Shield
Sainte-Suzanne, Pays de la Loire / Mayenne

De burcht die Willem de Veroveraar nooit innam

Tier 0+ - Publiek 4 min Volksverhaal
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

Boven de Erve, op een rotspunt die zeventig meter steil naar de rivier valt, ligt de cité van Sainte-Suzanne. Van 1083 tot 1086 lag het leger van Willem de Veroveraar aan haar voet, in een kamp van aarde dat men er nog altijd het Camp des Anglais noemt. De koning nam Le Mans, hij nam Fresnay, hij nam Beaumont. Deze ene rots nam hij niet.

HW HW

1 De toren op de rots

Halverwege de elfde eeuw lieten de burggraven van Beaumont op de punt van de rots een vierkante woontoren optrekken. Hij meet 19,45 bij 15,50 meter, zijn muren zijn drie meter dik, en hij hoort daarmee bij de oudste stenen donjons van Frankrijk. Onderin lag de kelder, daarboven de ontvangstzaal, bovenin het vertrek van de heer zelf. In de dikte van de muren zitten latrines, twee schouwen, een gootsteen die nergens naar afwatert, en, verborgen in de noordmuur, een gewelfde gang die alleen door een verticale schacht te bereiken was. Men noemt haar de schatkamer; daar lagen vermoedelijk de oorkonden van het huis Beaumont.

Waarom een heer van het Maine zo bouwde, verklaart de landkaart. Toen graaf Herbert II van het Maine in 1062 zonder erfgenaam stierf, beschouwde Willem, hertog van Normandië, het graafschap als het zijne. De inwoners van het Maine dachten daar anders over. Zij kwamen in opstand, en toen Willem in 1073 met een leger uit Engeland terugkeerde, nam hij Fresnay, Beaumont en Sillé en onderwierp hij Le Mans.

Hubert II van Beaumont, burggraaf van het Maine, verloor zo alles behalve zijn laatste burcht. In 1083 sloot hij zich in Sainte-Suzanne op met zijn vrouw Ermengarde van Nevers, verzamelde een keur van ridders om zich heen en bestookte van daaruit de aanhangers van de koning tot voor Le Mans. Toen kwam Willem zelf.

2 Het kamp in het dal van Beugy

Willem viel de heuvel niet frontaal aan. De kroniekschrijver Orderic Vitalis, monnik van Saint-Évroult, wiens vader met Willem naar Engeland was overgestoken, schrijft dat de koning de vesting niet kon belegeren: de rotsen en de dichte wijngaarden die haar aan alle kanten omgaven, maakten haar ontoegankelijk, en insluiten lukte evenmin, want de belegerden hielden hun uitvalswegen dapper open. Dus deed de koning wat hij eerder bij Brionne en Domfront had gedaan. Hij liet in het dal van Beugy, achthonderd meter ten noorden van de stad, een versterkt kamp opwerpen en legde er een bezetting in onder Alain de Rode, graaf van de Bretons.

Het waren twee rechthoekige aarden omwallingen met grachten, samen ruim twee en een halve hectare. De zuidflank keek recht op Sainte-Suzanne: zichtbaar, maar buiten het bereik van de wapens van die tijd. Vier jaar lang gebeurde er weinig anders dan schermutselingen, en die vielen doorgaans uit in het voordeel van de belegerden. Uit Aquitanië en Bourgondië kwamen ridders naar Hubert toe; gevangen Normandiërs en Engelsen brachten losgeld op, zodat de burcht rijker werd van het beleg dan de belegeraars.

Op 18 november 1085 schoot een baardeloze jongen vanuit de struiken langs de weg Richer de l’Aigle onder het oog. Stervend vroeg de ridder zijn woedende gezellen de jongen te laten gaan. En in de streek vertelt men nog van de witte muilezel die door een onderaardse gang meel van de Grand-Moulin naar boven bracht.

3 Wat de kroniek zegt en wat de trots erbij deed

In 1086 hield het op. De Normandiërs in het kamp zagen in dat zij Hubert noch met dapperheid noch met geluk klein kregen, en zij begonnen te onderhandelen. Hubert stemde toe, stak met een vrijgeleide het Kanaal over en werd door Willem vriendelijk ontvangen. De koning gaf hem de goederen van zijn vaderen terug, en die vrede hield. Willem stierf op 9 september 1087 te Rouen.

Wat Orderic Vitalis meldt, is dus dit: geen bestorming die de muren nam, geen overgave, wel een kamp, gesneuvelde ridders en een beleg dat werd afgebroken. De beroemde zin dat Sainte-Suzanne de enige vesting is die Willem de Veroveraar nooit innam, staat niet bij hem. Die formule is later gemaakt, in het Maine en in Engeland. Het kamp bleef, de toren bleef, en de zin kwam erbij.

Het aardwerk in het bos staat sinds 28 juli 1937 op de monumentenlijst; de gemeente kocht het in 1989 en stelde het open voor wandelaars. Binnen de wallen van de cité, achter de porte du Guichet en onder de tour du Guet, liet Guillaume Fouquet de la Varenne, minister van Hendrik IV, tussen 1608 en 1613 een woonhuis optrekken tegen de oude ringmuur. En de vrouwe van Sainte-Suzanne? Zij is geen krijgshaftige burchtvrouw, maar de heilige Suzanne zelf, van wie men in de tiende eeuw relieken zou hebben gebracht. Zij gaf het stadje zijn naam, en verloofden vragen haar beeld in de kerk nog altijd om een goed huwelijk.

Bron: Orderic Vitalis, «Historia ecclesiastica», in Franse vertaling «Histoire de Normandie» (Parijs, 1825-1827); Robert Triger, «Sainte-Suzanne, son histoire et ses fortifications» (1907); Amand Dagnet, «Sainte-Suzanne en chansons» (Laval, 1929); plaatselijke overlevering.
Wist je dat? Sainte-Suzanne is de enige gemeente van Frankrijk die tegelijk de labels plus beaux villages de France, petite cité de caractère, station verte, commune touristique, pays d’art et d’histoire en village fleuri draagt. In de streek heet zij de «perle du Maine». De cité ligt op 170 meter hoogte; het hoogste punt van de gemeente is de Mont-Noir met 222 meter. De dolmen des Erves is het oudste monument van de Mayenne. Het Camp des Anglais kreeg op 4 mei 2011 het Europese label voor opmerkelijke bouwwerken van aarde.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard