De pestgelofte van Oberammergau
In het jaar 1632 woedt de Dertigjarige Oorlog al veertien jaar over Duitsland, en in het spoor van de legers reist de pest. Het dorp Oberammergau, diep in het Beierse Ammertal, sluit zich af van de wereld: wachten bewaken elke weg en elk bergpad, niemand mag erin of eruit. Toch vindt de dood een weg naar binnen — in de gedaante van een man die alleen maar naar huis wil. Wat volgt is sterven, wanhoop en ten slotte een gelofte die het dorp tot op vandaag houdt: eens in de tien jaar speelt heel Oberammergau het lijden en sterven van Christus.
1 Kaspar Schisler sluipt langs de wachten
In de zomer van 1632 werkt Kaspar Schisler, een dagloner uit Oberammergau, als maaier in Eschenlohe, een dorp verderop in het Loisachtal. Daar heerst de pest. De Zweedse en keizerlijke legers hebben de ziekte door heel Beieren gesleept, en dorp na dorp valt. Oberammergau zelf is nog gespaard: de gemeente heeft wachtposten gezet op elke weg en elk pad het Ammertal in, en niemand van buiten mag het dorp betreden. Wie binnen is, blijft binnen; wie buiten is, blijft buiten.
Maar in de herfst nadert het kerkwijdingsfeest, de Kirchweih, het grootste feest van het jaar. Kaspar Schisler denkt aan zijn vrouw en kinderen, aan het gebraad en het bier, aan de muziek in de gelagkamer. Op een avond sluipt hij langs een verborgen bergpad om de wachten heen en staat onaangekondigd in zijn eigen huis. Twee dagen viert hij mee. Op de derde dag klaagt hij over hoofdpijn en koorts. Kort daarna is hij dood — het sterfregister van de parochie noemt hem als eerste pestdode van Oberammergau.
2 De gelofte van oktober 1633
Vanuit het huis van Schisler kruipt de ziekte van hof tot hof. In de winter van 1632 op 1633 sterven er tientallen mensen per maand; hele gezinnen worden uitgewist. Het sterfregister telt uiteindelijk vierentachtig namen — voor een dorp van amper zeshonderd zielen een verlies dat elk huis raakt. De wachten staan nog altijd op de paden, maar nu houden ze de vijand niet meer buiten: die woont allang binnen. De mensen branden jeneverbessen tegen de kwade dampen en dragen hun doden in stilte naar het kerkhof, maar niets helpt.
In oktober 1633 komen de overlevenden bijeen. De raadsheren en de zes gezworenen van de gemeente leggen voor het kruis een plechtige gelofte af: als God de pest van het dorp wegneemt, zal Oberammergau elke tien jaar, tot in eeuwigheid, het lijden en sterven van Christus opvoeren. De overlevering is stellig: vanaf dat uur stierf er niemand meer aan de pest, hoewel velen nog door de ziekte getekend waren.
3 Pinksteren 1634 en de kracht van tien jaar
Met Pinksteren 1634 lossen de dorpelingen hun belofte voor het eerst in. Op het kerkhof naast de parochiekerk, boven de verse graven van de pestdoden, bouwen ze een houten toneel. Zo’n zestig tot zeventig spelers — boeren, houtsnijders, knechten — voeren het lijdensverhaal op, voor hun gestorven buren en voor God. Het is geen theater, het is de afbetaling van een schuld.
Sindsdien speelt Oberammergau. In 1680 verschuift het ritme naar de ronde decenniumjaren; in 1770 verbiedt de Beierse keurvorst het spel eenmalig, en oorlogsjaren dwingen tot uitstel, zoals in 1940. In 2020 is het de coronapandemie die het spel naar 2022 duwt — een echo die niemand ontgaat: opnieuw een besmettelijke ziekte, opnieuw een dorp dat wacht. Meespelen mag alleen wie in Oberammergau geboren is of er ten minste twintig jaar woont.
Bij het spel van 2022 stonden ongeveer tweeduizend van de circa vijfduizend inwoners op of achter het toneel, en een half miljoen bezoekers uit de hele wereld kwam kijken — vijf maanden lang, meer dan honderd voorstellingen, in een speelhuis dat het dorp zelf bouwde. Bijna vier eeuwen na Kaspar Schisler houdt het dorp nog altijd woord. De volgende inlossing van de gelofte staat al vast: het jaar 2030.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


