De Stadtbrille van Amberg
Amberg ligt in de Oberpfalz aan de Vils, vijfenvijftig kilometer ten oosten van Neurenberg. Van 1329 tot 1621 was het de hoofdstad van de Boven-Palts, rijk geworden van ijzererts en van de scheepvaart op de rivier. Wie vandaag over het water de oude stad nadert, ziet eerst twee stenen bogen, en daaronder hun eigen spiegelbeeld. Samen vormen ze twee ronde glazen. De Ambergers noemen dat bouwwerk daarom al generaties lang de «Stadtbrille» — de bril van de stad.
1 De vesting aan het water
Amberg was in de late middeleeuwen een van de zwaarst versterkte steden van Beieren. Meer dan honderd torens en kilometers dubbele muren omsloten de stad, en de gracht werd voortdurend met water uit de Vils gevoed, zodat de hele stad in feite een waterburcht was. Burgemeester Michael Schwaiger noteerde in zijn stadskroniek van 1564 de zin die de Ambergers vandaag nog citeren: München mag de mooiste stad zijn en Leipzig de rijkste, maar Amberg is de vaste vorstenstad. Pas in 1703, in de Spaanse Successieoorlog, is de stad na weken belegering werkelijk ingenomen.
Een rivier die dwars door een vesting stroomt is echter een gat in de muur. Daarom bouwden de Ambergers over de Vils een waterpoort: een gebouw van zesenveertig meter lang en zestien meter hoog, dat met twee bogen van elk ongeveer tien meter de rivier overspant. De pijlers lopen naar voren spits toe, als scheepsboegen tegen het drijfijs. Boven die pijlers stonden torens, en daaruit konden valhekken in het water worden neergelaten, zodat niemand ongezien de stad kon binnenvaren. Onder die bogen voer alles wat Amberg groot had gemaakt. Een derde boog overspande de stadsgracht; die is in onze tijd weer geopend en dient nu als voetpad.
2 Het jaar 1454
Wanneer de waterpoort precies is gebouwd weet niemand. De bouw valt vermoedelijk tussen de tweede helft van de veertiende en de eerste helft van de vijftiende eeuw. In de oorkonden duikt hij pas in 1454 op, en dan onder een nuchtere naam: de «Gang über die Vils», de gang over de Vils. Het is meteen een bittere vermelding. De burgers van Amberg hadden geweigerd keurvorst Frederik de hulde te brengen; hun oproer, in de stad nog altijd de Amberger Aufruhr genoemd, mislukte. Als straf moesten zij de poort met de twee aangrenzende torens afstaan.
De keurvorst liet daarop zijn slot tot een dwangburcht ombouwen. Het gevolg is nog steeds te zien: de residentie is naar de stad toe zwaarder versterkt dan naar het open land. De westelijke doorgang werd dichtgemetseld, de bedding van de Vils versmald, een weermuur opgetrokken. De eerste verdieping van de waterpoort werd een overdekte gang tussen het keurvorstelijke slot en het tuighuis aan de overkant, zodat de heren droog en ongezien boven het water van de burgers liepen. Het tuighuis zelf was omstreeks 1502 onder keurvorst Filips aan de overzijde van de Vils opgetrokken. In 1580 verhoogde hofsteenhouwer Hans Hauck het bouwwerk met een verdieping en zette er sierlijke koepeltjes op; in 1698 werden die wegens bouwvalligheid weer afgebroken. Sindsdien ziet de bril eruit zoals vandaag.
3 Wat de Ambergers vertellen
De naam Stadtbrille staat in geen enkele oorkonde. Hij komt uit de volksmond, en de Ambergers leggen hem graag uit aan wie het horen wil: alleen als de Vils stil ligt, sluiten de twee bogen zich met hun spiegelbeeld tot twee ronde glazen, en pas dan zet de stad haar bril op. Schippers vertellen erbij hoe belangrijk de vaart op de Vils ooit was — ijzer stroomafwaarts naar Regensburg, zout weer terug, de schepen door paarden tegen de stroom in getrokken — en dat de Ambergers zelfs in Rome om toestemming vroegen om ook op zondag te mogen varen.
Over het water zelf gaan oudere verhalen. Aan de Vils zou zich een schoon waterjuffertje laten zien; in de Marstallgasse woonde een heks die zich als meter aanbood, en op de Mariahilfberg spookt de schatbewaarder. De volkskundige Franz Xaver von Schönwerth tekende rond 1858 bij Amberg de sage op van een slot dat op de Hollerwiese achter de bedevaartskerk in de grond wegzonk, nadat een blinde jonkvrouw haar bedriegende zuster had vervloekt. Sindsdien zit daar op sint-jansavond een vrouw in een witte sluier, en naast haar een zwarte hond met vurige ogen die de gouden sleutel van de schat in zijn muil houdt. Wie durft, mag hem pakken. Beneden in de stad blijft het ondertussen bij kijken: door de bril heen, naar de toren van Sint-Maarten die er precies achter opduikt.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


