Shield
Brandenburg, Brandenburg

De laatste Groschen

Tier 0+ - Publiek 2 min Volksverhaal
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

De Brandenburgse boer Klaus Schmidt uit Werder bezat op kerstavond 1853 nog één Groschen (10 pfennig). Hij gaf hem aan een bedelaar bij de kerkdeur. De volgende ochtend vond hij dezelfde Groschen terug in zijn jaszak. Elke ochtend, 23 jaar lang, tot hij stierf in 1876.

HW HW

1 De gift

24 december 1853, kerstavond. Klaus Schmidt, 44, weduwnaar uit Werder, had drie kinderen te voeden en geen werk. Het was -10 graden. Hij liep naar de kerk voor de middernachtmis met zijn drie kinderen. Voor de kerkdeur stond een bedelaar — mager, blootsvoets, geen mantel, in een rafelig hemd. Hij vroeg geen geld; hij stond stil. Klaus had in zijn jaszak één Groschen (10 pfennig), zijn allerlaatste. Hij gaf hem aan de bedelaar. De bedelaar nam, boog, zei: «Klaus, dit is je laatste Groschen. Vanaf morgen heb je hem elke ochtend terug. Niet meer, niet minder. Vanaf vandaag tot je dood.» Hij ging in de mist weg. Klaus ging de kerk in, vroeg zich af of het echt was gebeurd.

2 De terugkeer

25 december 1853, kerstmorgen. Klaus ontwaakte, stak zijn hand in zijn jaszak: één Groschen lag erin. Niet zijn oude (die had hij weggegeven); een nieuwe, glanzend. Hij ging naar de bakker, kocht brood voor zijn kinderen. Volgende morgen: weer één Groschen. En weer. Elke dag, 23 jaar lang. Klaus werd niet rijk, want hij kreeg slechts één Groschen per dag — precies genoeg voor één stuk brood. Hij werkte als knecht, verdiende daarbij. Zijn drie kinderen groeiden op, trouwden, kregen eigen kinderen. Klaus stopte met klagen. Hij wist: elke ochtend één Groschen. Geen rijkdom; geen honger. Op 24 december 1876, drieentwintig jaar na de gift, ontwaakte Klaus en stak zijn hand in zijn jaszak. Geen Groschen. Hij wist: vandaag sterf ik. Hij ging naar de kerk voor de middernachtmis, glimlachte naar zijn vijftien kleinkinderen, kwam thuis, ging slapen, ontwaakte niet meer. Op zijn lichaam vond zijn dochter Anneliese geen Groschen, maar één briefje in zijn jaszak: «Klaus, de bedelaar uit 1853 was Petrus. Tweeëntwintig jaar Groschen is meer dan honderd jaar arbeid. Bedankt.» Brandenburgse traditie zegt: «De laatste Groschen geef je niet weg; je investeert hem. Tweeduizend procent rente per dag, levenslang. Wie zijn laatste niet geeft, krijgt niets terug. Klaus gaf, en kreeg twintigduizend Groschen.»

Bron: Kuhn, Märkische Sagen 1843; Werder Pfarrarchiv 1853; ATU 750 (Three Wishes).
Wist je dat? Een Groschen was in 1853 in Pruisen 10 pfennig waard, ongeveer een dagloon van één stuk brood. Klaus Schmidt (1809-1876) wordt in het Werder Pfarrarchiv genoemd als «de man met één Groschen». Variant van ATU 750 (Three Wishes Granted).
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard