De Schluffjann van Nideggen
Hoog boven de Rur, op een naar het westen wijzende rotspunt in de Noordeifel, staat de ruïne van Burg Nideggen. De graven van Gulik bouwden haar vanaf 1177 uit rode Buntsandstein tot een hoogburcht die in de middeleeuwen als onneembaar gold. In de bergfried lag een kerker, en in die kerker versmachtte ooit een gevangen aartsbisschop van Keulen. Zijn kwelduivel was burgvoogd Johann. Sinds diens dood, zo vertelt men in Nideggen, sluipt hij als rusteloze geest door de muren, en de volksmond noemt hem de Schluffjann.
1 De rode burcht van de Guliker graven
Burg Nideggen was het bolwerk van de graven van Gulik aan de grens met het aartsbisdom Keulen. De eerste steen legde Willem II in 1177 met de bouw van de bergfried, die hij binnen zichtafstand van de rijksburcht Berenstein liet oprichten. Toen die burcht rond 1200 verviel, diende ze als steengroeve: de onderste helft van de toren van Nideggen bestaat uit rode Buntsandstein die bij Nideggen werd gebroken, terwijl de lichtere blokken van Berenstein er tot vandaag tegen afsteken.
Op haar rotspunt hoog boven de Rur gold de rechthoekige hoogburcht in de middeleeuwen als onneembaar. Later liet Willem V hier een palas bouwen, een van de grootste zaalgebouwen van het Rijnland, en in 1356 werd Nideggen de hoofdzetel van het geslacht. Toch berustte de faam van de burcht niet op haar zalen, maar op de duistere kerker in haar bergfried.
In de kerker van de burcht belandde al vóór Engelbert een hoge gevangene: in 1242 liet Willem IV de Keulse aartsbisschop Konrad von Hochstaden hier negen maanden lang opsluiten. Nideggen was dus geen gewone gevangenis, maar een plek waar de Guliker vorsten hun macht over de kerk toonden. Enkele jaren later zou dit verhaal zich op wredere wijze herhalen.
2 De aartsbisschop in de kerker
In het najaar van 1267 kwam het tot de slag bij Zülpich. Graaf Willem IV van Gulik versloeg het leger van de Keulse aartsbisschop Engelbert II van Falkenburg en nam hem gevangen. Drieënhalf jaar lang, van 1267 tot 1271, hield hij de hoogste kerkvorst van het Rijnland vast in de kerker van Burg Nideggen. Pas na lange onderhandelingen en de betaling van een fors losgeld liet de graaf hem weer vrij.
De bewaking lag bij burgvoogd Johann, en die behandelde de gevangene zonder erbarmen. Meermaals stelde hij de aartsbisschop in een ijzeren kooi aan een toren van de burcht openbaar tentoon. Ook gunde hij hem geen nachtrust: omdat hij zelf niet kon slapen, wekte hij de vermoeide man telkens weer. “Je zult niet slapen zolang ik niet slaap”, zei hij dan.
Toen de aartsbisschop eindelijk naar de vrijheid vertrok, keerde hij zich bij het afscheid nog eenmaal om. “Nu zal de pater wel kunnen slapen”, sprak hij, “maar de slaap zal jou eeuwig ontvluchten.” Het was geen vloek met grote woorden, enkel een kalme verwensing, en toch zou ze uitkomen.
Engelbert II was de opvolger van diezelfde Konrad, en de vete tussen Gulik en het aartsbisdom was een strijd om land, tollen en voorrang aan de Nederrijn. Na zijn vrijlating in 1271 keerde de aartsbisschop terug naar Keulen; hij stierf drie jaar later, in 1274, in Bonn. De sage bleef echter niet bij hem hangen, maar bij zijn kwelgeest.
3 De rusteloze geest
Johann stierf, maar hij vond geen rust. Zoals de aartsbisschop het hem had voorspeld, ontvluchtte de slaap hem ook in de dood, en zo moet hij sindsdien als rusteloos spook door de muren en kamers van de burcht sluipen. De volksmond gaf hem daarvoor een naam: de Schluffjann, de sloffende of schuifelende Johann, naar het geluid van zijn voetstappen die ’s nachts over het oude gesteente zouden gaan.
De burcht zelf verloor sindsdien veel. In 1542 schoten keizerlijke kanonnen haar stuk in de Gulikse vete, in 1689 brandden troepen van Lodewijk XIV haar plat, aardbevingen deden de rest, en ten slotte werd de ruïne als steengroeve verkocht. Pas de burgers van Nideggen redden wat restte: na 1888 werd de burcht veiliggesteld, in 1905 ging ze over naar de Kreis Düren, en in 1979 trok in de herstelde woontoren het eerste burchtmuseum van Noordrijn-Westfalen.
Aan de rode Buntsandstein dankt ook de stad Nideggen haar kleur: dezelfde groeven die de bergfried leverden, tekenen tot vandaag de huizen en de kerk van het stadje. De Schluffjann echter behoort de burcht alleen toe, en wie bij het vallen van de nacht bij de ruïne staat, meent soms een geschuifel over het oude gesteente te horen.
Wie vandaag de bergfried beklimt en over de Rur uitkijkt, staat op de plek waar ooit de aartsbisschop gevangenzat. Van de trotse voogd is enkel de Schluffjann gebleven, een schaduw die zijn slaap zoekt en hem nooit vindt.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


