Shield
Würzburg, Bayern

De dodendans van Würzburg

Tier 0+ - Publiek 2 min Sage
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

In 1349 trok de zwarte pest ook door Franken. In Würzburg stierf in drie maanden een vijfde van de stad. De Mariakapel bestond toen nog niet; op haar plaats lag de Marienplatz, een open plein voor het stadhuis, en op de Marienplatz dansten in een nacht in juli veertien mensen een dans waarvan de kroniek niet weet wie hem had uitgeroepen.

HW HW

1 De veertien dansenden

Het was de nacht van 21 op 22 juli 1349. De pestmaand was nog niet voorbij. De klok van de domkerk sloeg twee. Op de Marienplatz, leeg en bleek in de maan, traden uit de vijf straten die op het plein uitkwamen veertien mensen naar voren. Drie vrouwen, zeven mannen, vier kinderen. Ze kenden elkaar; ze waren in de afgelopen tien dagen gestorven.

Ze gingen in een kring staan. Ze hielden elkaars hand. Ze begonnen een dans, langzaam, dan sneller, en een lied dat in Würzburg niemand meer kende — een oud lied, van voor er klokken waren. De zomernachten zijn kort; de dans duurde van twee tot drie. In een woning aan de Marienplatz werd een klerk genaamd Hans Trapp wakker. Hij keek uit het venster.

2 De vijftiende

Hans Trapp telde. Veertien. Hij wist wie ze waren; hij had hun namen in de afgelopen dagen in het pestboek geschreven. Hij keek uit het venster zonder te roepen, en zocht naar perkament. Hij begon met trillende hand te schrijven — niet de dans, niet het lied dat hij niet goed kon horen. Hij schreef de passen. Hij telde ze.

Één, twee, drie, vier — naar links. Vijf, zes, zeven, acht — naar rechts. Hij schreef vijftig passen; hij schreef honderd. Bij de honderdvierde gebeurde iets wat Hans Trapp de adem benam. In de kring stond plotseling een vijftiende danser. Wanneer hij erin was getreden — deze, wiens gezicht Hans Trapp niet kon zien omdat het altijd naar Hans was gekeerd, waar ook de vijftiende stond — wist niemand. Maar hij was er.

3 Wat Hans Trapp deed

Hans Trapp hield niet op met tellen. Hij hield niet op met schrijven. Hij schreef de passen van de vijftiende, die meermaals een halve pas sneller was dan de anderen, en zag dat deze vijftiende niets was dan de maat van de dans zelf. Het was geen dode. Het was geen persoon. Het was — begreep Hans — wat danst wanneer veertien doden dansen.

Bij de honderdnegenenveertigste pas vielen de veertien uiteen in veertien schaduwen en gingen terug door de vijf straten waar ze vandaan waren gekomen. De vijftiende bleef op het plein staan, keek nog éénmaal naar Hans Trapps venster, ging door het midden van het plein nergens heen en verdween. De klok sloeg drie.

Hans Trapp legde zijn perkament weg. Hij werd niet door de pest gehaald. In het stadsarchief heeft hij een geschrift achtergelaten met de passen van de dans; het geschrift ging in de brand van 1525 verloren. Wat de Würzburgse kroniek heeft bewaard, is zijn slotzin: «De pest danst niet. De doden dansen. De dans is de pest, maar alleen wanneer niemand telt.»

Bron: Würzburger stadskroniek 1349; volkstraditie Unterfranken; Frankenheimat-Sagenbuch 1894.
Wist je dat? De zwarte pest bereikte Würzburg in de zomer van 1349. De stad verloor in juli tot september ongeveer een derde van haar inwoners. Op de huidige Marienplatz stond toen nog geen Mariakapel; de bouw van deze laatgotische kerk begon pas in 1377, dertig jaar na de pest.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard