Shield
Trendelburg, Hessen / Weserbergland

Rapunzel en de toren van Trendelburg

Tier 0+ - Publiek 4 min Sprookje
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

Boven het stadje Trendelburg, waar de Diemel zich door het noorden van Hessen slingert, staat een burcht met een toren die naar geen enkele ridder is genoemd. De zware bergfried van ruim achtendertig meter, met muren die onderaan zeven meter dik zijn, heet bij de mensen in het Weserbergland de Rapunzelturm. Want hier, aan de rand van het Reinhardswald, plaatst men het sprookje van het meisje met het lange gouden haar dat achter een venster zonder deur werd opgesloten.

HW HW

1 De rapunzel in de tuin van de tovenares

Er waren eens een man en een vrouw die al lang tevergeefs naar een kind verlangden. Achter in hun huis zat een klein raam dat uitkeek op een prachtige tuin vol bloemen en kruiden, waar niemand binnen durfde: hij behoorde aan een tovenares die in de hele streek werd gevreesd. Op een dag zag de vrouw daar een bed met de mooiste rapunzel staan, de veldsla die zo fris en groen was dat zij er hevig naar begon te verlangen. Zij at niet meer, zij sliep niet meer, en werd van dag tot dag bleker.

«Als ik geen rapunzel uit die tuin krijg, sterf ik,» zei zij tegen haar man. In de schemering klom hij over de hoge muur en bracht haar een handvol. Zij at de salade gretig op, maar de volgende dag was haar verlangen driemaal zo groot. Toen hij voor de tweede keer klom, stond de tovenares plotseling voor hem. Hij smeekte om genade en sprak van de honger van zijn vrouw. Zij liet haar toorn zakken: «Neem zoveel rapunzel als je wilt, op één voorwaarde: het kind dat je vrouw ter wereld brengt, geef je aan mij.» In zijn angst beloofde de man alles. Toen het kind geboren werd, nam de tovenares het mee en noemde het Rapunzel.

2 De toren zonder deur

Rapunzel werd het mooiste kind onder de zon. Toen zij twaalf was, sloot de tovenares haar op in een toren midden in een woud, die deur noch trap bezat. Helemaal bovenin zat een klein venster. Wilde de tovenares naar binnen, dan riep zij eronder: «Rapunzel, laat je haar neer.» Het haar van het meisje was fijn als gesponnen goud; zij wond haar vlechten om een haak en liet ze twintig el omlaag vallen.

Na een paar jaar reed de zoon van de koning door het woud en hoorde een stem zo lieflijk zingen dat hij stilhield. Een deur vond hij niet. Maar hij verborg zich, zag de tovenares klimmen, en riep de volgende avond zelf de woorden die hij had afgeluisterd. Het haar viel omlaag; hoewel Rapunzel hevig schrok, sprak hij zo vriendelijk dat zij beloofde met hem mee te gaan.

Elke avond kwam hij, en van de zijden strengen die hij meebracht vlocht Rapunzel een ladder. Maar zij versprak zich en vroeg waarom de tovenares zoveel zwaarder op te trekken was dan de koningszoon. Toen knipte die de gouden vlechten af en bracht het meisje naar een woestenij. Diezelfde avond hing zij het haar aan de haak, en de prins vond boven niet zijn liefste. Wanhopig sprong hij uit het venster; hij overleefde de val, maar de doornen staken hem de ogen uit.

3 Het lied in de wildernis en de toren aan de Diemel

Blind dwaalde de koningszoon jarenlang rond, at niets dan wortels en bessen en klaagde om zijn liefste. Ten slotte kwam hij in de woestenij waar Rapunzel armoedig leefde met de tweeling die zij intussen had gebaard. Hij hoorde een stem die hem bekend voorkwam, en toen hij erop afging, herkende zij hem en viel hem om de hals. Twee van haar tranen vielen in zijn ogen, die weer helder werden.

Het sprookje noemt geen plaats. Toch wijst men sinds de twintigste eeuw één toren aan als de hare: de bergfried van Burg Trendelburg. De burcht werd voor 1300 gebouwd door Konrad III van Schöneberg, op een bergrug die steil naar de Diemel afvalt, om de handelsweg van Kassel naar Bremen te bewaken. In 1305 verdeelden de landgraaf van Hessen en de bisschop van Paderborn haar, in 1472 kreeg het stadje eronder stadsrechten, en in 1637 verwoestten Kroatische troepen de burcht.

Sinds 1949 is zij een hotel en een halte aan de Deutsche Märchenstrasse. Eerlijk gezegd is de band tussen burcht en sprookje jong: toeristische traditie, geen oude overlevering. Ook het verhaal zelf is geen Hessisch bezit. De gebroeders Grimm namen het in 1812 op als KHM 12, maar hun bron was een novelle van Friedrich Schulz uit 1790, die «Persinette» van Charlotte-Rose de Caumont de La Force (1698) volgde, welke teruggaat op «Petrosinella» van Giambattista Basile (1634). Wie de treden beklimt, staat in een toren die het verhaal heeft geadopteerd.

Bron: Brüder Grimm, «Kinder- und Hausmärchen», KHM 12 (1812/1857); Friedrich Schulz, «Kleine Romane» (1790); Charlotte-Rose de Caumont de La Force, «Persinette» (1698); Giambattista Basile, «Petrosinella» (1634); documentatie Burg Trendelburg.
Wist je dat? De rapunzel uit het sprookje is geen fantasieplant: de naam sloeg zowel op veldsla (Valerianella locusta) als op het rapunzelklokje (Campanula rapunculus), waarvan blad en witte penwortel vroeger als wintersalade werden gegeten. Opmerkelijk is dat de gebroeders Grimm hun tekst tussen 1812 en 1857 hebben gekuist: in de eerste druk verraadt Rapunzel zich doordat haar kleren te nauw worden, in de latere drukken vraagt zij enkel nog waarom de tovenares zoveel zwaarder weegt dan de koningszoon. In de toren van Trendelburg leiden meer dan honderddertig treden naar het uitkijkplatform, met onderweg een folterkamer en een Grimm-verdieping vol silhouetten.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard