Shield
Regensburg, Bayern / Oberpfalz

De Steinerne Brücke en de weddenschap met de duivel

Tier 0+ - Publiek 4 min Sage
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

Over de Donau bij Regensburg ligt sinds de twaalfde eeuw de Steinerne Brücke, een boogbrug van kalksteen die eeuwenlang de enige vaste Donau-overgang tussen Ulm en Wenen was. Wie er vandaag overheen wandelt, merkt halverwege een vreemde bult in het wegdek, en daarop staat een klein stenen mannetje dat met de hand boven de ogen naar de torens van de dom kijkt. De Regensburgers zeggen dat de bult en het mannetje samen één verhaal vertellen: dat van een weddenschap die met de duivel werd uitgevochten.

HW HW

1 De weddenschap van twee bouwmeesters

Rond het jaar 1135 werd in Regensburg aan twee grote werken tegelijk gebouwd. Aan de oever van de Donau zette een bouwmeester de eerste pijlers voor een brug van steen — iets wat men in het rijk nog nauwelijks had gezien, want de mensen kenden vooral houten bruggen die elke winter door het kruiende ijs werden weggevaagd. Enkele honderden stappen verderop, binnen de stadsmuur, werkte een tweede bouwmeester aan de dom. De twee kenden elkaar goed, want zij hadden hetzelfde ambacht geleerd, en tussen vaklieden bleef het zelden bij vriendelijke woorden.

Op een avond in de herberg sloegen zij de handen ineen op een weddenschap: wie van beiden zijn werk het eerst voltooide, zou van de ander een vat van de beste wijn krijgen en, wat zwaarder woog, de eer van de hele stad. De dombouwer lachte in zijn baard, want steen op steen naar de hemel stapelen ging hem vlot af. De brugbouwer moest in het water zelf ploeteren, tussen zandbanken en stroomversnellingen, en zijn pijlers moesten de ijsgang van elke winter doorstaan.

Al na twee jaar stond het koor van de dom hoog boven de daken uit, terwijl aan de rivier nog geen enkele boog gesloten was. De brugbouwer telde zijn dagen, zijn stenen en zijn geld, keek naar het wassende water en begreep: zo verloor hij.

2 De hulp van de duivel

Op een nacht liep hij radeloos langs de oever. Plots stond er een vreemdeling naast hem in een donkere mantel, die hem bij zijn naam aansprak en zei dat hij best wist wat de bouwmeester kwelde. Hij bood aan de brug binnen enkele jaren te voltooien, en dat met één voorwaarde: de eerste drie zielen die de klare brug zouden oversteken, waren van hem.

De bouwmeester begreep maar al te goed wie er voor hem stond. Toch gaf hij hem de hand, want de wanhoop was groter dan de vrees. Wat daarna gebeurde ging zo snel dat heel Regensburg zich verbaasde. Blokken die tien mannen niet konden tillen, lagen ’s ochtends al op hun plaats. Pijlers stonden midden in de stroom alsof de Donau opzij was gestapt. Boog na boog sloot zich, en de brug groeide de andere oever tegemoet.

Aan de dom, ondertussen, ging alles zoals bij een dom gaat: traag, plechtig en met veel gebed. Toen de brug in 1146 klaar lag, stond de dom nog altijd in de steigers. De brugbouwer had zijn weddenschap gewonnen — maar de nacht vóór de inwijding sliep hij geen uur.

3 De bult en het Brückmännchen

De volgende ochtend stond het volk aan beide zijden van de rivier te wachten, met vanen en trommels. De bouwmeester liet het brughek opengaan en dreef als eerste een haan het wegdek op, daarna een hond, en ten slotte een hen. De drie beestjes trippelden onbekommerd naar de overkant. Toen pas zette de bouwmeester zelf zijn voet op de brug, en achter hem de hele stad.

De duivel, die onder de middelste boog op zijn drie zielen had gewacht, greep vloekend naar de dieren en zag dat men hem beetgenomen had: drie zielen waren beloofd, maar van mensenzielen was met geen woord gesproken. Woedend wierp hij zich onder het metselwerk en trok met alle kracht die hij bezat aan de brug om ze te breken. Maar het werk was zijn eigen werk, en zo goed gebouwd dat het hield. Hij kreeg haar alleen in het midden een stuk omhoog en krom gedrukt. Sindsdien loopt de Steinerne Brücke niet vlak, maar met een bult in het midden.

Precies op die bult staat het Brückmännchen, het stenen mannetje. Het zit op zijn sokkel, houdt de hand boven de ogen en kijkt naar de dom aan de overkant, alsof het na acht eeuwen nog altijd wil weten of de dombouwer eindelijk klaar is. En omdat het daar zonder schaduw in de wind zit, roept het volgens de sage al die tijd hetzelfde: kijk toch eens hoe heet de zon hier op de brug schijnt. De brug zelf, gebouwd tussen 1135 en 1146 in amper elf jaar, werd het voorbeeld voor de middeleeuwse bruggenbouw in Europa. Koning Konrad III en later keizer Friedrich Barbarossa trokken er met hun kruisvaarders over naar het oosten. Wat de duivel niet kon breken, staat er nog.

Bron: Regensburger stadsoverlevering; J.R. Schuegraf, geschiedenis van de Steinerne Brücke (1830); Regensburger sagenboeken.
Wist je dat? Het stenen mannetje op de brug heet in Regensburg het «Bruckmandl». Het huidige beeldje dateert uit 1854; het originele exemplaar staat in het Historisches Museum van de stad. Op de sokkel staat in oud Beiers dialect te lezen: «Schuck, wie hais» — kijk toch eens hoe heet het is. De brug telde oorspronkelijk zestien bogen en mat 336 meter; vandaag zijn er nog veertien zichtbaar over 309 meter. Sinds 2006 hoort zij bij het UNESCO-werelderfgoed Altstadt Regensburg mit Stadtamhof.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard