Shield
Bad Hersfeld, Hessen / Hersfeld-Rotenburg

Het Lullusvuur van Bad Hersfeld

Tier 0+ - Publiek 4 min Volksverhaal
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

Elk jaar in de week rond 16 oktober trekt Bad Hersfeld in Hessen zijn oudste kleed aan. Op het marktplein wordt een houtstapel opgetast, en klokslag twaalf uur op de maandag — de Lollsmontag, zoals de Hessen zeggen — gaat het Lullusvuur aan. Het brandt dag en nacht door tot de zondagavond, terwijl rondom de kramen, de draaimolens en de blaaskapellen de stad wakker houden. Hersfeld viert dan zijn stichter: Lullus, aartsbisschop van Mainz, die hier stierf op 16 oktober 786. En de mensen roepen wat hun overgrootouders al riepen: «Enner, zwoon, dräi — Bruder Lolls!»

HW HW

1 De Engelsman die bleef

Lullus was geen Hessenaar. Hij werd omstreeks 710 geboren in Wessex, in het zuiden van Engeland, en trad jong in het benedictijnenklooster van Malmesbury. In 737 reisde hij naar Rome, en daar kruiste zijn weg die van Bonifatius, de Angelsaksische bisschop die op het vasteland kerken en kloosters bouwde. Lullus bleef bij hem. Hij werd zijn bode, zijn aartsdiaken en ten slotte zijn schrijvende hand, toen de ogen van de oude man het lieten afweten. Vijftien jaar lang trok hij met hem mee door Thuringen, Franken en Hessen.

In 754 legde Bonifatius zijn ambt neer en wees Lullus aan als opvolger; datzelfde jaar werd de grijsaard in Friesland doodgeslagen. Zo kreeg de Engelsman de bisschopszetel van Mainz. Aan de rivier de Fulda, waar de monnik Sturmius al in 736 een kluizenarij had opgericht, zag Lullus zijn kans. Vanaf 769 liet hij daar een benedictijnenabdij verrijzen, met stenen muren, een scriptorium en een school. In 775 nam Karel de Grote het klooster onder zijn koninklijke bescherming, en rond de abdijmuren groeide het dorp dat later Hersfeld zou heten. In 781 zond paus Hadrianus I hem het pallium: nu was Lullus werkelijk aartsbisschop. Maar hij keerde telkens terug naar zijn abdij aan de Fulda, en daar wilde hij ook begraven worden.

2 De zestiende oktober

Op 16 oktober 786 stierf Lullus in zijn eigen klooster, tachtig jaar oud naar men zegt, en hij werd bijgezet in de abdijkerk. De monniken bewaarden zijn graf, en de boeren uit de omtrek leerden de weg ernaartoe kennen. Toen in het jaar 852 zijn gebeente plechtig werd opgegraven en op het altaar verheven — de translatie die het volk sindsdien zijn heiligverklaring noemt — kwam er zo veel volk naar Hersfeld dat de abt besloot het elk jaar te herhalen, in de week waarin zijn sterfdag viel.

Zo werd uit een kerkelijke gedachtenis een jaarmarkt. Wie voor de heilige kwam, bracht ook zijn wol, zijn vee en zijn potten mee. In een oorkonde van 16 november 1326 staan feest en markt voor het eerst zwart op wit. De pelgrims kwamen van ver, sliepen buiten de muren, en stookten vuren om zich te warmen en hun soep te koken; uit die vuren, zegt men, is het ene grote Lullusvuur gegroeid dat vanaf het einde van de zestiende eeuw in de bronnen opduikt. Het is geen offervuur en geen heidens overblijfsel, hoezeer men dat ook graag vertelt. Het is het vuur van de gasten van Sint-Lullus, dat nooit meer uitging.

3 De ruine en het vuur

De abdij groeide uit tot een van de machtigste van het rijk. Na de brand van 1038 werd de kerk herbouwd als een reusachtige romaanse basiliek, ruim honderd meter lang, met een dwarsschip van vijfenvijftig meter; in de klokkentoren ernaast kwam de Lullusklok te hangen, gegoten in datzelfde jaar 1038 en tot vandaag de oudste gedateerde klok van Duitsland. Eeuwenlang stond dat schip er onder zijn dak, tot in 1761, midden in de Zevenjarige Oorlog, Franse troepen onder maarschalk De Broglie de kerk als voorraadmagazijn gebruikten. Bij hun aftocht staken zij de voorraden in brand, opdat de vijand ze niet zou krijgen. De kerk brandde uit. Het dak is nooit hersteld.

Wat overbleef zijn muren zonder zoldering, boven op de heuvel, met de lucht als gewelf: de grootste romaanse kerkruine van Europa. Sinds 1951 spelen daar elke zomer de Bad Hersfelder Festspiele, en het publiek zit tussen de pijlers waar ooit de monniken zongen. Maar in oktober hoort de stad weer aan Lullus toe. Dan stapelt men het hout, dan slaat de klok twaalf, dan gaat het vuur aan en brandt het zes dagen en zes nachten door tot de zondagavond. Er is geen ander volksfeest in Duitsland dat zijn stichter zo lang bij name blijft roepen. De abdij is een ruine, de aartsbisschop is stof — maar het vuur is er nog.

Bron: Hersfelder stadstraditie; oorkonde over feest en markt van 16 november 1326; Lampert van Hersfeld, «Annales» (elfde eeuw).
Wist je dat? Het Lullusfest geldt volgens de stad als het oudste volksfeest van Duitsland, gerekend vanaf 852; het Libori-feest in Paderborn, dat teruggaat op 836, betwist die titel. De Stiftsruine is met haar ruim honderd meter lengte de grootste romaanse kerkruine van Europa. In de nabije Katharinenturm hangt de Lullusklok uit 1038, de oudste gedateerde klok van Duitsland; zij luidt slechts op enkele dagen per jaar. Sinds 1951 wordt in de ruine elke zomer het theaterfestival Bad Hersfelder Festspiele gehouden.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard