofdingang van het Fridolinsmünster staat een beeldengroep uit 1727, gehouwen door Michael Speer: de heilige haalt de dode Urso uit zijn graf. Niet toevallig staat die groep juist daar, want de overwelfde ingangshal was in de middeleeuwen de zetel van het gerecht, en het sticht bezat er de hoge en de lage rechtspraak. Wie recht kwam zoeken, liep onder het beeld van de monnik die een dode liet spreken.
In de kerk zelf rusten de gebeenten van Fridolin in een rijk versierde zilveren schrijn uit 1764, meer dan driehonderd kilo zwaar, met bovenop opnieuw de heilige en Urso. Elk jaar op de zondag na de zesde maart, zijn gedenkdag, wordt die schrijn in een grote processie door de straten gedragen, een gebruik dat sinds 1347 is opgetekend. Ridders, muzikanten en gelovigen trekken mee, en het Fridolinsmünster staat om die verhalen op de lijst van mythische plaatsen aan de Bovenrijn.
Het eiland waarop Fridolin ooit landde bestaat nog, al werd de rechter Rijnarm in 1830 gedempt. Twee bruggen verbinden de stad met de Zwitserse oever: de langste overdekte houten brug van Europa en de nieuwere Fridolinsbrug, waarop een standbeeld van de heilige de reizigers nakijkt. Zo blijft de zwervende monnik, die zijn klooster op een droom bouwde en een dode als getuige riep, waken over de stad die aan hem haar naam en haar ontstaan te danken heeft.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


