Het Jerusalemer Tor van Büdingen
Büdingen in de Wetterau draagt nog altijd zijn volledige laatmiddeleeuwse gordel: een muur van rode zandsteen met tweeentwintig torens en halfschalen, een van de best bewaarde stadsversterkingen van Duitsland. Daarin staat de mooiste poort van Hessen, het Jerusalemer Tor. Achter de muur ligt het waterslot van de graven van Ysenburg. Over alle drie vertellen de Büdingers hun verhalen, en het oudste begint met sneeuw en roet.
1 De kolenbrander in de sneeuw
Keizer Frederik Barbarossa, zo vertelt men in Büdingen, joeg op een winterdag in het uitgestrekte woud ten oosten van de stad. De jacht liep uit, de sneeuw viel dicht, en toen de keizer eindelijk zijn hoorn liet zwijgen merkte hij dat hij zijn gevolg kwijt was. Hij dwaalde tussen de stammen tot hij rook zag opstijgen. Bij een smeulende meiler stond een kolenbrander, zwart tot aan de ellebogen.
De keizer vroeg de man de weg naar de burcht. De kolenbrander had geen perkament en geen kool om op te schrijven, maar hij had zijn handen. Hij bukte zich en trok met twee van zijn roetzwarte vingers twee strepen door de verse sneeuw: zo loopt de weg. Barbarossa volgde de strepen en bereikte de burcht voor het donker werd. Uit dankbaarheid, zegt de sage, schonk hij de kolenbrander het land waar hij hem gevonden had.
Uit die twee vingers werd een wapen. Het adelsgeslacht van Büdingen voerde sindsdien een zilveren schild — sneeuwwit — met twee zwarte dwarsbalken. De graven van Ysenburg, die het bezit in de dertiende eeuw erfden, namen de balken over, en tot op vandaag draagt de stad ze in haar wapen.
2 De muur van graaf Ludwig
De burcht in het dal was een waterburcht uit de tijd van de Staufen, voor het eerst vermeld in 1219, met een bijna ronde ringmuur van bultkwaders en een zware bergfried. Rond die burcht groeide de stad, en om de stad kwam in 1353 een eerste muur. Graaf Ludwig II van Ysenburg vond die niet genoeg. Vanaf 1476 liet hij een tweede, veel machtiger gordel voor de oude muren leggen, bezet met tweeentwintig torens en halfschalen. Het werk liep door tot omstreeks 1510 en leverde een van de belangrijkste laatmiddeleeuwse vestingwerken van Duitsland op.
Het pronkstuk werd in 1503 voltooid: het Untertor, twee ranke ronde torens van rode zandsteen, elk met een buitendiameter van 3,90 meter en muren die van 1,60 tot 1,20 meter versmallen. Achttien schietgaten kijken op de weg uit. Boven de doorgang prijken de wapens van graaf Ludwig en zijn vrouw Maria van Nassau, de borstweringen dragen visblaas-maaswerk, en uit de kroonlijst steken waterspuwers in leeuwenvorm. Een ophaalbrug overspande de gracht; bij de restauratie van 2003 kwam haar aanzet weer tevoorschijn.
De oudste verklaring voor de naam van de poort hoort bij die bouwtijd. Een zoon van de graaf, heet het, was op bedevaart naar het Heilige Land geweest en bracht de tekening van een poort mee terug: het Schaapspoort van Jeruzalem. Naar dat model zou de meester in Büdingen hebben gebouwd.
3 Dit is ons Jeruzalem
De tweede verklaring is jonger en waarschijnlijker. Büdingen was al in 1521 protestants geworden, en in 1712 vaardigde graaf Ernst Casimir I een tolerantie-edict uit dat vervolgden van elke belijdenis vrijheid van geloof beloofde. Er kwamen hugenoten uit Frankrijk, waldenzen uit de Alpendalen, hernhutters en inspiranten uit alle windstreken. Voor hen verrees tot 1724 pal voor het Untertor een nieuwe voorstad van vakwerkhuizen.
Wie na weken op de weg de laatste bocht om kwam en die twee torens zag staan, wist dat hij aangekomen was. De vluchtelingen, vertelt men in Büdingen, knielden voor de poort neer, baden, en zeiden tegen elkaar: dit is ons Jeruzalem. Zo kreeg het Untertor zijn tweede naam. Als vaste benaming duikt Jerusalemer Tor pas rond het midden van de negentiende eeuw op, maar de stad heeft de naam nooit meer losgelaten. Ook Kreuztor heette de poort, naar de drie kruisen die naast de gerechtslinde stonden.
Het slot is er nog, de vorstelijke familie woont er nog, en de gracht is verland tot een groene gordel. Wie van de buitenste slothof naar de binnenste wil, gaat door een poort die links en rechts door twee stenen figuren met knuppels wordt bewaakt. Elke nacht om middernacht, zeggen de Büdingers, wisselen die twee van plaats. Zien kan men het alleen als men nog nooit van zijn leven gelogen heeft.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


