Shield
Gelnhausen, Hessen / Main-Kinzig-Kreis

Gela en de Hexenturm van Gelnhausen

Tier 0+ - Publiek 4 min Sage
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

Gelnhausen ligt in het Hessische Main-Kinzig-Kreis, daar waar de Kinzig zich in twee armen splitst en om een langgerekt eiland heen stroomt. Op dat eiland liet keizer Friedrich I Barbarossa omstreeks 1169/70 een keizerpalts bouwen, en in 1170 voegde hij drie dorpen op de noordoever samen tot één stad. Sinds 26 april 1978 draagt Gelnhausen ook officiëel de bijnaam Barbarossastadt. Maar wie door de oude binnenstad loopt, komt ook langs een ronde toren van zandsteen met een veel donkerder naam: de Hexenturm. Dit is het verhaal van beide — van de liefde die de stad haar naam gaf, en van de mensen die de toren de hare gaven.

HW HW

1 Gela en de jonge Friedrich

De oudste overlevering van de stad gaat niet over keizers maar over een meisje. In de Spessart-sagen wordt verteld dat de jonge Friedrich, later Barbarossa genoemd, verliefd werd op Gela, de dochter van een burchtambtenaar in de streek. Zij hielden van elkaar, maar het huwelijk was onmogelijk: een Staufer-erfgenaam trouwde niet met de dochter van een dienstman. Gela zou hem alleen kunnen nemen als hij zijn afkomst opgaf — en het Duitse rijk verwachtte alles van deze veelbelovende jongeman.

Toen Friedrich naar het Heilige Land vertrok, koos Gela voor hem in plaats van voor zichzelf. Zij trad in een klooster in, opdat hij haar bij zijn terugkeer niet meer zou vinden en niets meer op te geven hééfde. Friedrich keerde als overwinnaar terug, zocht haar, en hoorde wat er gebeurd was. Hij vergat haar nooit.

Jaren later, als keizer, stichtte hij aan de Kinzig een stad en noemde die volgens de sage «Gelahausen» — het huis van Gela. Historisch is dat een volksetymologie: de naam is ouder en anders verklaard. Maar de stad heeft de sage nooit losgelaten. In 2020 gaf Gelnhausen voor zijn 850-jarig bestaan zelfs een stripverhaal uit waarin Gela de heldin is.

2 De palts op het eiland

Wat wel vaststaat, staat er nog. Rond 1169/70 liet Friedrich Barbarossa op een eiland in de Kinzig een waterburcht bouwen, een keizerpalts op de handelsweg tussen Frankfurt en Leipzig. Dendrochronologisch onderzoek aan de funderingspalen van het poorthuis wijst op houtkap in de winter van 1169/70 of de zomer van 1170. Meer dan zestig steenhouwers werkten aan het complex; men telde zevenenvijftig verschillende steenhouwerstekens.

De palts was bestuurszetel, gerechtsplaats en feestzaal tegelijk. In 1180 hield Barbarossa er een rijksdag die de Duitse geschiedenis veranderde: hier werd het zogenoemde Gelnhauser Urkunde opgesteld, waarmee Heinrich de Leeuw bij verstek zijn hertogdommen verloor en zijn landen onder andere vorsten werden verdeeld.

Na het einde van de Stauferdynastie in de dertiende eeuw verloor de palts haar betekenis. Latere keizers logeerden liever in de stad zelf. Eeuwenlang diende de burcht als steengroeve, tot men vanaf het midden van de negentiende eeuw begon te bewaren wat nog stond. Vandaag geldt de ruïne, met haar vrijwel volledig oorspronkelijke bouwstof en haar gaaf bewaarde poorthal, als de best bewaarde Stauferpalts van Duitsland.

3 De toren die zijn naam kreeg

De Hexenturm is nooit als heksentoren gebouwd. Na de Hussietenoorlogen, toen legers kanonnen op wagens leerden meevoeren, was Gelnhausen kwetsbaar aan de zuidzijde, waar een brug over de Kinzig naar de zelfstandige Burg Gelnhausen liep. De stad begon in 1447 aan een geschuttoren, de Fratzenstein. Onder in de toren lag een gewelfkamer voor het kruit, bereikbaar door een gat in de vloer dat men het Angstloch noemde. Pas toen de toren later als gevangenis diende, ging de volksmond hem Hexenturm noemen.

Tussen 1584 en 1633 werden in Gelnhausen minstens vierenvijftig mensen, overwegend vrouwen, wegens vermeende hekserij aangeklaagd, gefolterd en terechtgesteld. Het bekendste slachtoffer is Elisabeth Strupp, de vrouw van de predikant Johannes Strupp. Zij had zich juist tegen de heksenjacht uitgesproken en kwam daarmee tegenover burgemeester Johannes Koch te staan. Een medebeklaagde noemde haar naam kort voor haar eigen dood; op 3 augustus 1599 werd Elisabeth Strupp onthoofd. Van haar proces zijn de verhoorprotocollen bewaard gebleven, wat haar zaak voor het onderzoek naar de heksenvervolging zeldzaam waardevol maakt.

Bij de restauratie van de toren in 1986 werd naast de Hexenturm een gedenkteken opgericht: een plaat met eenendertig namen van slachtoffers, en het beeld «Die Rufende» van Eva-Gesine Wegner. In 1999 kwam er een beeld voor Elisabeth Strupp bij de westportaal van de Marienkirche, en in 2024 werd een school naar haar genoemd. Boven in de toren documenteert een tentoonstelling wat hier gebeurd is. De namen zijn geen decor; ze zijn de reden dat de toren nog staat.

Bron: Valentin Pfeifer, «Spessart-Sagen» (Aschaffenburg 1948), blz. 197v.; stadsdocumentatie Gelnhausen bij de Hexenturm; verhoorprotocollen van het proces tegen Elisabeth Strupp (1599).
Wist je dat? De Hexenturm heette oorspronkelijk Fratzenstein en werd vanaf 1447 gebouwd als geschuttoren van de stadsversterking; door protest van de burgers raakte de bouw pas in 1478 voltooid. De toren is negen meter breed, vierentwintig meter hoog en heeft muren van 2,80 meter dik. De ingang ligt vier meter boven de grond en was alleen bereikbaar via een houten trap vanaf de weergang. De ronde vorm en de veelhoekige spits moesten kanonskogels doen afketsen.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard