Shield
Bremen, Bremen

De wilde jacht

Tier 0+ - Publiek 2 min Spookverhaal
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

In de twaalfnachten tussen Kerstmis en Driekoningen (25 december tot 6 januari) rijdt boven de Bremense daken de wilde jacht: keizer Karel de Grote als één eeuwig-jagende geest, met één meute van twaalf zwarte honden. Wie tussen middernacht en zonsopgang buiten staat zonder schuilplaats sterft binnen het jaar.

HW HW

1 De twaalfnachten

Karel de Grote (Karl der Grosse, 747-814), kerstener van de Saksen, stichter van het bisdom Bremen 787, is volgens de Bremense traditie na zijn dood niet rustig — want hij heeft tijdens zijn leven naar zijn eigen mening «niet genoeg gekerstend», en wordt door God geboet door één eeuwige jacht in de Raunaechte. Tussen 25 december (Kerstmis) en 6 januari (Driekoningen), 12 dagen lang, rijdt hij boven de daken van Bremen op één grijs paard, achter één meute van twaalf zwarte honden, achter één eeuwig-vluchtende wit hert. De jacht duurt elke nacht van middernacht tot zonsopgang — ongeveer zeven uur, alle dakentopen rondom.

2 Wie buiten staat

Bremense traditie zegt: in de Raunaechte mag men in huis zijn of in een kerk. Geen mens mag buiten staan tussen middernacht en zonsopgang — of hij sterft binnen het jaar. Wie de jacht hoort (geluidloos voor goeden, blaffend voor wie sterven gaat) staat letterlijk in de doodsroute. Gedocumenteerd 1300-1900: 187 Bremenaars die de wilde jacht hadden gehoord, allen binnen het jaar gestorven. Bescherming: blijf in huis, sluit de luiken, eet brood en zout op de drempel. Wie toch buiten moet (vrouw bij geboorte, dokter bij stervende, priester bij laatste oliesel), houdt drie ijzeren spijkers in de linker hand — de wilde jacht ziet hen niet door het ijzer. In 1932 (de laatste echte twaalfnachten-traditie-jaar in Bremen) overhandigden Bremense vroedvrouwen, doktoren, priesters elkaar de spijkers op kerstmorgen. Sinds de Tweede Wereldoorlog is de traditie van de jacht verzwakt — te veel licht in de stad, te veel motorgeluid, weinig stilte. Maar de oudere Bremenaars zeggen nog: «Tijdens de Raunaechte loopt men niet om middernacht naar de kerk. Geen reden hoort.» Berlin-Bremense traditie zegt: «De wilde jacht is geen vloek, geen straf. Het is een één keizer die niet kan rusten omdat hij denkt dat hij niet genoeg heeft gedaan. Lieg hem niet; hij weet of je in huis bent of niet. Zeg het je kinderen.»

Bron: Kohlmann, Bremer Sagen 1907; Bremer Raunaechte-traditie; Germanische Wilde-Jagd-mythologie.
Wist je dat? De wilde-jacht-traditie is Germaans (Wotan-jacht), in Bremen specifiek met Karel de Grote als ruiter verbonden (sinds 787, Bremens bisdom-stichting door Karel). De Twaalfnachten zijn de heilige weken tussen Kerstmis en Driekoningen, in de Germaanse traditie de meest gevoelige tijd voor spookverschijnselen.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard