De grot van de Sainte-Baume
Boven het dorp Plan-d’Aups-Sainte-Baume loopt een kalkstenen kam van twaalf kilometer dwars door de Var, met een noordwand die driehonderd meter loodrecht omhoogsteekt. Halverwege die wand gaapt een donkere holte in de rots. Baumo is Provençaals voor grot, en deze ene grot gaf haar naam aan de hele berg: la Sainte-Baume, de heilige grot. Want hier, zegt de Provençaalse overlevering, heeft Maria Magdalena dertig jaar geleefd.
1 De grot van de dertig jaren
De overlevering laat Maria Magdalena met enkele getuigen van Christus aanspoelen aan de kust van de Camargue, en daarna in Marseille prediken. Maar het verhaal dat Provence het diepst heeft gevormd begint pas daarna. Toen het werk gedaan was, zo wil de legende, trok zij het achterland in en klom de kalkrots op tot zij een holte vond die op het noorden keek: koel, donker, druipend van water. Daar bleef zij — geen bed, geen brood, geen bezoek, dertig jaar lang.
De Legenda aurea van Jacobus de Voragine, omstreeks 1260 opgetekend, geeft die scène haar definitieve vorm. Magdalena at niets van de aarde. Zeven keer per dag, op de getijden van het kerkelijke uur, kwamen engelen haar halen en zetten haar neer op de kale top van de rots. Daar hoorde zij, zegt de tekst, de gezangen van de hemelse koren, en daalde nadien verzadigd weer af. Van dat beeld heeft de top zijn naam gehouden: le Saint-Pilon, de heilige pilaar, de steen waarop zij werd gezet.
Aan het einde van haar leven, toen haar dertig jaren om waren, verliet zij de grot voor de laatste keer en daalde af naar de vlakte van Saint-Maximin. Daar wachtte bisschop Maximinus haar op in zijn bidplaats. Hij gaf haar de communie; zij stierf op datzelfde ogenblik, en hij begroef haar.
2 Het bos dat niemand mocht kappen
Wie vandaag naar de grot klimt, loopt eerst een halfuur door iets dat in deze streek niet zou mogen bestaan. Onder de wand ligt op zeshonderd meter een loofbos van beuken, linden en esdoorns, met taxus, hulst en klimop eronder. Aan de zonzijde van dezelfde berg staan pijnbomen, steeneiken en garrigue. Dit is het zuidelijkste beukenbos van de Provence, een overblijfsel uit een koeler klimaat dat het hier heeft volgehouden omdat de driehonderd meter hoge wand het de hele dag beschaduwt en het vocht vasthoudt.
Dat het er nog staat, dankt het aan zijn reputatie. Het gold als heilig, en volgens de overlevering mocht er al vóór de komst van het christendom geen bijl in worden gezet. Die verboden werden eeuw na eeuw hernieuwd, eerst voor de monniken en de pelgrims, later door de graven van de Provence. Terwijl de rest van het zuiden werd kaalgeslagen voor scheepstimmerhout, houtskool en weidegrond, bleef dit stukje hellingbos overeind. Het geldt daarmee als een van de oudste beschermde bossen van Europa — een forêt relique, een reliekbos, dat zijn behoud aan een legende dankt.
De bescherming is intussen wettelijk: het landschap is sinds 1945 geklasseerd, de kern van het oude bos werd biologisch reservaat en het geheel valt onder Natura 2000. De beuken zijn er gemiddeld ruim honderdtachtig jaar oud; van sommige taxussen wordt aangenomen dat ze meer dan vijf eeuwen tellen.
3 Honderdvijftig treden
De weg omhoog heet de Chemin des Roys, de koningsweg, en die naam is verdiend. De bedevaart naar de grot is een van de oudste van Frankrijk: pausen, graven en volgens de traditie negen koningen van Frankrijk hebben de klim gemaakt, van Lodewijk de Heilige tot Lodewijk XIV, omstreeks 1660 de laatste. Boven aan het bospad wachten honderdvijftig stenen treden naar de grotmond, één voor elk Weesgegroet van de rozenkrans. De grotkapel ligt op 946 meter en is alleen te voet bereikbaar. Sinds 1295 bewaken dominicanen de plek: Karel II van Anjou installeerde hen daar met toestemming van paus Bonifatius VIII, en behalve tijdens de Revolutie zijn ze er nooit meer weggegaan.
Eerlijk is eerlijk: geen enkele bron uit de eerste eeuwen weet iets van een verblijf van Maria Magdalena in Gallië. De traditie is middeleeuws. Zij groeit vanaf de elfde eeuw, toen de abdij van Vézelay in Bourgondië haar graf claimde, en kreeg haar Provençaalse vorm pas daarna, met de Legenda aurea van rond 1260 als verspreider. Historisch bewijs voor de grot ontbreekt volledig. Wat de plek bewijst is niet dat er een vrouw heeft gewoond, maar dat mensen er achthonderd jaar lang naartoe zijn blijven klimmen.
En dat doen ze nog. Op 22 juli, het feest van Maria Magdalena, trekt een processie omhoog door het bos. De rest van het jaar is het er stil: een druppelende gewelfde ruimte in de rots, kaarsen, en buiten de kalkwand die het licht tegenhoudt. Wie nog een halfuur doorklimt naar de Saint-Pilon, staat op de kale top waar de engelen haar volgens het verhaal zevenmaal daags neerzetten.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


