De Grönnerkeel en het zwarte zwijn van Flensburg
Flensburg ligt aan het einde van een lange, smalle zeearm, de Flensburger Förde, in het uiterste noorden van Duitsland. Eeuwenlang leefde de stad van het water: van de haven, van de schepen naar West-Indië, van de suiker en de rum die in haar pakhuizen lagen. Maar de Flensburgers vertellen er ook bij dat het water hen ooit komt halen. Die voorspelling hangt aan een bron boven de Hafermarkt die de Grönnerkeel heette — en aan een groot zwart zwijn.
1 Suiker, rum en de Deense Antillen
Tot 1864 hoorde Flensburg bij de Deense gesamtstaat, en dat bepaalde alles. Denemarken had zich in de Caraïben drie eilanden verworven: Sint-Thomas vanaf 1672, het naburige Sint-Jan kort daarna, en Sint-Croix, in 1733 van Frankrijk gekocht. Flensburg werd in de achttiende eeuw de belangrijkste thuishaven van de Deense West-Indiëvloot. De schepen brachten rietsuiker naar de Förde, en later rum, koffie, tabak en verfhout.
Achter de Große Straße en de Holm groeven de kooplieden hun smalle Kaufmannshöfe uit: vooraan het woonhuis, achteraan de pakhuizen, met een gevelkraan om de vaten naar de zolders te hijsen. De bekendste is de Westindienspeicher, in 1789 gebouwd door reder Andreas Christiansen. Gestookt werd er in Flensburg nooit; de rum kwam in zware eiken vaten binnen en werd in de stad alleen versneden, gerijpt en gebotteld.
Die rijkdom had een prijs die niet in Flensburg werd betaald. Tussen 1680 en omstreeks 1830 werden ongeveer honderdduizend Afrikanen naar de Deense Antillen verscheept en aan plantagehouders verkocht. Het Deense verbod op de slavenhandel, in 1792 besloten, trad pas op 1 januari 1803 in werking; de slavernij zelf hield pas op 3 juli 1848 op, toen gouverneur Peter von Scholten haar onder druk van een opstand afkondigde. De suiker in de Flensburgse pakhuizen was door die handen gegaan.
2 De bron en de voorspelling
Boven aan de Hafermarkt, waar vijf straten samenkomen, stond een oude stenen bron. Uit vier kranen liep het heldere water in een wijd bekken, en een flink deel van de stad haalde daar zijn drinkwater. De Flensburgers hielden die bron hoog in ere. In hun stad, zeiden ze, bracht de ooievaar de kinderen niet: die werden uit de Grönnerkeel opgevist. De moeders vatten daarbij kou en moesten er nadien het bed voor houden.
Maar er was een ernstiger reden om de bron in het oog te houden. Flensburg staat, zoals iedereen wist, geheel op bronwater. En wat uit het water is ontstaan, moet ooit weer in het water vergaan. Zo luidde de oude voorspelling: op een zondagochtend, wanneer de mensen net uit de kerk komen, zal een reusachtig, gitzwart zwijn snuivend en grommend door de straten rennen, recht op de Grönnerkeel af. Daar zal het zich voor een steen posteren en die beginnen los te wroeten.
Zodra die eerste steen loskomt, springt er een waterstraal omhoog. Die zwelt in enkele ogenblikken aan tot een stroom die niemand meer stuiten kan en die zich naar alle kanten uitgiet, tot heel Flensburg eronder ligt — van de hoogste toren tot de allerkleinste worm. Daarom, zegt de sage, letten de Flensburgers er altijd nauwlettend op dat geen zwijn in hun straten wroet, en vegen zij hun straten met grote bezems schoon. Karl Müllenhoff schreef het verhaal in 1845 op; Grässe nam het een generatie later over.
3 De bron onder de kasseien
De angst voor de voorspelling won het uiteindelijk van de dorst. De Flensburgers legden een grote steen over de bron, en toen dat nog niet genoeg geruststelling gaf, kwam de straatbestrating erover. Vandaag weet niemand meer precies waar de Grönnerkeel onder de Hafermarkt ligt. Van de ongeveer dertig manshoge putten die ooit tussen Hafermarkt, Südermarkt en Nordermarkt stonden, is bovengronds niets meer te zien.
Met de rum ging het even stil. Na de Duits-Deense oorlog van 1864 werd Flensburg Pruisisch, en de rum kwam niet langer uit Deens West-Indië maar uit het Britse Jamaica. Denemarken verkocht de eilanden op 1 april 1917 voor vijfentwintig miljoen dollar aan de Verenigde Staten. In de bloeitijd telde Flensburg naar verluidt meer dan tweehonderd rumhuizen; er zijn er nu nog vier. Wat bleef is de Flensburger Rumverschnitt: een bruine mengeling van rum, water en neutrale alcohol, waarvan minstens vijf procent van de alcohol uit echte rum moet komen, bij minimaal 37,5 procent. Hij ontstond omdat de invoerrechten op sterke drank in de achttiende eeuw hoog waren en zware Jamaicaanse rum zich goed liet aanlengen.
Sinds 1980 vaart op het weekend na Hemelvaart de Rum-Regatta de Förde op, het grootste treffen van gaffelzeilers van Noord-Europa. En in de Marienstraße verkoopt rumhuis Johannsen, opgericht in 1878, een dropliker die Swattes Swien heet: het zwarte zwijn. De bron is verdwenen; het zwijn staat nog op de plank.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


