De Nikolausbrug van Calw
Midden in Calw, waar het Zwarte Woud steil naar de Nagold afdaalt, ligt de Nikolausbrücke: dertig meter, drie bogen van rode zandsteen, en op een van de pijlers een kleine gotische kapel. Brug en kapel ontstonden omstreeks 1400. De kapel is gewijd aan Sint-Nicolaas, patroon van schippers en vlotters en beschermer tegen hoog water. Vanaf deze brug vertellen de Calwers hun verhalen.
1 De brug van de vlotters
Calw dankte zijn welstand aan twee ambachten, en beide staan sinds 1926 in steen op de kapel: een lakenhandelaar en een vlotter, aangebracht bij de restauratie door Ernst Yelin. De lakenhandel was verenigd in de Calwer Zeughandlungskompagnie, die na de Dertigjarige Oorlog de grootste wolexporteur van Württemberg werd. Het hout kwam later.
De Nagold wordt al in 1342 in een vlotverdrag genoemd. In 1623 werd de rivier tot doorlopende vlotweg gemaakt, en in 1711 kreeg Johann Martin Vischer verlof voor het zogeheten Holländerflößen. Zo ontstond een houtkompagnie waarin dorpen uit het Enz- en Nagolddal samenwerkten. Stammen werden tot vlotten van wel tweehonderd meter gebonden en gingen over Nagold, Enz, Neckar en Rijn naar Nederland. Daar werden ze scheepsmast en heipaal onder de drassige bodem van Amsterdam en Rotterdam. De zwaarste, tot tweehonderd jaar oude zilversparren heetten in het Zwarte Woud kortweg Holländer.
De spoorlijnen van 1872 en 1874 maakten het varen onrendabel. In 1911 dreef het laatste vlot Calw voorbij; in 1913 werd de vlotterij officieel opgeheven. En terwijl de mannen overdag het hout kloofden, zo vertelde men in Hirsau, stapelden in een huis in Calw twee Erdmännle het ’s nachts netjes op, tot een knecht eens opbleef en de kleine mannetjes bij het hout zag werken.
2 Graaf Hubert van Calw
De beroemdste Calwer sage staat bij de gebroeders Grimm en gaat over graaf Hubert. Hij bezat grote rijkdom en leefde in vreugde, tot hij op een dag tegen zijn gemalin zei dat hij, wilde hij niet geheel verloren gaan, ook moest leren hoe het is om arm te zijn. Hij trok een schamel kleed aan, nam afscheid en ging zuidwaarts, richting Zwitserland.
In het dorp Deißlingen werd hij koeherder. Hij hoedde de kudde met alle vlijt en het vee werd vet, maar hij weidde altijd op dezelfde berg, en dat verdroot de boeren zo dat zij hem na enkele jaren wegstuurden. Hij keerde terug naar Calw. Daar vierde zijn gemalin juist bruiloft met een ander. Als pelgrim vroeg hij aan de poort van zijn eigen slot om een aalmoes. Men bracht hem brood; hij weigerde het, tenzij ook de beker van de gravin, vol wijn, hem gereikt werd. Hij dronk de beker leeg, liet er zijn gouden trouwring in vallen en ging zwijgend terug naar het dorp.
De boeren namen hem opnieuw aan, want zijn opvolger deugde niet, en hielden hem als herder zolang hij leefde. Toen hij zijn einde voelde naderen, zei hij wie hij was: men moest hem door ossen wegvoeren en begraven waar die zouden blijven staan. Daar verrees de kerk Sankt Hubert. Er werden bedevaarten heen gehouden en missen voor hem gelezen, en elke burger van Calw die er voorbijkwam mocht aankloppen. In Deißlingen zelf noemen ze de graaf Aubert.
3 De molen van Hirsau
Een tweede Calwer sage speelt in Hirsau, vandaag een stadsdeel. In 1024 werd Konrad II keizer, en onder hem kostte landvredebreuk de kop. Graaf Diepold van Calw brak de landvrede en vluchtte met zijn zwangere vrouw naar een leegstaande molen bij het klooster Hirsau. Toen de keizer daar toevallig jaagde, ontvluchtte de graaf hem in het bos. De gravin beviel van een zoon, en de keizer hoorde driemaal een stem: dit kind zal uw schoonzoon en erfgenaam worden.
De keizer meende dat het een molenaarskind was en stuurde twee gewapende dienaren om het te doden en hem het hart te brengen. Uit medelijden legden zij het kind in een gespleten boom, veilig voor wilde dieren. Het overleefde, en het werd, zegt de sage, keizer Hendrik III. Oude mensen in Hirsau wezen Ernst Meier nog de molen aan als een van de oudste huizen van het dorp, en vertelden dat de eigenaar sindsdien jaarlijks twintig vadem brandhout van de staat kreeg. Bij het Waldhorn stond tot omstreeks 1780 een Heinrichskapelle op de plek van de gespleten boom.
Op 2 juli 1877 werd aan de Calwer markt Hermann Hesse geboren. Hij noemde zijn stad Gerbersau en de Nikolausbrug was zijn liefste plek. Sinds 2002 staat daar zijn bronzen beeld van Kurt Tassotti, Zwischen Verweilen und Aufbruch, tussen toeven en vertrekken, precies zoals de vlotters het deden.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


